World Gold Council rapport: “The evolving structure of gold demand and supply”

Uit de inleiding van het rapport:

Een momentopname aan het begin van elk decennium sinds 1970 laat zien dat de fundamentals van de goudmarkt dramatische veranderingen hebben ondergaan. De verschuivingen in dynamiek hebben een evolutie van de goudmarkt teweeggebracht die te typeren is met: “van concentratie naar verspreiding”. [Dat geldt] zowel wat betreft grenzen en de bronnen van vraag en aanbod. We bespreken de drijvende krachten achter en de implicaties van deze veranderingen.

Het tien pagina tellende rapport kunt u op de website van de World Gold Council downloaden (inloggen vereist). We zullen ons hier beperken tot meest in het oogspringende grafieken uit het rapport. Allereerst de verdeling van de totale vraag naar goud per “macro-regio”:

In bovenstaande grafiek is de relatief toenemende vraag vanuit Oost-Azië en India te zien. Daarbij valt ook de relatief afnemende vraag vanuit Noord-Amerika en Europa op. Een eerste en hele belangrijke voetnoot is dat de vraag van centrale banken niet is meegenomen in deze grafiek. Een tweede voetnoot, eveneens erg belangrijk, is dat “OTC investment” – doelend op derivaten en andere papieren goudclaims – niet is meegenomen en dat zou moeten betekenen dat het hier puur en alleen om fysiek goud gaat.

In de onderstaande grafiek wordt het aanbod van goud uitgesplitst naar categorie. Opvallend is het relatief bescheiden aandeel van verkopen van centrale banken in 1990 en 2000; in de tussenliggende jaren zou in principe een soortgelijk beeld te zien moeten zijn. Nadeel van deze weergave is dat het gaat om percentages van het totaal en daarmee wordt er geen inzicht gegegeven in de veranderingen in absolute zin. Veranderingen in de hoeveelheid tonnen goud waarop deze relatieve aandelen betrekking hebben worden niet zichtbaar (waarover verderop meer).

De onderstaande grafiek laat de goudmijnproductie naar regio zien. In 1970 had Zuid-Afrika een enorm dominante positie in de wereldgoudmarkt. Enerzijds produceerde Zuid-Afrika veel, anderzijds bereikte de goudmijnproductie uit communistische landen de wereldmarkt niet en dat verzwaart de weging van Zuid-Afrika in deze grafiek. In het rapport staat over de Zuid-Afrikaanse productie bovendien de volgende opmerkelijke passage:

De dominantie van een enkel land betekende dat protocollen moesten worden ingevoerd om ervoor te zorgen dat het aanbod vanuit Zuid-Afrika zowel mondiale belangen als binnenlandse belangen diende. Eén van deze overeenkomsten werd in 1970 gesloten tussen Zuid-Afrika, de VS en het Inteationaal Monetair Fonds (IMF) toen de marktprijs tijdelijk onder de monetaire prijs van $ 35/oz (een tweeledig en gescheiden systeem van vaste [lees: officiële] en vrije prijzen bestond ​​tot 1971) zakte.  Er werd toen besloten dat in het geval van “dringende” zaken omtrent buitenlandse valuta, Zuid-Afrika de markt mocht omzeilen en direct haar goud aan het IMF kon verkopen.

Niet afkomstig uit het WGC-rapport, maar in het kader van research in de loop der tijd verzameld, de onderstaande grafiek met de veranderingen in wereldwijde goudmijnproductie naar land van herkomst:

In de bovenstaande grafiek is goed te zien dat de jaarlijkse goudmijnproductie de laatste jaren afneemt. In de onderstaande grafiek is de totale gemijnde bovengrondse hoeveelheid goud te zien. De groeivertraging in de goudmijnproductie is hierin nog niet duidelijk waaeembaar, maar dat ligt waarschijnlijk aan de schaal en omdat de laatste jaren van de goudmijnproductie in de bovenstaande grafiek niet zijn verwerkt:

Dat er sprake is van een dalende trend in de goudproductie, volgt eveneens uit de laatste grafiek van de World Gold Council; het aantal nieuwe ontdekkingen neemt af:

Al met al verschaft dit rapport van de World Gold Council belangrijke inzichten in de ontwikkelingen op de wereldwijde goudmarkt van de afgelopen decennia. De trend van concentratie naar meer geografische spreiding is een belangrijke conclusie. Immers, er zal in de toekomst geen enkel land – of macro-regrio – in staat zijn om op basis van haar goudpositie, de monetaire spelregels te dicteren. Bovendien ontstaat er wereldwijd vanwege de grotere spreiding van goud meer draagvlak om goud opnieuw een monetaire rol te geven. Een compleet beeld verschaft het rapport niet, maar als historische studie is dit een welkome bijdrage aan het inzichtelijk maken van de wereldwijde goudmarkt.