In de aanloop naar de introductie van de euro hebben verschillende Europese centrale banken een aanzienlijk deel van hun goudvoorraad verkocht. Vooral de landen die veel goud hadden in verhouding tot het aantal inwoners en de omvang van hun economie, brachten achter de schermen gecoördineerd honderden tonnen van het gele metaal op de markt. Dat gebeurde vaak via de Bank voor Internationale Betalingen in Basel, de bank waar centrale banken vertrouwelijk goud kunnen kopen en verkopen.

Via het Goudstudieforum werden we geattendeerd op een artikel dat op 27 maart 1993 verscheen in de NRC. Het stuk is al meer dan 22 jaar oud, maar het bevat zoveel interessante stukjes informatie dat we het graag nog eens onder de aandacht willen brengen. Het geeft ons inzicht in hoe de goudtransacties tussen centrale banken verlopen en in de manier waarop de centraal bankiers van die tijd naar hun goudreserve keken. We lichten een aantal fragmenten uit het artikel en voorzien deze van een korte toelichting.

Vorig jaar zomer wist de president van De Nederlandsche Bank, dr. W. Duisenberg, minister Kok van Financiën van de noodzaak te overtuigen om een kwart van de goudreserve op de markt te brengen: “De tijd is rijp.’ Een deel van het Nederlandse goudoverschot is hoogstwaarschijnlijk eind vorig jaar verkocht aan de Volksrepubliek China.

De totale goudreserve van Nederland had begin jaren negentig een omvang van ongeveer 1.750 ton, bijna drie keer zoveel als de 612 ton waar Nederland nu over beschikt. In de jaren zestig heeft de Nederlandsche Bank onder leiding van Jelle Zijlstra grote hoeveelheden dollars tegen de kunstmatig lage goudprijs van $35 per troy ounce omgewisseld voor goudstaven. Nederland verkocht voor de introductie van de euro een groot deel van haar goudreserve, omdat ze na de toetreding tot de Europese Muntunie de controle over de goudvoorraad uit handen zou geven. Centrale banken die zijn aangesloten bij het Eurosysteem mogen alleen met goedkeuring van de ECB goud kopen of verkopen. De DNB had dus tot 1999 de tijd om een deel van haar goudreserve op de markt te brengen.

goudvoorraad dnb

“Het staat voor 99 procent vast dat de Volksbank van China een van de kopers van het Nederlandse goud is geweest”, zegt Philip Klapwijk van Gold Fields Mining Services, een met de Zuidafrikaanse goudmijnen verbonden instituut in Londen dat gespecialiseerd is in onderzoek naar de goudmarkt. Ook andere Londense goudhandelaren hebben sterke vermoedens dat China bij de goudtransactie van De Nederlandche Bank betrokken was. “We hebben opgemerkt dat de Chinese centrale bank de afgelopen maanden goud heeft gekocht”, zegt John Coley van de Londense goudhandelaar Sharp Pixley en woordvoerder van de London Bullion Market Association.

We denken dat China pas de laatste jaren begonnen is met goud kopen, maar niets is minder waar. De Chinese goudaankopen begonnen al aan het begin van de jaren negentig, toen het land in economisch opzicht nog maar een dwerg was in vergelijking met het China van nu. Ook is opvallend dat de goudaankopen in het geheim plaatsgevonden, want de centrale bank rapporteerde ook toen niet aan het IMF over haar goudreserve.

Op 29 september stuurde Duisenberg een brief aan Kok waarin hij uiteenzette dat de de verkoop bedoeld was om de omvang van de goudreserves “”meer in overeenstemming te brengen met die van andere belangrijke goudhoudende landen”. De verkoop mocht niet tot vertrouwensverlies in de gulden leiden, niet dienen om de staatskas met de opbrengst te spekken en mocht niet leiden tot verstoring van de goudmarkt. “”Een zeer hoge mate van geheimhouding is daarom geboden”, schreef Duisenberg.

Uit deze passage halen we een aantal belangrijke elementen. Duisenberg zegt dat de verkoop van goud bedoeld is om de goudvoorraad meer in overeenstemming te brengen met andere landen. Vervolgens blijkt dat (een deel van) het goud verkocht werd aan China, een land dat toen over relatief weinig goud beschikte. Niet alleen Nederland verkocht veel goud, want onder het Washington Agreement deden ook veel andere Europese centrale banken grote hoeveelheden goud in de verkoop…

gold-sales-european-central-banks

Goudverkopen door centrale banken sinds 2000 (Bron: Victor the Cleaner)

Ook blijkt uit bovenstaande passage de onafhankelijkheid van de Nederlandsche Bank. De opbrengst van het goud mocht onder geen beding terugvloeien in de staatskas, omdat dat uitgelegd zou kunnen worden als een vorm van directe monetaire financiering. Dat was ten strengste verboden en dat zou ook het imago van de Nederlandse gulden als ‘harde valuta’ aantasten. Ook blijkt uit de passage dat centraal bankiers de goudmarkt niet willen beïnvloeden met hun transacties. Daarom spraken verschillende centrale banken in 1999 in het Washington Agreement een plafond af voor de jaarlijkse verkoop van goud.

