Grafiek: Van goud naar valutareserves

De volgende grafiek uit een IMF rapport van 2006 laat zien dat we de afgelopen decennia een nieuw pad zijn ingeslagen. Voor 1971 was fysiek goud nog de belangrijkste reserve van centrale banken (uitgedrukt in valuta), maar sinds 1980 werd die rol steeds verder naar de achtergrond gedrukt. Valutareserves stapelden zich op, terwijl de goudcomponent kleiner werd door stelselmatige verkoop van goud door centrale banken en door de daling van de goudprijs die daar het gevolg van was.

“De verschuiving van goud naar buitenlandse valuta was onderdeel van een bredere herverdeling richting activa die – zo dacht men – een meer aantrekkelijke balans gaf tussen risico en rendement”, zo schrijft het IMF in de toelichting.

De verschuiving van goud naar valutareserves

De verschuiving van goud naar valutareserves

Hoewel valutareserves volgens sommigen een beter ‘risico-gewogen rendement’ boden, besloten centrale banken wereldwijd vanaf 2009 toch meer goud te kopen. Europese centrale banken, die naar verhouding over zeer grote goudvoorraden beschikten, bouwden hun verkopen tussen 1999 en 2009 langzaam af. Ook hebben zij in 1999 afgesproken de jaarlijkse goudverkopen te limiteren en de leasing activiteiten af te bouwen. Komt goud weer terug als wereldreserve? En welke implicaties heeft dat voor al die valutareserves?