Interview Dirk Bezemer: “Geld is geen goud”

Marketupdate sprak deze week met Dirk Bezemer, hoofddocent Economie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Bezemer heeft al tal van wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Hij is lid van het Sustainable Finance Lab en werkt samen met het Institute of New Economic Thinking. Bezemer schrijft in de Financial Times en de Nederlandse pers en verscheen recent bij actualiteitenprogramma’s en in de documentaire De Schuldvraag, die Radar eind vorig jaar naar buiten bracht.

Marketupdate vroeg Bezemer naar het ontstaan van de huidige financiële crisis en de effecten die deze crisis heeft op de huizenmarkt, op de pensioen en uw spaargeld. Zoals u van ons gewend bent vroegen we monetair en financieel econoom Bezemer ook naar zijn visie ten aanzien van goud.

Geld als schuld: een piramidespel

Volgens Dirk Bezemer is ons financiële systeem een piramidespel, omdat een steeds groter deel van de rendementen te verklaren is door een instroom van nieuwe kredieten. Dat is misschien nog wel het meest zichtbaar op de woningmarkt, maar ook op de markt voor aandelen en obligaties. Ook daar heeft een instroom van kredieten een prijsopdrijvend effect gehad. Bezemer zegt daar tegen Marketupdate het volgende over:

“De huizenprijzen stijgen omdat mensen leningen opnemen en dat geld gebruiken om een huis te kopen. Doordat er steeds meer geleend geld in de huizenmarkt gestopt wordt ontstaat er fictief vermogen. Dat geldt ook in zekere zin voor de aandelenmarkt en de obligatiemarkt, waar het de laatste jaren steeds duidelijker werd dat stijgingen veroorzaakt werden door een instroom van nieuwe kredieten.”

De instroom van nieuwe kredieten heeft vooral de afgelopen twintig tot dertig jaar een hoge vlucht genomen. Dat het zo uit de hand heeft kunnen lopen is volgens Bezemer te wijten aan verschillende ontwikkelingen:

  1. De steeds verder dalende rente sinds 1980;
  2. De liberalisering van de financiële markten, waardoor banken meer kredieten konden verstrekken;
  3. Het doorverkopen van leningen (en daarmee de risico’s);
  4. Het uitkleden van het toezicht op de financiële sector.

Binnen dit financiële systeem concentreert steeds meer vermogen zich in de top van de piramide. Dat zien we onder andere terug aan de groeiende inkomensongelijkheid en aan het feit dat een zeer kleine groep mensen een relatief groot gedeelte van de financiële activa in handen heeft en steeds vermogender wordt.

“De winnaars van dit financiële systeem zijn de mensen die al over veel soorten kapitaalgoederen beschikken die niet met schulden gefinancierd zijn. Deze mensen surfen mee op de enorme toename van financiële producten. Dus je kunt in het algemeen zeggen dat de mensen met veel bezittingen de afgelopen twintig jaar enorm van de ‘boom’ geprofiteerd hebben. De middenklasse en de lagere inkomens hebben er niet van geprofiteerd, of ze hebben zich in de schulden moeten steken om mee te kunnen doen. Dat zijn de mensen die nu te maken hebben met restschuld en andere schuldenproblematiek. Je zag dus ook dat gedurende dit piramidespel de inkomensongelijkheid in bijvoorbeeld de Verenigde Staten enorm is toegenomen. Hoe meer inkomen je naar verhouding haalt uit kapitaalgoederen, hoe meer je de afgelopen twintig jaar geprofiteerd hebt.”

Bezemer merkt op dat het piramidespel eigenlijk in 2007 al geklapt is. Vanaf dat moment begon een grote hoeveelheid geld (schuld) rond te schuiven in het financiële systeem, op zoek naar rendement. Dat levert een opeenstapeling van financiële bubbels op. Bezemer verwijst naar Larry Summers, een Amerikaanse econoom die laatst gezegd heeft dat de opeenstapeling van bubbels het ‘nieuwe normaal’ is geworden.

