Alleen het beste is goed genoeg

Voor ’s-werelds beste belegger is het een uitgemaakte zaak! Sommige bedrijven zijn beter dan anderen en zullen voor beleggers altijd een superieure winst genereren. Zijn beleggingsadagium luidt dan ook, dat je als belegger beter een uitstekend bedrijf kunt kopen tegen een behoorlijke prijs, dan een behoorlijk bedrijf tegen een aantrekkelijke prijs!

Gevoel

Wat Buffet min of meer aanvoelde, is nu ook wetenschappelijk bewezen. Onderzoek van Credit Suisse toont aan, dat sterke bedrijven de neiging hebben sterk te blijven. Zwakke bedrijven daarentegen zijn amper of niet om te turnen in sterke bedrijven. De belangrijkste oorzaak voor dit opvallend wapenfeit is niet een ‘modieus’ item als aandacht voor shareholders value, maar simpelweg competent managent met veel aandacht voor het genereren van cashflows en winsten.

Waarde

Credit Suisse heeft onderzoek gedaan naar het vermogen van bedrijven om waarde te creëren op basis van de kasstromen van de bestudeerde bedrijven. Winsten zijn gemakkelijker te manipuleren. En het onderzoek beslaat een periode van 60 jaar, de hele naoorlogse periode. Over die periode leverde de bedrijven de belegger gemiddeld 6% rendement per jaar. De onderlinge verschillen waren echter groot. De 25% beste bedrijven genereerden gemiddeld 11% of meer. De 25% minste bedrijven bleven steken bij 3%.

Een ander opmerkelijke uitkomst is, dat na deze lange periode ongeveer de helft van de beste 25% bedrijven na die lange periode nog steeds in het bovenste quartiel zitten. Dezelfde waarheid geldt ook voor de bedrijven in het onderste quartiel. Misschien nog wel opmerkelijker is, dat slechts 9% van de top presterende bedrijven in de loop der tijden naar de onderste divisie zijn afgedaald. Van laag naar hoog leverde nog minder resultaat. Slechts 6% klom op uit de onderste divisie naar de hoogste.

Conclusies

Wat valt uit al deze uitkomsten aan conclusies te distelleren. De belangrijkste is misschien wel, dat management terughoudend moet zijn in het doen van overnames en fusies. Bij de wijsheid van turnaround management mag je eveneens vraagtekens zetten. Het veranderen van een koudbloedige knol in een warmbloedige Arabier is een schier hopeloze opgave. En een bedrijf dat mooie winsten maakt, zal dit waarschijnlijk blijven. Daar moet je niet teveel aan sleutelen. De belangrijkste oorzaak voor het goed presteren is immers de sterke bedrijfscultuur gekoppeld aan een duidelijke missie en strategie. Daarbij past de aantekening het zittend management niet te rijkelijk te belonen.

Concurrentie

Maar dat is nog niet alles wat bedrijven tot echte winnaars maakt. Ze opereren ook vaak in sectoren, waar de concurrentie niet te fel is. Bovendien is de kans klein, dat er zich een agressieve nieuwkomer aandient. Volgens onderzoek voldoet de sector Huishoudelijke Producten en Personal Care het meest aan deze voorwaarden. Ze leveren over de genoemde periode van 60 jaar een rendement van gemiddeld 13%. Je kunt je geld beter niet steken in sectoren als semiconductors, financiële instellingen of onroerend goed. In deze sectoren worden de uitkomsten naar verloop van tijd gemiddeld. Materials is de slechtst presterende met een gemiddeld rendement van 4,8%, gemeten vanaf 1985.

Prijs

Wat kunnen beleggers met dit onderzoek? Ze zijn immers bij voortduring op zoek naar de best presenterende bedrijven en kopen daar aandelen van. Hierdoor stijgt echter de prijs al snel. Volgens Credit Suisse is dat echter geen reden het aandeel dan te mijden. De bedrijven zullen immers goed blijven presteren en dat is een hoge aankoopprijs op den duur meer dan waard.

Cor Wijtvliet.

Bron,

John Authers, Numbers add strength to Buffet’s law of selection. Financial Times, August 3-4 2013

 

>> Wilt u de dagelijkse column van Cor Wijtvliet zonder een dag vertraging ontvangen? Klik hier om u aan te melden voor de gratis Wijtvliets Investment Insider nieuwsbrief! <<