De goudprijs komt tot stand op de internationale termijnmarkt. Vraag en aanbod worden op elkaar afgestemd door middel van termijncontracten, opties op deze vorm van contracten en de over-the-counter (OTC) handel tussen verschillende partijen. Vragende en aanbiedende partijen zoeken elkaar op en spreken af in de toekomst zilver tegen een bepaalde prijs te leveren dan wel te kopen. Door prijzen van te voren vast te stellen verkleinen leveranciers en afnemers het risico dat ze lopen door grote prijsbewegingen.

De internationale goudmarkt is opgebouwd uit meerdere aparte markten waar de Londense markt verreweg het grootste deel van de handel voor zijn rekening neemt. Daar wordt meer dan 85%* van het wereldwijde goud verhandeld. De handel op al deze markten bepaald de goudprijs. Er kan echter gesteld worden dat de grootste partijen door hun volume het meeste bijdragen aan het vaststellen van de prijzen. Logiscerwijs heeft de Londense markt grote invloed. De New Yorkse markt representeert met bijna 10% van de handel echter ook een groot deel van de handel. Daarnaast is deze markt transparanter dan haar Londense tegenspeler waar juist ondanks de grote volume een gebrek is aan marktinformatie. Desalniettemin hebben beide markten grote invloed op het vaststellen van de goudprijs.

Een onderzoek van de LBMA** laat zien dat de dominante positie bij het vaststellen van de goudprijs schommelt tussen Londen en New York. Zo was New York dominant aan het begin van de financiële crisis terwijl Londen juist dominant was bij de val van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers in september 2008. Sinds 2011 is New York weer de dominante partij in de symbiotische relatie. Het is echter nog niet duidelijk welke geopolitieke, financiële of economische ontwikkelingen deze veranderingen hier aan ten grondslag liggen.

 

*Gebaseerd op data van GFMS (2012)
** LBMA