Sinds het uitbreken van de financiële crisis is de aandacht verschoven van ons (deels) fictieve vermogen naar onze schuldenlast. Daardoor begon men opeens meer af te lossen en daalde de consumptie. “Het probleem kan zijn dat de economie ook krimpt bij het aflossen van schulden, waardoor de schuldenlast naar verhouding niet kleiner wordt. De schuldenlast is nu zo groot dat er vrijwel onvermijdelijk afgeschreven moet worden op bepaalde schulden.

Volgens Bezemer ligt de crisis nog lang niet achter ons. Hij zei daar het volgende over:

Wat je nu ziet is dat er heel veel druk is om het piramidespel opnieuw te gaan spelen door de regels voor de kredietverleningen door banken te versoepelen. Dat geeft alleen maar tijdelijke oplossingen, die steeds gevolgd zullen worden door een crash. Daarom ben ik ook niet zo optimistisch dat we uit deze crisis zijn geraakt. Er wordt meestal niet gekeken naar de omvang van de schuld en wat daar nog het effect van is.”

Overheden moeten stimuleren

Volgens Bezemer maakt de Nederlandse regering een grote inschattingsfout door te bezuinigen. Weliswaar komt de druk om te bezuinigen uit Europa, maar volgens Bezemer is het op zijn zachtst gezegd onverstandig om nu het overheidstekort terug te dringen. De rente is namelijk laag, waardoor de effectieve schuldenlast relatief klein is. De overheid zou juist van die gelegenheid gebruik moeten maken om investeringen te doen. Of dat nou in infrastructuur, onderwijs of zorg is.

“Er zijn genoeg investeringen die je voor 2% rente kunt doen en waar de overheid zelfs winst op kan maken. Hetzij via hogere belastinginkomsten uit de groei die daarop volgt, hetzij uit de investeringen zelf. Er is eigenlijk geen enkele reden om dat niet te doen. Als de economie krimpt dan is het niet verstandig dat de overheid ook nog eens gaat bezuinigen.”

Japan-scenario

De overheid zou juist de economische groei aan moeten jagen, zodat bedrijven weer kunnen investeren en de economie weer op gang komt. Op die manier voorkom je het gevreesde Japan scenario, een situatie waar Europa volgens Bezemer op af stevent. Juist die nadruk op bezuinigen verlamt de economie, omdat huishoudens steeds minder te besteden hebben. Zo lang die bestedingen onder druk blijven staan is ook de kans groot dat de werkloosheid verder oploopt, een vooruitzicht waar ook niemand op te wachten zit.

Volgens Bezemer moet Europa nog de stap zetten richting het opschonen van de bankensector. In de VS hebben de banken al verliezen genomen en zijn een aantal slechte banken failliet gegaan. Omdat de bankbalansen in de VS al zijn opgeschoond is de kredietverlening en de economische groei aan de andere kant van de oceaan al wel weer op gang gekomen, terwijl Europa nog steeds nauwelijks groei laat zien. Volgens Bezemer kent Europa zombiebanken, dat zijn banken die geen geld durven uit te lenen vanwege het grote percentage slechte leningen op de balans. Een lage rente kan de economie op gang helpen, maar niet als de bankensector niet bereid is leningen te verstrekken aan consumenten en bedrijven.

Banken moeten balans inkrimpen

Volgens Bezemer moeten banken de omvang van hun balans drastisch afbouwen en de kredietverlening beperken tot ‘productieve schulden’. Dat zijn leningen die gebruikt worden voor nieuwe investeringen die waarde toevoegen aan de economie. De grootste problemen zijn volgens Bezemer ontstaan door een wildgroei aan onproductieve schulden, die geen waarde toevoegen aan de economie. Denk bijvoorbeeld aan hypotheken die gebruikt worden om een huis te financieren. De huizenprijzen stijgen door een instroom aan nieuwe kredieten, maar al deze kredieten hebben in feite weinig waarde toegevoegd aan de reële economie. De prijsstijgingen van financiële activa die het gevolg is van kredietgroei beschouwt Bezemer als fictieve rijkdom. Er staat geen groei van echte waarde tegenover.

Ook zouden banken veel terughoudender moeten zijn met kredietverlening voor financiële handel. Ook dit zijn kredieten die alleen maar een prijsopdrijvend effect hebben, maar die geen nieuwe productiviteit opleveren. Banken moeten zich weer meer in dienst stellen van de reële economie en daar hun beleid op aanpassen.

