Column: Van wie is ons geld?

Lou Keune

Burgerinitiatief Ons Geld

14 oktober is het zover. Dan zal er een eerste parlementaire behandeling plaatsvinden van het Burgerinitiatief Ons Geld. Leden van de Commissie Financiën van de Tweede Kamer gaan in een hoorzitting een gesprek aan met vertegenwoordigers van de Stichting Ons Geld, met enkele andere deskundigen, en met theatermaker George van Houts die samen met Pierre Bokma en andere acteurs en met groot succes het stuk De Verleiders op de plank wist te krijgen. Dit oriënterend gesprek kan uitmonden in een besluit van de Commissie om daadwerkelijk het voorstel van Ons Geld in behandeling te nemen.

Dit initiatief wordt door ruim 120.000 mensen ondersteund. Dat zijn mensen die zich ernstig zorgen maken over het huidige geldstelsel. Die zorgen worden geïntensiveerd door de gang van zaken bij de financiële crisis die zich openbaarde na de val van Lehman Brothers in 2008. Vele banken, dikwijls systeembanken, en andere financiële instellingen, kwamen in grote problemen. Dat gaf aanleiding tot grootschalige financiële interventies van overheden om de banken te ondersteunen. De gevolgen daarvan laten zich dagelijks voelen, zie bijvoorbeeld de bezuinigingen in de zorg en bij de politie en de problemen die dat veroorzaakt in het dagelijkse leven van veel Nederlanders.

Geldschepping

De steen des aanstoots is het systeem van geldschepping. De meeste mensen denken nog steeds dat geld geschapen wordt door alleen de centrale banken. Dat is al lang niet zo. Het overgrote deel van het geld is gecreëerd door de particuliere banken. Dat wordt geïllustreerd door bijgaande grafiek. Nu denken mensen bij geld aan die papiertjes en munten waarmee veel dagelijkse betalingen worden gedaan. Dat ‘chartaal’ geld wordt alleen door de centrale banken voortgebracht. Bij particuliere geldcreatie gaat het om ‘giraal’ geld, dat eigenlijk niet meer is dan boekhoudkundige aantekeningen op rekeningen van banken over uitstaande leningen en tegoeden. Als ik een hypotheek wil afsluiten en de bank is het daar mee eens, dan opent de bank voor mij een tegoed voor het benodigde bedrag. Tegelijkertijd opent de bank een rekening waarop haar vordering op mij te boek staat. Zo blijven bij de bank debet en credit in evenwicht. Het essentiële punt is dat de bank zelf beslist of zij dit geld in omloop brengt. En dat geld komt in feite uit het niets, een wonder waarover mensen als Galilei en Newton en Einstein waarschijnlijk niet uitgestudeerd zouden raken.

aa.jpg

Ontwikkeling geldhoeveelheid in Nederland (Bron: RABO Bank)

Liberalisering

De liberalisering van de economie zoals die begon in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw (Thatcher, Reagan) had vele vormen. Privatisering, deregulering, bezuinigingen, vermarkting van publieke diensten als zorg en vervoer, flexibilisering, vrijhandel, en de verdere monetarisering van de economie, dat zijn wel de bekendste. Dat proces gaat nog steeds door, is staand beleid, zeker ook binnen transnationale instellingen als de EU, de ECB en het IMF. Zie bijvoorbeeld het herstructureringsprogramma dat de Trojka heeft opgelegd aan Griekenland.

In de begintijd van die liberalisering ging het vooral om structurele aanpassing van de economieën in vele ontwikkelingslanden. Deze landen konden een schuldenregeling krijgen onder voorwaarde van de doorvoering van een structureel aanpassingsprogramma dat ontworpen zo niet gedicteerd werd door de Wereldbank en het IMF. De gevolgen daarvan zijn in veel landen negatief geweest. Bijvoorbeeld waarschuwde UNICEF in die tijd voor stijgende kindersterfte, zie het befaamde rapport uit de jaren tachtig Adjustment with a Human Face. Lokale economieën werden nog kwetsbaarder dan zij al waren. Zo werden lokale bedrijvigheden weggeconcurreerd door buitenlandse ondernemingen of door goedkope importen. En ook zijn er vele en tragische voorbeelden van ‘landroof’ als gevolg van opkopingen door buitenlandse ondernemingen van grote lappen grond. Met name binnen IMF en Wereldbank is sinds de eeuwwisseling veel zelfkritiek bovengekomen. Dat weerspiegelt zich o.a. in de actuele politiek t.a.v. Griekenland: waar de EU en de ECB het accent leggen op bezuinigingen en privatiseringen, bepleit het IMF allereerst het kwijtschelden van schulden. Hoe dan ook, liberalisering is staand beleid geworden, zeker binnen de EU. De gevolgen van het Trojka beleid in Griekenland doen zeer denken aan wat in de vorige eeuw zich afspeelde in veel ontwikkelingslanden: toenemende armoede, uitholling van publieke diensten, verlies van zeggenschap en autonomie.

