Amerika hekelt protectionistisch gedrag Brazilië

Brazilië heeft een aantal maatregelen doorgevoerd die de import van goederen moeten beperken en die de ontwikkeling van de lokale economie kunnen stimuleren. Zo zijn er invoerheffingen in werking gesteld op tal van industriele producten, zijn er quota opgelegd om d eimport van auto-onderdelen te beperken en zijn er limieten gesteld aan de hoeveelheid auto's die uit Mexico geimporteerd mogen werden. Dat laatste is een directe aanval op de VS, want in Mexico worden veel auto's gebouwd door Amerikaanse merken.

Brazilië kent ook een staatsbank die alsmaar groter wordt en die goedkope leningen verstrekt aan projecten en bedrijven die gebruik maken van lokaal geproduceerde goederen in plaats van importgoederen. De president van Brazilië heeft in haar “Bigger Brazil Program” een aantal belastingvoordelen en regels ingevoerd die het aantrekkelijker maken voor Braziliaanse bedrijven om te produceren in eigen land.

Kritiek

Vanuit de VS is er kritiek geuit op de maatregelen die Brazilië heeft doorgevoerd om haar eigen economie te ondersteunen. Maatregelen zoals importbeperkingen en subsidies voor de eigen industrie zorgen voor concurrentievervalsing, omdat producenten vanuit het buitenland moeilijker kunnen toetreden tot de Braziliaanse markt. De protectionistische aanpak van Brazilië wordt door Washington gezien als een stap terug in een wereld van toenemende globalisering en inteationale handel.

Ron Kirk van het Amerikaanse ministerie van Handel schreef een kritische brief aan de Braziliaanse regering waarin hij stelt dat de nieuwe  invoerheffingen van Brazilië “duidelijk protectionistisch” zijn. De beleidsmakers in Brazilië hebben gezegd dat de maatregelen bedoeld zijn als een tijdelijke buffer om de ontwikkeling van de eigen economie te ondersteunen. De importheffingen en quota's zouden nodig zijn om de Braziliaanse industrie te beschermen tegen 'goedkope arbeid uit China' en 'goedkope dollars uit Amerika'. “We verdedigen onszelf om te voorkomen dat onze eigen industrie verzwakt en dat onze markt overspoeld wordt met importgoederen”, zo verklaarde de Braziliaanse minister van Financiën Guido Mantega in een interview.

Valuta-oorlog

Volgens Mantega is er een 'valuta-oorlog' gaande, waarmee hij doelt op de geldpersfinanciering door de Amerikaanse centrale bank. Door 'monetaire verruiming' van de Federal Reserve onderdrukt Amerika de waarde van de dollar, zodat andere valuta relatief duurder worden. Dat heeft weer tot gevolg dat de Amerikaanse industrie makkelijker goederen kan exporteren en dat de goederen die in andere landen geproduceerd worden duurder worden op de Amerikaanse markt.

De Braziliaanse economie is de zesde grootste ter wereld, tussen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in. Het land is rijk aan grondstoffen en landbouwgrond, maar produceert ook steeds meer goederen voor de eigen economie en voor het buitenland. Het financiële centrum van Sao Paulo is razendsnel gegroeid en laat zien dat de Braziliaanse economie potentie heeft. Na een periode van hoge inflatie en een valutacrisis heeft de Braziliaanse economie zich razendsnel ontwikkeld met een economische groei van gemiddeld 4% per jaar. Naar schatting hebben bijna 35 miljoen mensen in Brazilië zich gedurende deze periode van economische voorspoed opgewerkt naar de middenklasse. Het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking is met omgerekend $13.000 op het niveau van Rusland gekomen. Toch heeft de crisis laten zien dat ook de grootste opkomende markten, ook wel de BRIC-landen genoemd, niet immuun zijn voor een economische terugslag.

Handelsoorlog

Veel Amerikaanse bedrijven onderhouden volgens de Washington Post nauwe banden met handelspartners als China en Brazilië. Veel productiecapaciteit is verplaatst naar de opkomende economieën, waar ook de Amerikaanse consument van heeft kunnen profiteren. Maar nu het wereldwijd crisis is en landen met elkaar strijden om economische groei blijkt de inteationale handel toch minder open te zijn dan eerder werd gedacht. De subsidies op bedrijven die lokaal geproduceerde goederen en machines gebruiken en de heffing op goederen en machines die uit het buitenland komen zijn er overduidelijk op gericht om meer werkgelegenheid in eigen land te houden dat gevoelig is voor outsourcing.

Volgens de Wereldbank is Brazilië geen open economie, omdat het moeilijk zou zijn om er een bedrijf op te starten. Het land wordt door de Wereldbank op plaats 130 gezet van de 185 landen die in de lijst zijn opgenomen. “Het is een moeilijk land om zaken te doen en ze maken het steeds lastiger”, aldus advocaat Flavio Siqueira die zich heeft gespecialiseerd in handel. Hij is van mening dat omslachtige bureaucratie in Brazilië erop gericht is de lokale industrie te beschermen. De lokale belastingregels zouden ook zodanig complex zijn dat multinationals die in Brazilië actief zijn zeer gedetailleerd uiteen moeten zetten welke onderdelen ze importeren en welke ze afnemen bij lokale leveranciers. Dat is belangrijk, omdat de Braziliaanse overheid een extra belasting van 18% heft op eindproducten waar onvoldoende onderdelen in zitten die in eigen land vervaardig zijn. Importeurs zouden volgens de Washington Post ook wel eens klagen over goederen die blijven liggen in de haven omdat formulieren met de verkeerde kleur inkt ingevuld waren of omdat de producten nog niet waren doorgelicht door de Braziliaanse regelgeving.

Brazilië beschermt eigen industrie met importheffingen, importquota en subsidies voor eigen industrie

Gerelateerd: