Waarom de Eurozone zal blijven

Door: Miguel Otero-Iglesias

De euro was en blijft een verschrikkelijk idee, zo is de consensus onder veel Britse en Amerikaanse economen. Van Martin Feldstein aan de rechterkant van het politieke spectrum tot aan Mervyn King in het midden en Paul Krugman en Josephn Stiglitz aan de linkerkant van het politieke spectrum, de conclusie is duidelijk: De Europese monetaire unie was een vergissing en moet daarom ontmanteld worden.

Zo overtuigend als deze ideeën lijken in tijden van een groeiend populisme, ze houden geen rekening met de publieke stemming op het Europese continent, waar de euro nog steeds zeer populair is.

Het is voor mensen buiten de eurozone gemakkelijk om te wijzen op de hoge werkloosheid in Italië, Griekenland en Spanje en de schuld daarvoor neer te leggen bij een “one size fits none” euro. Maar de mensen die leven met de euro zien dat anders.

Meerderheid wil euro behouden

Meer dan twee derde van de bevolking in de Eurozone – zelfs diegene in de landen die het meest getroffen zijn door de crisis – willen de gemeenschappelijke munt behouden. Neem bijvoorbeeld Griekenland. In de herfst van 2005 steunde slechts 46% van de Grieken de euro. Tien jaar en twee pijnlijke en vernederende bijna Grexits verder was dat percentage gestegen tot 70%.

Grieken en andere Zuid-Europeanen weten dat de problemen waar ze nu mee te maken hebben vooral wortels hebben in eigen land. Het verlaten van de euro, zo denken de meesten, zou de situatie alleen maar van kwaad naar erger brengen.

Bijna iedereen aan beide kanten van de Atlantische Oceaan is het erover eens dat de Eurozone – wil ze de volgende crisis overleven – een gezamenlijke fiscale structuur moet hebben: Eurobonds, een gezamenlijke begroting en een overkoepelend ministerie van Financiën voor de Eurozone met een gepast democratisch toezicht.

De meningen verschillen over de politieke haalbaarheid van dit soort maatregelen. In de VS en het Verenigd Koninkrijk geloven de meeste studenten en economen dat de kans dat Duitsland een transferunie zal accepteren en dat Frankrijk fiscale soevereiniteit zal overdragen zeer gering is. En daarom concluderen ze dat het tijd is om te accepteren dat het euro experiment gefaald heeft en dat het tijd is om de scheidingsprocedure in gang te zetten.

Griekenland

Joseph Stiglitz bijvoorbeeld beargumenteert dat Griekenland de eurozone met slechts minimale verstoringen kan verlaten, door een nieuwe ‘elektronische Griekse euro’ te introduceren en door kapitaalcontroles in te voeren. In zijn boek “The Euro: How a Common Currency Threatens the Future of Europe” legt Stiglitz uit dat een elektronische munt het voor de Grieken onmogelijk zal maken om hun spaargeld het land uit te smokkelen of belastingen te ontwijken. Op die manier zou de monetaire soevereiniteit weer teruggegeven kunnen worden aan de Griekse staat.

Wat zorgwekkend is aan het voorstel van Stiglitz is dat hij er niet in slaagt te specificeren of die beslissing het gevolg is van een democratisch proces of dat ze met macht wordt afgedwongen, als een gigantische corralito in de Argentijnse stijl. Aangezien het wantrouwen ten aanzien van de elite in Griekenland zeer groot is zal een dergelijk besluit zeer waarschijnlijk grote sociale onrust veroorzaken.

Tot op heden hebben kapitaalcontroles in Griekenland gewerkt, omdat het land in de Eurozone gebleven is. Als er een exit uit de muntunie in het vooruitzicht lag, dan zou de situatie heel anders zijn.

Waar de suggesties zoals die van Stiglitz geen rekening mee houden is dat Portugal, Spanje, Italië en Griekenland hard hebben gevochten om in de rijke en democratische club van de Eurozone te komen. Ze zullen dit niet snel opgeven. Natuurlijk, de euro heeft een aantal structurele zwakheden die aangepakt moeten worden. Maar ondanks dat heeft de euro zich gedurende de crisis bewezen als een pilaar van stabiliteit. Dat kan niet gezegd worden van de nationale instituten.

