Door de negatieve rente zien steeds meer banken zich genoodzaakt om vermogende spaarders een boeterente in rekening te brengen, omdat de kosten anders te zwaar drukken op de winstgevendheid van banken. In Zwitserland moeten vermogende spaarders bij sommige banken boven een bepaalde grens al rente betalen, maar nu beginnen ook Duitse spaarbanken dit voorbeeld te volgen.

Vorig jaar kwamen Raiffeisen Gmund am Tegernsee en de Volksbank Stendal al in het nieuws met een boeterente van 0,4% voor alle spaartegoeden boven de €100.000, maar nu komt daar nog een derde bank bij. Het Duitse Handelsblatt schrijft dat ook Sparda Bank een negatieve rente van 0,4% in rekening wil brengen voor vermogende spaarders.

Negatieve rente

Vanaf september zal ook deze bank voor alle spaartegoeden boven de €100.000 een negatieve rente van 0,4% in rekening brengen. Die boeterente zal ieder kwartaal in rekening worden gebracht bij de pakweg 5.000 spaarders die meer dan een ton op hun bankrekening hebben staan. Volgens cijfers van de bank is dat ongeveer één procent van alle rekeninghouders.

De Sparda Bank is dus niet de eerste bank Duitse bank die de negatieve rente van de ECB doorberekent, maar het is wel de eerste grote bank die deze gewaagde stap zet. Gemeten naar het balanstotaal is het de vijftiende grootste bank van Duitsland, terwijl de Volksbank Stendal en de Raffeisenbank Gmund respectievelijk op plaats 730 en 816 komen in de top 1.000 van grootste banken van Duitsland.

Het rentebeleid van de ECB en het verscherpte toezicht zetten de Duitse bankensector flink onder druk. Volgens berekeningen van Barkow Consulting heeft de Duitse bankensector vorig jaar voor in totaal €1,1 miljard aan negatieve rente moeten afdragen aan de ECB. Het rentebeleid van de ECB tast vooral de kleine spaarbanken aan, omdat die relatief weinig inkomsten hebben om de boeterente op te vangen. Het gevolg is dat deze kleine banken moeten fuseren om kosten te besparen of de negatieve rente moeten doorberekenen aan spaarders. Beide effecten zijn ongewenst, maar niet minder dan een logisch gevolg van het monetaire beleid van de ECB.

Minder spaarbanken

De Duitse Bundesbank publiceerde in mei een rapportage over de ontwikkeling van het Duitse bankenlandschap. Daarbij viel op dat er opnieuw minder banken en financiële instellingen waren dan een jaar geleden en dat vooral het aantal spaarbanken daalde.

Volgens Adreas Dombret van de Duitse Bundesbank is dat geen toeval, omdat vooral de kleine Duitse spaarbanken hard geraakt zijn door de crisis. In een toespraak eerder dit jaar waarschuwde hij dat het verdienmodel van de kleine spaarbanken fundamenteel wordt aangetast door de extreem lage rente en door de toegenomen kosten voor toezicht. Het strenge toezicht, dat bedoeld is om grote banken in de gaten te houden, blijkt vooral voor de kleine en relatief veilige spaarbanken een grote last te zijn.

Alternatieven voor sparen

Sparen levert vandaag de dag zowel voor de bank als voor de spaarder weinig meer op. Nu het taboe op negatieve rente doorbroken is zullen waarschijnlijk meer banken de stap durven te zetten richting negatieve rente. De vrees dat spaarders dan massaal geld weghalen was misschien te voorbarig, want Raiffeisen Gmund am Tegernsee zag naderhand het aantal rekeninghouders juist toenemen. Blijkbaar is er ook onder spaarders een grote behoefte aan de veiligheid en het gemak van spaargeld, ook als daar kosten aan verbonden zijn.

Een negatieve rente betekent wel dat er meer spaargeld richting alternatieven zal gaan, zoals aandelen, vastgoed of edelmetalen als goud en zilver. Historisch gezien profiteert goud van negatieve reële rente, een situatie waarbij de inflatie hoger is dan de rente.

Logo_Sparda-Bank_West_eG

Negatieve rente bij Duitse Sparda Bank