In zes op de tien gevallen van onderwaarde is de huiseigenaar jonger dan 40 jaar. De jongste huiseigenaren kochten hun woning vvlak voor of vlak nadat de huizenprijzen begonnen te dalen. De oudere huizenbezitters kochten hun woning toen de prijs nog lager stond, maar ook heeft deze groep vaak al een groot gedeelte van de hypotheekschuld afgelost.

Vooral de jonge huiseigenaren zitten in de gevarenzone, want op de hoogtijdagen van de huizenmarkt was ongeveer de geld van alle nieuwe hypotheken van het aflossingsvrije type. De hoofdsom van deze hypotheekvorm blijft onveranderd, omdat alleen de rente wordt afgelost. Deze hypotheken werden destijds massaal verkocht met het idee dat er altijd overwaarde zou ontstaan en de eigenaar makkelijk van het huis af zou kunnen komen. Met een verdere daling van de huizenprijzen kunnen deze huiseigenaren ook in de problemen komen, zeker als ze hun inkomen kwijtraken.

Van alle huizenbezitters onder de 40 jaar heeft 60% onderwaarde, voor jonge starters tussen de 25 en 30 jaar is de woningwaarde zelfs in driekwart van de gevallen lager dan de hypotheekschuld. Het andere uiteinde zijn de 65-plussers die van hun pensioen kunnen gaan genieten. Van deze leeftijdscategorie kijkt slechts 2% tegen onderwaarde aan.

Hoge restschulden

Als de huizenprijzen dalen loopt het al gauw in de papieren, want een restschuld van tienduizend(en) euro's is zo gemaakt. Onderstaande grafieken van het CBS laten zien dat vooral jonge huiseigenaren gemiddeld veel restschuld hebben. Gemiddeld heeft een starter tot 25 jaar al €21.000 onderwaarde, maar in sommige gevallen kan dat verlies nog veel groter zijn. In absolute zin is de hypotheekschuld het grootste bij de leeftijdscategorie van 25 tot 35 jaar. Voor deze huishoudens ligt de gemiddelde restschuld op bijna €30.000. Tegenover iedere woningbezitter in deze categorie die geen restschuld heeft kan een huishouden staan dat meer dan €50.000 onder water staat. Vanaf deze leeftijd loopt de gemiddelde restschuld gelijkmatig af, tot slechts €1.000 gemiddeld voor huiseigenaren van 75 jaar en ouder.

Met deze cijfers in het achterhoofd kunt u wel nagaan hoe snel de collectieve onderwaarde kan oplopen bij een verdere daling van de huizenprijzen.

Verdubbeling percentage huishoudens met restschuld (Bron: CBS)

Bij een restschuld kan het snel in de papieren lopen (Bron: CBS)