Het is belangrijk om te onthouden dat voor de introductie van de euro de meeste mensen in het zuidelijke deel van Europa tenminste 30% van hun bezittingen bewaarden in een harde valuta, soms ook in het buitenland, uit angst voor een devaluatie en het daarop volgende verlies aan koopkracht. Weinig mensen willen terug naar die tijd.

Dit is waarom linkse partijen als Syriza in Griekenland en Podemos in Spanje – en zelfs de separatisten in Catalonië – zich ervan weerhouden hebben om de euro te laten vallen. De enige uitzondering is Beppe Grillo in Italië, maar weinig mensen geloven dat hij serieus is over een Italiaans vertrek uit de eurozone.

Uit de Eurozone?

Vergelijkbare berekeningen in andere landen van de Eurozone maken de meeste voorstellen om uit de muntunie te stappen onrealistisch. Het idee van twee euro’s – één voor de noordelijke landen en één voor de zuidelijke – zoals gesuggereerd is door winnaars van de Lord Wolfson prijs, is niet levensvatbaar. Dat komt omdat Frankrijk in het midden zit en nooit in een muntunie zal stappen met enkel de meer productieve noordelijke landen. Ook zal Frankrijk zich niet willen afscheiden van Duitsland om leiding te mogen geven aan het minder productieve zuidelijke deel van Europa.

Ook zal Duitsland de eurozone niet verlaten, zoals gesuggereerd wordt door Stiglitz en King. Geen enkele Duitse bondskanselier wil de geschiedenis in gaan als diegene die de stekker uit het Europese project trekt. Zoals Merkel duidelijk maakte tijdens de recente crisis: “Als de euro valt, dan valt Europa”. Dit is precies de reden waarom Alternative fur Deutschland zichzelf transformeerde van een anti-euro naar een anti-immigratie partij. Er zijn in Duitsland maar weinig stemmen te winnen met het bekritiseren van de euro.

Hetzelfde is waar in Frankrijk, zoals ook Marine Le Pen van het Front Nationale zich gerealiseerd heeft. Ze praat nu over een gezamenlijke ontmanteling van de euro (een onrealistisch plan) en zal niet doordrukken om Frankrijk als enige uit de muntunie te laten vertrekken.

De Eurozone is niet als Noord-Amerika, waar de Verenigde Staten, Mexico en Canada zich prima redden zonder een gemeenschappelijke munt. De Verenigde Staten is veruit de sterkste economie van deze drie en daarom wordt de handel tussen deze landen voornamelijk in dollars gedaan.

In Europa is de macht meer verdeeld over verschillende landen. En omdat niemand de Amerikaanse dollar wil gebruiken voor handel tussen Europese landen betekent een opsplitsing van de eurozone een terugkeer naar de ‘tirannie’ van de jaren ’80 met de Duitse mark. Dit zou de geest van het ‘Duitse probleem’ weer nieuw leven in blazen. Juist dat zou een bedreiging betekenen voor Europa, niet de euro.

Geld creëert, net als taal, een gevoel van gemeenschap. Zelfs de traumatische ervaring zoals de recente crisis in de Eurozone, kan een band scheppen die verder gaat dan de landsgrenzen. Europeanen die in de Eurozone zitten voelen zich veel meer verbonden met Europa dan de landen daarbuiten.

En in tegenstelling tot wat eerder werd aangenomen laat recent onderzoek zien dat de meeste inwoners van de Eurozone vinden dat er meer solidariteit tussen de landen van de muntunie moet komen. Dit geldt zelfs voor de inwoners van een landen die netto betalen voor dit project, zoals Duitsland.

De euro is niet de oorzaak van de landelijke spanningen die we vandaag de dag zien in Europa. Het bracht ze slechts naar de voorgrond, door de wederzijdse afhankelijkheid van alle Europese landen bloot te leggen. Haal je de gemeenschappelijke munt en de banden die Europeanen aan elkaar binden weg, dan zal Europa als geheel in verval raken en zal het nationalisme sterker worden.

Deze column van Miguel Otero-Iglesias verscheen eerder in het Engels op Politico. Vertaald door Marketupdate.

Lees ook: 

50-euro-pixabay

Waarom de Eurozone zal blijven, een column van Miguel Otero-Iglesias

Gerelateerd:

Frank Knopers

Frank Knopers schrijft sinds 2011 voor Marketupdate. In zijn vrije tijd zit hij vaak op de racefiets.