Alleen maar bezuinigen moet nu stoppen

In Brussel zijn ze er vol van. Steeds meer tekenen wijzen erop, dat het herstel in de zogeheten kernlanden van de eurozone handen en voeten gaat krijgen. Veel beleidsmakers eisen nu al opgelucht het gelijk van het door hen volgehouden bezuinigingsbeleid. En ook in de VS beginnen financiële partijen geloof te hechten aan het herstel in Europa. Zogeheten geldmarktfondsen krijgen weer interesse in schuldpapier van Europese banken en Goldman Sachs koopt weer Europese aandelen.

Tegendeel

Overtuigend bewijs voor het herstel, zou je zo zeggen. Maar daar valt wel een en ander op af te dingen. Al sinds 2010 wordt jaar op jaar voorspeld, dat het herstel in het najaar vorm gaat krijgen. De werkelijkheid is anders. Ook dit jaar zal het Bruto Nationaal Product van een aantal landen weer fors krimpen. In Spanje, Italië en Portugal zal de krimp om en nabij 2% bedragen en in Griekenland zelfs meer dan 4%. De werkloosheid blijft maar door stijgen en bedraagt voor de hele zone 12%. In sommige landen komt de jeugdwerkloosheid alweer boven 50%. Dat betekent op langere termijn een grootschalige vernietiging van menselijk kapitaal en een uitholling van de belastingbasis voor die landen. Ondanks die alsmaar stijgende werkloosheid wil de productiviteit maar niet stijgen! Het ergste is nog wel, dat ondanks alle bezuinigingen de verhouding schuld ten opzichte van het Bruto Nationaal Product (BNP) verder is verslechterd. Afgelopen jaar verslechterde die verhouding in Italië bijvoorbeeld met 7% en met maar liefst 15% in Spanje en Portugal.

Belegger

In dat licht bezien, mag je de terugkeer van de Amerikaanse belegger als een staaltje opportunisme beschouwen. Het wordt gedreven door de zucht naar rendement. Daarbij rekenen die beleggers op de toezegging van de president van de ECB Draghi om alles te doen wat nodig is om de euro in stand te houden. Die beleggers komen waarschijnlijk voor een kort ritje om vervolgens winst te nemen en zich weer uit de voeten te maken.

Dat opportunisme laat zich wel vergoelijken. Van echt herstel is pas sprake als de verliezen als gevolg van het bezuinigingsbeleid gecompenseerd zijn. Zover is het nog lang niet. Overheden die het bezuinigingsbeleid hebben doorgezet zonder private crediteuren mee te laten betalen torsen nu meer schuld dat aan de vooravond van het bezuinigingsprogramma. In Spanje bedroeg de staatschuld in 2008 nog slechts 36% van het BNP, nu meer dan 100%. Als blijk van waardering voor hun inspanningen hebben deze landen ook nog te kampen met de hoogste rentelasten op hun schuldpapier.

Oorzaken

De onderliggende oorzaak van al deze ellende is nu wel algemeen bekend. Lidstaten van de eurozone hebben hun monetaire soevereiniteit opgegeven. Banken van sommige landen hebben op grote schaal geld geleend in vreemde valuta’s en dat heeft hen kwetsbaar gemaakt voor schokken op de financiële markten. Die banken zijn zwaar in de problemen geraakt, maar de overheid was niet in staat hen te helpen door geld bij te drukken. Devaluatie van de eigen munt om zo de export te stimuleren was al evenmin mogelijk. Er resteerden slechts twee oplossingen: een streep zetten door de bestaande schulden of een deflatoir beleid te voeren om zo het kostenniveau binnenlands omlaag te brengen.

De eurozone heeft voor de laatste oplossing gekozen. De achterliggende gedachte was, dat snijden in uitgaven en het verlagen van de schuldenlast uiteindelijk zou resulteren in het herstel van het vertrouwen en zodoende in de terugkeer van stabiliteit en groei. Op zich klopt deze insteek wel, maar niet meer als al je belangrijke handelspartners eenzelfde soort beleid voeren. Dan zakt de vraag in elkaar en verslechtert de verhouding schuld ten opzichte van het BNP.

Crisis

Daarbij komt nog, dat Brussel de verkeerde crisis bestrijdt. Er had van meet af aan veel meer aandacht moeten zijn voor de aanhoudende crisis in de bankensector. Die leidde er bijvoorbeeld toe, dat de stroom van liquiditeiten naar de perifere landen van de een op de andere dag stopte, juist op het moment dat die landen juist nagenoeg onbeperkt liquiditeiten nodig hadden. Banken konden niet anders, omdat de ECB niet het recht heeft om op te treden als lender of last resort. Banken konden derhalve met hun financiële noden niet terecht bij de Europese centrale bank. Het gigantische bancaire systeem in de zone begon te wankelen.

Beleggers begrepen dat maar al te goed en vroegen de ECB om in te grijpen. Onder de vorige president, Jean Claude Trichet, kon dit niet. Daarop begonnen beleggers te speculeren op het uiteenvallen van de eurozone, waardoor de rentetarieven voor de verschillende landen omhoog schoten.

Beleidsmakers in Europa hebben de financiële paniek verkeerd beoordeeld en zijn aan de verkeerde kant van de crisis begonnen. Ze hadden beter kunnen beginnen met het gezond maken van het bancaire systeem. Draghi heeft daar met zijn diverse initiatieven tijd en ruimte voor geschapen. Er is echter niets gebeurd op dat vlak. En zo kan het gebeuren, dat banken uit de kernlanden nog steeds voor miljarden en nog eens miljarden aan schuldpapier van de perifere landen in hun boeken hebben staan. Dat probleem moet opgelost worden, maar dat kan zeker niet door steeds meer te bezuinigen. Een gezond bankwezen is de sleutel voor herstel en groei, niet bezuinigen door de overheid.

Cor Wijtvliet

Bron:

Mark Blyth, End austerity now. Project-syndicate, August 20 2013