Huizenprijzen onder druk

Bezemer verwacht dat de hypotheekrenteaftrek op termijn grotendeels zal verdwijnen.

“Ik denk dat er nu wel een consensus over is, nu we gezien hebben wat voor slechte gevolgen het stimuleren van hypotheken heeft voor de Nederlandse economie. Een tijdje geleden mocht het h-woord nog niet uitgesproken worden, maar daar zijn we nu helemaal van af. Iedereen is het er nu wel over eens dat de hypotheekrenteaftrek een schadelijke maatregel is”.

Als gevolg van deze ontwikkeling is het niet waarschijnlijk dat de huizenprijzen weer snel zullen aantrekken. Maar dat betekent volgens Bezemer ook dat we in de toekomst niet meer zo snel in een huizenbubbel terecht zullen komen.

De vraag of huizenprijzen nog verder zullen dalen is volgens Bezemer moeilijk te beantwoorden, omdat verschillende factoren daarbij een rol spelen. In hoeverre de onderwaarde op meer dan 1 miljoen huishoudens een probleem zal worden hangt sterk af van de conjunctuur. “Als de lonen bevroren worden en de werkloosheid toeneemt wordt voor een groot deel van de huishoudens moeilijk om de schulden te dragen”. Het is volgens Bezemer juist nu zo belangrijk dat de overheid gaat investeren, zodat de negatieve spiraal doorbroken wordt. “Als de economie groeit dan is de schuld wel een last, maar dan is dat iets waar we overheen kunnen groeien. Als de economie niet groeit wordt de schuld een steeds grotere last”.

Pensioenenstelsel onhoudbaar

Volgens Dirk Bezemer is ons pensioenstelsel in de huidige vorm onhoudbaar. We moeten accepteren dat het pensioenvermogen in werkelijkheid minder groot is dan we gedacht hebben en dat het rendement in de toekomst ook structureel lager zal uitvallen.

“Een heel belangrijke implicatie is dat de rendementen waar pensioenfondsen rekening mee hebben gehouden voor de crisis de komende decennia niet meer terug zullen komen. Dat waren rendementen die in gang werden gehouden door een grote schuldgroei. We zullen moeten nadenken over nieuwe manieren om rendement te realiseren op ons pensioenvermogen, bijvoorbeeld door het vermogen te investeren om economische groei op gang te brengen.”

“We hebben twee problemen met ons pensioensysteem. Het eerste is de vergrijzing waar iedereen over praat, maar het andere probleem is de schuld-gedreven economische groei die zorgde voor schuld-gedreven rendementen. De continu hoge rendementen zijn voorbij en daar zullen pensioenfondsen zich op aan moeten passen. Het vermogen dat we dachten te hebben is er niet meer en zal ook niet terugkomen.”

Daarom is het volgens Bezemer noodzakelijk om op een andere manier naar pensioenopbouw te kijken. “Aan de ene kant hebben wij als Nederlandse huishoudens grote besparingen in onze pensioenfondsen en aan de andere kant hebben we veel schulden op onze hypotheken. Er is laatst een voorstel gedaan om pensioenvermogen beschikbaar te maken om hypotheekschulden af te lossen. De jonge generatie is een relatief groot deel van het inkomen kwijt aan pensioenopbouw, terwijl ze dat geld hard nodig hebben om hun schulden af te betalen. Als je jongeren nu een deel van hun pensioengeld gebruiken om hypotheekschuld af te lossen, dan zou dat een positief effect kunnen hebben.”

Ook zouden pensioenfondsen meer in de Nederlandse economie moeten investeren. Volgens de laatste cijfers van de Nederlandsche Bank is dat momenteel slechts 14% van het totale pensioenvermogen. “Nederlandse pensioenfondsen zouden meer ten dienste van de Nederlandse economie kunnen beleggen. Nu beleggen ze voornamelijk in internationale financiële markten. Het kan een idee zijn om het fiscaal aantrekkelijk te maken voor pensioenfondsen om in eigen land te beleggen.”

Doordat we tegelijkertijd veel schulden en veel besparingen hebben is het mogelijk om aan balansverkorting te doen. “Het is bijvoorbeeld een idee om pensioenfondsen in Nederlandse hypotheken te laten beleggen, zodat we onze besparingen gebruiken om onze schuldenlast af te bouwen.”

