De prijzen van bestaande koopwoningen in Nederland zijn in zeven jaar niet zo snel gestegen als in de maand september. Vergeleken met dezelfde maand van vorig jaar waren de huizenprijzen volgens de cijfers van het Kadaster gemiddeld 3,5% hoger. Nadat de woningmarkt in de zomer van 2013 een bodem bereikte is er weer een opwaartse trend zichtbaar, die voornamelijk aangejaagd werd door een dalende rente en door stimulerende maatregelen van de overheid. Denk aan een verlaging van de overdrachtsbelasting, een hogere belastingvrije schenking en een lager belastingtarief voor verbouwingen aan het huis.

Door de daling van de huizenprijzen en de lage rente is het in veel gevallen al goedkoper om een huis te kopen dan om te huren. Toen eindelijk ook het consumentenvertrouwen aansterkte durfden meer starters daadwerkelijk de stap naar het kopen van een huis te zetten. De grootste prijsstijging was zichtbaar in Amsterdam, waar de huizenprijzen momenteel 10% hoger liggen dan tijdens het derde kwartaal van vorig jaar. Ook in andere grote steden zoals Rotterdam, Den Haag en Utrecht stegen de prijzen meer dan gemiddeld.

Lenen wordt moeilijker

Terwijl de huizenprijzen weer stijgen wordt het voor starters steeds moeilijker om een huis te kopen. Het maximaal te lenen bedrag daalt al jaren en dat betekent dat starters vaker eigen geld mee moeten nemen om een huis te kunnen kopen. Ook houden banken meer rekening met een eventuele studieschuld, waardoor een deel van de potentiële huizenkopers met een goede baan de financiering toch niet rond krijgt.

5003_fullimage_BRK

Kadaster ziet grootste stijging huizenprijzen in zeven jaar