Hieronder volgt een bijna letterlijke vertaling van het artikel dat op 17 januari verscheen op de Telegraph. Het artikel geeft de visie van Ambrose Evans-Pritchard weer. Dat is niet noodzakelijkerwijs mijn visie. Als u denkt dat er een foutieve interpretatie in het artikel zit die het gevolg is van de vertaling, stuur dat dan door naar [email protected]

—————————————————————————————-

De wereld beweegt stap voor stap richting een de factor goudstandaard, zonder dat deze op een bijeenkomst van G20-leiders aangekondigd wordt of dat ze openlijk steun betuigen voor het idee.

Sommige lezers hebben het GFMS Gold Survey 2012 al gezien, waarin staat dat centrale banken wereldwijd de afgelopen vijftig jaar niet zoveel goud hebben gekocht in één jaar als het afgelopen jaar. Ze voegden gezamenlijk netto 536 ton aan hun voorraden toe, als diversificatie voor reserves die worden aangehouden in dollars, euro's, ponden en yen.

Het Washington Agreement on Gold (WAG), waarin Groot-Brittannie, Spanje, Nederland, Zwitserland en anderen afspraken om jaarlijks een gedeelte van hun goudvoorraad te verkopen, lijkt alweer van een ander tijdperk te zijn. Het Gordon Brown tijdperk, zo zou je het kunnen noemen.

Dat was de denkbeeldige periode waarin investeerders dachten dat de euro haar plek zou opeisen als de tweede pilaar van het nieuwe G2 staatsvorm met gedeelde souvereiniteit, naast de Amerikaanse dollar. Die hoop is vervlogen. Obligaties op de balansen van centrale banken die in euro's zijn uitgedrukt zijn teruggevallen naar 26% van hun oorspronkelijke waarde, ongeveer een decennium geleden.

Zowel de euro als de dollar krijgen niet het volledige vertrouwen, weliswaar om verschillende redenen. De EMU is een dysfunctionele constructie, die twee onverenigbare economieen samenvoegt. Gedoemd om van crisis naar crisis te slingeren, zonder dat er een eenduidige schatkist achter zit dat ondersteuning kan bieden. De Amerikaanse dollar staat op een piramide van schulden. We weten allemaal dat die schuldenberg door de jaren heen weg geinflateerd zal worden. Het enige waar men feitelijk over van mening lijkt te verschillen is in welk tempo dat moet gebeuren.

De centrale banken die goud kopen zijn uiteraard de opkomende machten in Azie en de grondstofproducerende landen. Die bezitten gezamenlijk tweederde van de $11 biljoen aan buitenlandse dollarreserves.

Het is geen geheim dat China koopt op de dips, met als doel het aandeel goud op de balans van haar centrale bank op te krikken tot ruim boven de 2%. Rusland heeft openlijk aangegeven dat het streeft naar een goudcomponent met een omvang van 10% van de totale reserves. Varianten op een dergelijke strategie zien we in Zuid-Oost Azie, de Perzische Golf en in Latijns-Amerika. En nu heeft de Bundesbank ook nog eens besloten een deel van haar goud terug te halen uit New York en Parijs.

Persoonlijk denk ik niet dat de Bundesbank een geheime agenda heeft, of dat ze iets weet wat ze voor de rest van de wereld verborgen wil houden. Ze reageerde op publieke druk en gepor van politieke partijen om de Duitse goudvoorraad terug te halen uit het buitenland. Maar dat is nog niet het einde van het verhaal. Het feit dat er druk bestaat – en dat deze goed georganiseerd is – weerspiegelt een gebrek aan vertrouwen tussen de grote democratieen en economische machtsblokken in de wereld. Het is een nieuw politiek feit in het wereldwijde systeem.

Mohammed El Erian van obligatiebelegger Pimco zei dat dit een domino-effect kan hebben. “Als eerste kan dit besluit zich vertalen naar druk op andere landen om ook hun goudvoorraad uit het buitenland terug te halen. Als je tenslotte veilig je goudreserve in eigen land kunt bewaren, dan wil je als overheid niet gezien worden als de laatste die haar goud nog in het buitenland laat opslaan.

