De Grote Depressie in tien grafieken

Onderstaande afbeeldingen zijn rechtstreeks overgenomen van Jesse's Café Americain en zijn voorzien van een onderschrift. De meeste afbeeldingen kunnen aangeklikt worden voor een grotere en beter leesbare versie.

Figuur 1: De Dow Jones verloor uiteindelijk 90% van haar waarde

De eerste daling werd voor de helft weer ongedaan gemaakt door een bear market rally. Beleggers die denken dat de grootste daling achter de rug is stappen op dit moment in en denken dat ze een goede koop hebben gedaan, niet wetende dat de index op dat moment nog steeds overgewaardeerd was. Vanaf 1933 herstelt de koers zich alweer snel. In vijf jaar tijd gaat de beurs 4,5x over de kop vanaf het dieptepunt.

Figuur 2: Een krimpende geldhoeveelheid zorgt voor dalende consumentenprijzen en dalende aandelenkoersen

Deze grafiek laat zien welke gevolgen het proces van 'deleveraging' heeft op de economie. De neerwaartse spiraal van dalende lonen en prijzen en een oplopende werkloosheid wordt pas in 1933 doorbroken als Roosevelt een nieuw stimuleringsprogramma aankondigt dat we sindsdien kennen als de New Deal.

Figuur 3: De werkloosheid stijgt tot een record van 25%.

Het zou dertien jaar duren voordat de werkloosheid weer terug was op het niveau van voor de beurscrash van 1929. Saillaint detail: volgens Shadowstats is de echte werkloosheid in Amerika volgens een ruimere definitie inmiddels al opgelopen tot bijna 23%.

Figuur 4: Het Amerikaanse BBP steeg na de introductie van het New Deal stimuleringsprogramma

Nadat de dollar met 41% was gedevalueerd ten opzichte van goud en de regering de arbeidsmarkt begon te ondersteunen groeide het BBP met ongeveer eenderde. De groei werd in 1937 afgeremd toen de Fed een verdubbeling van de kapitaalreserve eiste van de banken.

Figuur 5: Monetaire basis groeide vanaf 1934 weer snel, in 1937 zorgde de hogere kapitaalreserve die banken moesten aanhouden voor een contractie. Met het uitbreken van WO II in Europa nam de geldhoeveelheid weer toe.

Figuur 6: Rendement op staatsobligaties steeg als gevolg van de deflatoire druk. Geld werd schaars en lenen werd daardoor duurder. Ook hadden beleggers minder kapitaal om te beleggen in Amerikaanse staatsobligaties

Figuur 7: Sterke deflatie maakte het leven in de jaren dertig niet goedkoper, inkomens en vermogenstitels zakten immers minstens zo snel in waarde

Figuur 8: Consumptie en export krompen gedurende de Grote Depressie, investeringen werden bij gebrek aan economische activiteit op een zeer laag pitje gezet

Figuur 9: Zowel de import als de export kromp in de jaren dertig van de vorige eeuw

Figuur 10: Er is een sterk verband zichtbaar tussen het BBP en de consumptie