UBS rapport waarschuwt voor gevaar van hyperinflatie

Het rapport (via Zero Hedge) begint met een stukje geschiedenis, want het fenomeen hyperinflatie is in de vorige eeuw vaak voorgekomen op grote en minder grote schaal. De meest bekende gevallen van hyperinflatie zijn die in Weimar Duitsland in de jaren '20, Hongarije na de Tweede Wereldoorlog en Zimbabwe aan het begin van deze eeuw. Volgens econoom Peter Beholz waren er alleen in de 20e eeuw al 28 verschillende gevallen van hyperinflatie te identificeren. Op Wikipedia kunt u een korte beschrijving vinden van deze gevallen.

In het rapport van UBS wordt terecht opgemerkt dat inflatie en hyperinflatie twee totaal verschillende dingen zijn. Inflatie, gemeten als de prijsstijging van een mandje met goederen en diensten, zorgt voor een zeer geleidelijke waardedaling van het geld en is vaak terug te leiden naar een groei in de totale geldhoeveelheid in circulatie. Natuurlijk speelt ook de omloopsnelheid van het geld hierbij een rol, maar het vertrouwen in de waarde van het geld blijft bestaan. Hyperinflatie wordt door econoom Lack beschreven als een fiscaal fenomeen, dat terug te leiden is tot onhoudbare overheidsfinanciën die gefinancierd kunnen worden door de geldpers van de centrale bank. Beholz kwam tot de conclusie dat het creëren van nieuw geld om het begrotingstekort van de overheid te dichten steeds de reden is voor hyperinflatie. In een hyperinflatie verliest men het vertrouwen in de waarde van het papieren geldsysteem, met als gevolg dat men het geld in een steeds hoger tempo gaat omwisselen voor spullen en financiele activa die als meer waardevast worden beschouwd. Het gevolg daarvan is een zichzelf versterkend en onomkeerbaar proces dat het geld uiteindelijk compleet waardeloos zal maken.

Bezuinigen

Als overheden in crisistijd merken dat het begrotingstekort oploopt zullen ze vaak als eerste aansturen op bezuinigen. Dit is een langdurig en pijnlijk proces, dat gepaard gaat met dalende prijzen, een stijgende werkloosheid en economische krimp. Maar zodra overheden tot de conclusie komen dat bezuinigen niet het gewenste effect oplevert kan ze ervoor kiezen om de schulden gedeeltelijk niet meer terug te betalen (zoals in Argentinie in 2001) of om de geldpers van de centrale bank aan te zetten. Wanneer een land de volledige controle heeft over het geld zal ze doorgaans aansturen op de weg van de minste weerstand, namelijk het aanzetten van de geldpers. Deze methode ondersteunt de markt van staatsobligaties, waardoor de rente zakt naar een lager niveau en de paniek even verdwenen is. Maar als er ondertussen niets wordt gedaan aan het begrotingstekort verliest de bevolking op den duur het vertrouwen in de waarde van het geld.

Volgens het rapport staat hyperinflatie dichter bij deflatie dan bij 'normale' inflatie, omdat het waardeloos worden van het geld gedurende hyperinflatie beschouwd kan worden als het mislukken van een poging deflatie te bestrijden met geldpersfinanciering. Het rapport schrijft dat ook nu het risico van hyperinflatie bestaat in één of meerdere grote valuta. Onderstaande grafiek uit het rapport van UBS laat zien dat de overheidsfinanciën bij de top 10 van landen met de grootste tekorten fundamenteel zijn verslechterd sinds de uitbraak van de financiële crisis in 2008. In de periode van 1990-2007 hadden deze tien landen gemiddeld een begrotingstekort van 3,7% ten opzichte van het BBP. In de crisisjaren van 2009 tot en met 2012 zijn de begrotingstekorten geklommen tot gemiddeld 7,4%. Deze tekorten zijn alleen te dragen bij een even sterke groei van de economie, maar daar is sinds 2008 zeker geen sprake meer van.

Tegelijkertijd zien we ook de wereldwijde monetaire basis snel groeien. Figuur 2 van het UBS rapport laat zien hoe de monetaire basis (gemeten in lokale valuta en gewogen naar BBP) met gemiddeld 10,5% per jaar groeide van 2002-2008. Sinds de val van Lehman Brothers in 2008 is de jaarlijkse toename van de wereldwijde monetaire basis verdubbeld tot 21,6%. In het rapport van UBS wordt opgemerkt dat zowel de begrotingstekorten van verschillende grote landen als de groei van de monetaire basis onhoudbaar zijn geworden. Als overheden niet snel gaan bezuinigen en verschillende centrale banken blijven doorgaan met het ondersteunen van de obligatiemarkt kan hyperinflatie zich voordoen.

VS en VK versus Spanje versus Japan

Uit de data van het IMF maakt econoom Lack op dat er verschillende probleemlanden zijn die een hoge staatsschuld en/of een aanzienlijk begrotingstekort hebben. In het lijstje komen landen voor als de VS, het Verenigd Koninkrijk, Japan en Spanje. Het risico van hyperinflatie in Spanje is uitgesloten, omdat het land behoort tot de muntunie en niet in staat is om via een eigen centrale bank geld te drukken. De Japanse centrale bank kan dat wel, maar omdat dit land een netto exporteur is acht Lack de kans op hyperinflatie hier ook niet zo groot. Het grootste gevaar voor hyperinflatie schuilt volgens het rapport van UBS in de VS en het Verenigd Koninkrijk, landen die een groot begrotingstekort hebben, die geldpers al hebben aangezet en die ook al jaren een tekort hebben op hun handelsbalans (zie onderstaande grafieken). Het aankopen van staatsobligaties door de Britse en Amerikaanse centrale bank geeft een vals signaal af aan de markten, want door deze kunstmatige ondersteuning blijven de rentes op Britse en Amerikaanse staatsobligaties relatief laag en worden de begrotingstekorten en de staatsschulden van deze landen niet als acuut probleem ervaren.

Tekorten op handelsbalans VK en VS sinds 2000 (Bron: Tradingeconomics)

Indicatoren

De kans op hyperinflatie neemt toe als de fiscale situatie verslechtert en centrale banken meer doen om de markt te ondersteunen met lage rente en het opkopen van financiële activa. Volgens het rapport van UBS zijn de begrotingstekorten en het monetaire beleid in het algemeen op het huidige niveau al onhoudbaar. Als de economische omstandigheden ook nog eens verder verslechteren en centrale banken opnieuw moeten ingrijpen met nog meer liquiditeit zal de kans op hyperinflatie alleen maar groter worden.

Goud

Sinds jaar en dag wordt de goudprijs gezien als een soort barometer voor de gezondheid van de economie, de overheidsfinanciën en het geldsysteem. Een stijgende goudprijs geeft een signaal af dat het vertrouwen in het papieren geldsysteem aan het afnemen is en dat er meer geld vlucht richting deze veilige haven. Volgens Lack geeft een plotselinge stijging in de goudprijs een waarschuwing af dat de kans op hyperinflatie aan het toenemen is. Naast goud vinden mensen ook andere vluchthavens, uiteenlopend van grondstoffen tot aandelen, vastgoed, grond en kunst. De obligatiemarkt van het land dat zijn begroting niet op orde heeft verliest dan ook de status als veilige haven.