Als ontwikkelingen beperkt blijven tot dit geval, dan is er geen materiele impact op het functioneren van de wereldwijde economie. Als de situatie van een groeiend wantrouwen richting andere landen escaleert in multilaterale spanningen, dan zal de wereld geconfronteerd worden met nog grotere problemen om de onbalans in de betalingsbalansen op te lossen en een valutaoorlog en handelsbarrieres te weerstaan.”

Het meest waarschijnlijke is dat het besluit van de Duitsers om goud terug te halen weinig systematische impact teweeg zal brengen. Maar als dat niet zo blijkt te zijn en het besluit van de Bundesbank navolging vindt, dan zal de schade in de inteationael beleidssamenwerking door iedereen gevoeld worden.

Zoals ik dinsdag al schreef denkt goudveteraar Jim Sinclair dat het besluit van de Bundesbank vergelijkbaar is met dat van Charles de Gaulle. Deze Franse premier riep eind jaren '60 op om dollars in Amerika in te wisselen voor goud. Dat was het begin van het einde van de goudwisselstandaard die we kenden als Bretton Woods.

Jim Sinclair verwacht dat de actie van de Bundesbank de doodssteek zal blijken te zijn voor de macht van de dollar en het dollarregime. Ik zie niet hoe dat zal gebeuren. Valuta waren aan elkaar gekoppeld ten tijde van het Bretton Woods systeem, vandaag de dag kunnen ze vrij ten opzichte van elkaar bewegen. Het is binnen het eurosysteem – bijvoorbeeld tussen Duitsland en Spanje – dat we een (oude) koppeling zien die vergelijkbaar is met de goudstandaard en haar destructieve kracht. De dreiging van een plotselinge breuk is altijd aanwezig. Wereldwijd is het systeem echter soepel, het buigt onder druk.

Mijn verwachting is dat een nieuwe goudstandaard de 'enige in zijn soort' zal zijn, en dat is maar beter ook. Dat goud haar plaats inneemt als derde wereldvaluta, één die niet gedevalueerd kan worden en die de andere twee ter verantwoording kan roepen. Zonder dat goud zo dominant wordt dat het een inflatoir geldsysteem verstoort en zonder dat het een deflatoire druk geeft als gevolg van een beperkte mijnproductie. In dat geval is de goudstandaard inderdaad een barbaarse reliek uit het verleden.

Hopelijk is het nieuwe systeem niet zoals het systeem tussen WO I en WOII. Toen was er een dollarkoppeling waarmee deflatie in de VS zich kon uitspreiden naar de andere kant van de oceaan. De Federal Reserve ging in 1928 te hard op de rem staan en maakte het in 1930 helemaal bont.

Een derde wereldreservemunt is precies wat de VS nodig heeft. Zoals professor Michael Pettis van de Beijing University al zei is het hebben van de wereldreservemunt een “exorbitante last” waar de VS van verlost moet worden.

Het Triffin Dilemma – geformuleerd door de Belgische econoom Robert Triffin in de jaren '60 – stelt dat de houder van de allergrootste valuta geconfronteerd wordt met een inherente contradictie. Het moet een structureel tekort op haar handelsbalans in stand houden om het wereldwijde systeem draaiende te houden, maar hiermee zal ze haar eigen economie na verloop van tijd ondermijnen. Dit systeem is zelf-destructief.

Een gedeeltelijke goudstandaard – geschapen door een wereldwijde markt en gedomineerd door geen van allen – is het beste van alle werelden. Het biedt een waardeopslag (weliswaar zonder cashflow). Goud kan een balancerende rol vervullen. Het is niet dominant genoeg om het geldsysteem te verstikken.

Laten we drie wereldreservemunten hebben, een driepoot met één gouden pootje. Dat zou misschien wel stabiel kunnen zijn.

Goud als disciplinerende factor voor de euro en de dollar