De Nederlandsche Bank schakelde de Bank voor Internationale Betalingen in om de goudtransactie zo geheimzinnig mogelijk te laten verlopen. Daardoor zou het voor marktpartijen lastiger te traceren zijn wie de koper en verkoper van het goud is. Ook werd een deel van de verkoop volgens Philip Klapwijk (ook toen al werkzaam in de goudmarkt) buiten de markt om gedaan, omdat de goudprijs ten tijde van de transactie veel minder bewoog dan je zou mogen verwachten als een centrale bank opeens 400 ton goud op de markt brengt. Dat roept de vraag op hoeveel meer goud er sindsdien buiten de markt om verhandeld is door centrale banken, want de BIS doet wereldwijd zaken…

Het voordeel van de BIB is dat deze als “centrale bank van de centrale banken’ anonimiteit garandeert en rechtstreeks toegang geeft tot de centrale banken van de aangesloten landen in Oost- en West-Europa, alsmede Australië, Canada, Japan en Zuid-Afrika. Een Londense handelaar oppert dat De Nederlandsche Bank de centrale bank van een andere lidstaat van de BIB heeft gebruikt om het goud op de markt te brengen. Dat zou de centrale bank van Zuid-Afrika kunnen zijn geweest, waarvan goudhandelaren niet verrast opkijken als deze grote partijen aanbiedt. Zuid-Afrika is heel actief op de termijnmarkt voor goud. De BIB heeft daarbij als “sluis’ gefungeerd.

“Een deel van de verkoop is buiten de markt omgegaan”, meent Philip Klapwijk van Goldfield Mining Services. Hij zegt tot deze conclusie te zijn gekomen omdat de goudprijs eind vorig jaar weliswaar iets daalde, maar veel grotere fluctuaties zou hebben vertoond als 400 ton zou zijn verkocht – ook als het aanbod gesplitst zou zijn in kleine partijen.

Waarom uitgerekend China het Nederlandse goud kocht? Het NRC schreef daar in 1993 al het volgende over…

Via de BIB is waarschijnlijk ook het contact gelegd met de Volksbank van China als afnemer. Waarom uitgerekend de Volksrepubliek China? Chinezen houden van goud, zegt een deskundige en hij verwijst naar de enorme Taiwanese goudaankopen in 1987. Ten tweede beschikt de Volksrepubliek als gevolg van de spectaculaire economische groei over grote dollaroverschotten. En ten derde is van China bekend dat het bezig is zijn reserves op te bouwen om deze meer in overeenstemming te brengen met de omvang van het bruto nationale produkt.

Wat China vandaag de dag doet (goud kopen en dollarreserves afbouwen) speelde dus ook twintig jaar geleden al. Als opkomende economische supermacht had China goud nodig, terwijl Nederland meer dan genoeg goudreserves in de kluis had liggen.

Toen bekend werd dat Nederland bijna een kwart van haar goudreserve voor een relatief lage goudprijs verkocht had volgden natuurlijk Kamervragen. De Nederlandsche Bank gaf hierop de volgende verklaring af…

Het verweer van De Nederlandsche Bank – zoals verwoord in antwoorden van de minister van financiën op Kamervragen – is dat een centrale bank geen beleggingsfonds is. De goud- en deviezenreserves zijn niet bedoeld om een maximaal rendement te behalen, maar om een deugdelijk wisselkoersbeleid te voeren en om het vertrouwen in de gulden zeker te stellen. Daardoor is het noodzakelijk om ook valuta aan te houden die een laag rendement opleveren. Ook het goud wordt niet aangehouden voor speculatie, maar het vormt een hoeksteen van het monetaire beleid van Nederland als grote goudhoudende natie. Bij de beslissing over het moment waarop een deel van het goud verkocht werd, speelde de hoogte van de goudprijs dan ook geen enkele rol.

Centrale banken zijn geen beleggingsfondsen en hun besluiten worden dan ook niet uitsluitend op economische gronden genomen. Dat de goudprijs zelfs geen enkele rol speelde zegt in feite al genoeg. Er was een andere reden waarom er goud op de markt werd gebracht…

goud-kluis

Met de komst van de Euro kreeg goud een andere rol op de balans van centrale banken. Anders dan de Federal Reserve, die het nog steeds waardeert op $42,22 per troy ounce, waardeert de ECB haar goudvoorraad al sinds 1999 ieder kwartaal naar de actuele marktprijs. Het idee erachter heb ik in eerdere artikelen al eens besproken, maar het komt er kort gezegd op neer dat voor een transitie van dollarreserves naar goudreserves er een breed draagvlak nodig is. Een land als China zou een dergelijke transitie nooit ondersteunen als ze niet zelf over een significante goudvoorraad beschikte.

De goudvoorraden van centrale banken zijn misschien nog wel het beste te vergelijken met de fiches op een pokertafel. Het aantal fiches is in zekere zin constant, maar wisselt eens in de zoveel tijd van eigenaar. Begin jaren negentig waren de goudvoorraden vrij ongelijkmatig verdeeld. De Verenigde Staten en Europa beschikten over zeer grote goudreserves, terwijl de centrale banken van opkomende economieën in Azië maar heel weinig goud op de balans hadden staan.

China beschikt op dit moment officieel over een goudreserve van 1.743 ton en blijft maand in maand uit goud kopen. Met ingang van afgelopen zomer is de People’s Bank of China ook begonnen haar goudreserve naar marktprijs te waarderen.

Het is echter niet met honderd procent zekerheid te zeggen of de goudvoorraad van 1.743 ton wel de volledige Chinese goudvoorraad is. In de laatste alinea van het artikel van de NRC lezen we de volgende passage…

Vermoedelijk zal de stijging van de goudreserves van China nooit zichtbaar worden. In de statistieken die het Internationale Monetaire Fonds hierover bijhoudt, staat voor China al tien jaar dezelfde hoeveelheid goud genoteerd, toevalligerwijs ongeveer 400 ton. China-deskundigen weten evenwel dat de Volksbank over een tweede, geheime goudvoorraad beschikt, die als “niet-monetair goud’ buiten de statistieken wordt gehouden. Als een deel van de goudreserves van De Nederlandsche Bank daaraan is toegevoegd, zoals men vermoedt, zal niemand dat officieel ooit te weten komen.