De Nederlandsche Bank beantwoordt tien vragen over de Nederlandse goudreserve

Ewout Irrgang van de SP kwam onlangs op het idee om de minister van Financiën wat vragen te stellen over de Nederlandse goudvoorraad. Dit verzoek werd gehonoreerd, want eerder deze week gaf de minister schriftelijk antwoord op de tien gestelde vragen. De minister nam daarvoor contact op met de Nederlandsche Bank, die ‘ons’ goud in beheer hebben. De volgende antwoorden werden gegeven door de Jan Kees de Jager:

1. Heeft De Nederlandsche Bank (vanaf nu afgekort tot DNB) een gedeelte van haar goudvoorraad uitgeleend? Zo ja, hoeveel en aan wie?

”Nee, DNB heeft me verteld dat ze sinds 2008 geen goud meer uitlenen.”

2. Waarom staan ‘goud’ en ‘goudvorderingen’ samengevoegd als één positie op het jaarlijkse rapport van de DNB uit 2010? Waarom zijn deze onderdelen niet van elkaar gescheiden?

”DNB volgt de Europese regels die door het Europese systeem van centrale banken, die afspraken hebben gemaakt over hoe de goudvoorraad gewaardeerd moet worden en hoe deze gerapporteerd moeten worden. De post ‘goud en goudvorderingen’ slaan op het fysieke goud dat in de kluis ligt.”

3. Kan de DNB en overzicht geven van al het goud dat is uitgeleend in de afgelopen jaren?

”In de afgelopen jaren is er geen goud uitgeleend.”

4. Waar ligt het Nederlandse goud opgeslagen? Indien meerdere locaties, hoeveel op elke locatie?

”De DNB voert een beleid om de goudvoorraad te spreiden. Zo ligt er goud opgeslagen in New York, Ottawa, London en Amsterdam.” (DNB maakt niet duidelijk hoeveel er op elke locatie ligt)

5. Wat was de reden voor de DNB voor het verkopen van een gedeelte van ons goud in het verleden (toen de goudprijs nog heel laag stond heeft Nout Wellink een substantieel deel van de voorraad verkocht)? Zijn opslagkosten een reden om te verkopen? Hoeveel kost het opslaan van het goud?

”Door goud te verkopen heeft DNB haar goudpositie afgestemd op die van andere landen die ook een grote goudvoorraad aanhouden. Opslagkosten speelden geen rol, omdat die relatief gezien vrij laag zijn. De totale opslagkosten die DNB heeft aan de verschillende locaties waar ons goud opgeslagen ligt zijn in de orde van grootte van een paar honderdduizend euro. De opslagkosten verschillen per locatie.”

6. Kunt u bevestigen dat de DNB sinds 1991 ongeveer 1100 ton van de totale voorraad van 1700 ton (ongeveer 2/3 deel) heeft verkocht?

”Sinds 1991 is er inderdaad voor 1100 ton aan goud verkocht. De DNB kwam destijds tot de conclusie dat het teveel goud in bezit had ten opzichte van de centrale banken in andere landen (welke landen er bedoeld worden blijft onduidelijk) en dat de voorraad weer afgestemd (lees: verkleind) moest worden op die van de ‘andere belangrijke landen’ die een goudvoorraad hebben. De opbrengsten van de goudverkoop zijn geïnvesteerd in financiële activa die inkomsten uit rente bieden. Vergeleken met de ontwikkeling van de goudprijs, die sinds 2001 aan een sterke opmars is begonnen, heeft DNB in totaal ongeveer 30 miljard aan waarde misgelopen door het goud in te ruilen voor andere financiële activa. Daar gaat nog wel een bedrag van af dat uit rente is binnengekomen, rendement dat je met fysiek goud niet hebt. Dat de DNB rendement heeft misgelopen door goud tegen een zeer lage prijs te verkopen komt volgens DNB door de sterke volatiliteit in de goudprijs (lees: sterk gestegen goudprijs).”

7. Hoeveel van de Nederlandse staatsschuld is in de afgelopen 20 jaar afgelost met de opbrengsten uit de goudverkoop? Is de DNB van mening dat de duurzaamheid van de staatsschuld wordt verbeterd door tegelijkertijd goud te verkopen en schuld af te lossen?

”Het goud is een bezitting van de DNB. De opbrengsten uit verkoop van goud worden weer opnieuw geinvesteerd in andere financiele activa en worden dus niet gebruikt om de staatsschuld te verlagen. Het rendement dat DNB haalt op haar bezittingen vloeit terug naar de staatskas in de vorm van dividend.”

8. Wat is naar uw mening de functie van het hebben van een goudvoorraad?

”DNB’s goudpositie functioneert als de ultieme reserve en dient als anker ten tijde van financiële crises. Daaaast biedt goud een vorm van diversificatie voor de totale bezittingen van de bank.”

9. Hoe groot is de omvang van de markt voor fysiek goud en voor de markt van goudderivaten en hoe verhouden deze zich tot elkaar? Wat zijn de mogelijke consequenties van de huidige verhouding tussen fysiek goud en ‘papieren’ goud?

”De afmeting van de fysiek goudmarkt en die van de derivatenmarkt zijn niet eenvoudig met elkaar te vergelijken vanwege verschillende methodes om het te meten. Voor de handel in fysiek goud wordt de totale omzet op de grootste markt (Londen) bijgehouden, die was volgens de LBMA $136 miljard in de tweede helft van 2010. Voor de derivatenmarkt is de onderliggende waarde van de contracten (swaps, futures en opties) van belang. Deze hadden in de tweede helft van 2010 volgens de Bank of Inteational Settlements een totale omvang van $396 miljard. In het algemeen kun je stellen dat de derivatenmarkt in goud bijdraagt aan efficiënte prijzen.”

10. Kunt u bevestigen dat een aantal landen de laatste tijd haar voorraad van fysiek goud heeft vergroot? Kunt u deze ontwikkeling verklaren?

”De kopers van goud zijn vooral de ontwikkelende landen die een sterke groei hebben gezien in hun reserves. Deze landen hebben vaak een zeer kleine positie en goud en willen deze uitbreiden. In de afgelopen tien jaar hebben verschillende landen ook goud verkocht, zoals Spanje, Zwitserland, Groot-Britannië en Frankrijk).”

Echt veel wijzer zijn we er dus niet van geworden, maar het is goed om van de Nederlandsche Bank te horen dat goud ”de ultieme reserve is en een anker in tijden van financiele crisis”. Dat kunnen we, gezien het verleden, zowel op het niveau van landen als op het niveau van het individu beamen. Bekijk ook onderstaande video over Wellink tussen ‘onze’ goudstaven, een voorraad die officieel 615,5 ton groot is. Daarmee staat ons land wereldwijd op de elfde plek wat betreft de absolute omvang van de goudreserve.

Wellink voelt zich thuis tussen de goudstaven

De Nederlandsche Bank