Financialisering

Financieringscriteria vormen de leidraad in dat beleid. Deze financialisering van de economie (dus dat financiële maatstaven dominant worden bij economische beslissingen, alsook dat financiële instellingen ‘institutioneel’ dominant zijn) kenmerkt de huidige wereldeconomie. Dit ondanks initiatieven om andere maatstaven en belangen meer gewicht te doen krijgen, zie bijvoorbeeld de nieuwe 2030 Agenda voor Duurzame Ontwikkelingsdoeleinden van het UNDP, bekrachtigd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van dit jaar. Vergelijkbare initiatieven om andere dan financiële criteria dominant te laten worden zie je ook bij de formulering van ambitieuze programma’s op gebied van klimaat en biodiversiteit. Helaas gaat dat nog steeds niet gepaard met inperking van de marktgerichte economie. Integendeel, velen zijn van opvatting dat zo’n probleem als de stijging van de CO2 in de atmosfeer veronderstelt dat er economische groei, gedefinieerd als BBP groei (een van die door monetarisering geleide maatstaven) moet plaatsvinden. En dat terwijl die BBP groei juist de voortgaande uitstoot van CO2 impliceert, zie mijn vorige column. Bovendien is de bijdrage van die groei aan het welzijn van mensen boven de armoedegrens afnemend (afnemend grensnut), zo niet negatief.

De liberalisering bracht grotere vrijheden voor banken en andere financiële instellingen om geld te creëren. Dat heeft geleid tot een wereldwijde explosie van geld in omloop. Als gezegd wordt op dit moment het overgrote deel van het geld gecreëerd door private marktpartijen. Daarover wordt verschillend geoordeeld. Een belangrijk onderwerp in de discussies betreft de crisis van 2008. Die crisis wordt door velen terecht (maar niet alleen) geweten aan het ongebreidelde zoeken van sommige instellingen en personen naar maximalisering van private winsten op de korte termijn. Dat heeft geleid tot discussies over de noodzaak de bewegingsvrijheid van banken en andere financiële instellingen aan banden te leggen. Zo is het toezicht verscherpt en zijn richtlijnen aangescherpt, bijvoorbeeld over de aan te houden buffers. Zie voor Nederland de aanbevelingen van de Commissie Wijffels.

Business as usual

Maar in essentie is er niet veel veranderd, de financiële instellingen genieten nog steeds grote vrijheden, maken flinke winsten en plezieren hun bankiers met exorbitante beloningen. Wel is het prestige van bankiers enorm gedaald, mede dankzij studies als die van Joris Luijendijk over de Londense City. Maar principiële vragen en fundamentele maatregelen worden niet te berde gebracht. En de financialisering van de economie wordt steeds verder doorgevoerd ondanks wereldwijde vraagstukken van armoede en ongelijkheid en van milieu die eisen stellen waarbij juist niet de financiële oogmerken domineren.

Transition with a human face

Het Burgerinitiatief stelt wel principiële vragen en formuleert fundamentele maatregelen. De kern van het voorstel is dat aan de private banken de bevoegdheid tot geldcreatie onttrokken wordt. Die bevoegdheid wordt dan uitsluitend overgelaten aan de publieke overheid, bijvoorbeeld de centrale bank. En de uitoefening van die bevoegdheid wordt geleid door de mogelijkheden en beperkingen van mens en natuur, niet door winstmaximalisatie.

Ik ondersteun dit voorstel van harte, ondanks de risico’s die daaraan zijn verbonden. Tegelijkertijd maak ik mij zorgen over de gevolgen daarvan voor al die 250.000 mensen die alleen al in Nederland hun brood verdienen in de financiële sector. Want velen van hen zullen als de plannen van het Burgerinitiatief werkelijkheid worden hun baan verliezen. Daarom bepleit ik dat programma’s voor deze ingrijpende transitie van ons geldstelsel ook voorstellen moeten inhouden op gebied van werkgelegenheid, zoals  een betere herverdeling van het werk gepaard gaande met een verkorting van de gemiddelde werkweek.

Voor meer teksten van Lou Keune zie www.loukeune.nl of www.platformdse.org.