China en Japan willen eigen valuta gebruiken

De twee grootste economieën van Azië hebben besloten om hun eigen valuta meer te gaan gebruiken in onderling handelsverkeer. Volgens het Japanse ministerie van Financiën wordt nu in 60% van de transacties de Amerikaanse dollar gebruikt. De landen willen met deze actie hun valutarisico verkleinen.

De nieuwe overeenkomst tussen de Chinese en Japanse overheid markeert een nieuwe stap in de wereldwijde valuta-oorlog. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de Amerikaanse dollar de wereldreservemunt, de valuta die in alle landen van de wereld gebruikt wordt om internationale transacties te verrichten. Alle grondstoffen – inclusief olie – worden vandaag de dag voornamelijk in dollars afgerekend, waarmee de Amerikaanse valuta op kunstmatige wijze ondersteund wordt. Bedrijven en beleggers hebben immers veel Amerikaanse dollars nodig om transacties uit te voeren. Een neveneffect daarvan is ook dat de dollar hierdoor een premium heeft als de meest liquide valuta in de wereld.

Omdat Amerika het monopolie heeft op het drukken van dollars kende dit land decennia lang een ongekend hoog welvaartsniveau, maar sinds de uitbraak van de grote wereldwijde financiële crisis in 2008 is het bedrijfsmodel van Amerika steeds meer onder druk komen te staan. De enorme begrotingstekorten van de Obama regering (al drie jaar op rij groter dan $1.000 miljard), het goedkope geld van de Federal Reserve via lage rente en ‘kwantitatieve verruiming’ en de bailout-cultuur van de Amerikaanse overheid hebben de status van de Amerikaanse dollar als wereldreservemunt de laatste jaren geen goed gedaan.

Diversificatie

Als gevolg hiervan hebben verschillende landen al initiatieven ontplooid om hun afhankelijkheid van de Amerikaanse dollar te verkleinen. Zo wilde de Irakese dictator Saddam Hussein zijn olie laten afrekenen in euro’s in plaats van Amerikaanse dollars, werkte Muammar Gaddafi van Libië aan een door goud gedekte valuta als reservemunt voor het hele Afrikaanse continent, pleitte de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad ook voor het verhandelen van olie in euro’s in plaats van Amerikaanse dollars en spraken China en Rusland af om onderlinge handel in de eigen valuta te stimuleren.

China en Japan willen de rol van de dollar verkleinen

De volgende stap komt van China en Japan, die hun eigen valuta nu een prominentere positie willen geven ten koste van de Amerikaanse dollar in de onderlinge handel. China is de grootste handelspartner van Japan met in totaal 26.500 miljard Yen (omgerekend €260 miljard) aan totaal handelsverkeer. Dat is aanmerkelijk meer dan tien jaar geleden, toen het handelsverkeer tussen de twee landen ongeveer 9.200 miljard Yen (naar de actuele wisselkoers ruim €90 miljard) groot was. Vanwege de enorme omvang van de handel tussen de twee Aziatische landen wordt deze nieuwe overeenkomst gezien als het meest significante handelsverdrag dat China de laatste jaren heeft gesloten. Dat zijn tenminste de woorden van Ren Xianfang, een in Beijing gevestigde econoom van IHS Blobal Insight Ltd.

Aansluitend met de overeenkomst om meer yen’s en yuan’s te gebruiken in het onderlinge handelsverkeer sprak Japan ook haar plan uit om de yuan’s die het ontvangt uit export van goederen naar China deels te investeren in Chinese staatsobligaties. China kondigde op haar beurt ook een valuta swap ter grootte van 70 miljard yuan (omgerekend €8,48 miljard) aan, waarmee het Thailand stimuleert om ook de Chinese valuta te gebruiken in het handelsverkeer met Aziatische partners.

De strategie van Japan en China om meer samen te werken en de afhankelijkheid van de Amerikaanse dollar te verkleinen moeten de handel tussen en de onderlinge investeringen in de twee landen verder stimuleren, aldus de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Hong Lei. ”Het versterkt de mogelijkheden van de regio om zich te beschermen tegen risico’s en uitdagingen”.

De Japanse premier Noda en de Chinese premier Jiabao bereiken belangrijke handelsovereenkomst (afbeelding van Bloomberg)

Frank Knopers

Frank Knopers studeerde bedrijfswetenschappen aan de Universiteit Twente in Enschede en behaalde een Master in Financial Management met een onderzoek naar de effectiviteit van waardebeleggen (value investing) in Nederland. Sinds het uitbreken van de financiële crisis is Frank zich gaan verdiepen in de werking van het geldsysteem.