Spaargeld

Volgens Bezemer is het moeilijk om te bepalen of je op vermogen boven de €100.000 op een spaarrekening risico loopt. “Je kunt niet voorspellen of een bank het gevaar loopt om te vallen of niet. Wel hebben we gezien dat banken om kunnen vallen en dat de financiële kwetsbaarheid soms groot is. Het is moeilijk om daar uitspraken over te doen.”

Voor wat betreft de spaardersheffing die beschreven werd in een rapport van het IMF geeft Bezemer de volgende toelichting:

“Een spaardersheffing is mogelijk, maar ik denk niet dat het politiek haalbaar is. Het verbaast me wel dat het zover gekomen is en dat het genoemd wordt in een rapport van het IMF. Dat zegt iets over de ernst van de situatie. Je wilt dat de mensen die investeren in een bank en die aandelen hebben in de bank pijn kunnen leiden, want dat is risicodragend kapitaal. Dat is net als een investering in ieder ander bedrijf. Maar je wilt dat het spaargeld veilig is, want dat is in het belang van de financiële stabiliteit. Een spaardersbelasting zou ik daarom niet goed kunnen rechtvaardigen. Ik vind het een vreemde gedachte en ik denk dat het politiek niet haalbaar is.”

Tijdens een financiële crisis kunnen grond en vastgoed fungeren als een soort veilige haven, aldus Bezemer. Beide leveren niet heel veel rendement op, maar het voordeel is dat er altijd vraag is naar dit soort bezittingen. Ook is de volatiliteit van deze activa lager dan die van financiële activa of goud. Ook staatsobligaties kunnen als veilige haven beschouwd worden, maar dan alleen die van landen met een goede kredietstatus. Het nadeel is dan weer dat daar ook vrijwel geen rendement meer op te behalen valt.

In grote lijnen kun je volgens Bezemer stellen dat een laag rendement het ‘nieuwe normaal’ is. We moeten er aan wennen dat de rendementen in de toekomst lager zijn dan in het verleden, omdat het rendement uit schuld gedreven economische groei uit zal blijven. “Misschien moeten we daarom maar gaan denken in termen van veilige havens in plaats van rendement”.

Bitcoin

Volgens monetair en financieel econoom Bezemer is Bitcoin om verschillende redenen een interessant fenomeen. Hij zei daar het volgende over:

“Volgens mij is Bitcoin heel interessant, omdat het laat zien wat de mogelijkheden van het nieuwe bankieren zijn. Het is dus niet meer van deze tijd dat het een paar dagen duurt voordat je geld wordt overgeschreven van de ene naar de andere bank en dat het allemaal veel sneller kan. Ook laat Bitcoin zien dat het creëren van geld, met moderne elektronische middelen, zelfs buiten banken om kan. Dit is nieuw en niet nieuw, omdat er al heel lang transacties in de economie gebeuren buiten banken om. Dat heet handelskrediet. Bedrijven handelen met elkaar met gesloten beurzen en creëren op die manier een vorm van krediet. Uitgestelde betalingen zijn een vorm van krediet en dat gebeurt al heel lang, maar Bitcoin is een vorm van krediet die niet gekoppeld is aan een handelsrelatie. Iedereen kan daar aan mee doen.”

Over de volatiliteit van Bitcoin:

“Hoe meer vertrouwen mensen in Bitcoin hebben, hoe stabieler de koers zal worden. Toch denk ik dat de volatiliteit van Bitcoin relatief groot zal blijven, omdat er geen grote stabiliserende institutie achter zit. Daardoor verwacht ik dat het heel makkelijk een bubbel object kan worden. In die zin lijkt het een beetje op goud, het beweegt tegen de conjunctuur in.

Het kan niet failliet gaan, maar het kan wel heel weinig waard worden en jaren lang heel weinig waard blijven. Gaat het goed met de economie, dan daalt de prijs. Dat kan ook gelden voor de prijs van Bitcoin.”

Maar er is ook een andere mogelijkheid. De opkomst van Bitcoin is volgens Bezemer niet alleen een soort motie van wantrouwen tegenover het fiat geld, het kan ook onderdeel zijn van een transitie naar een andere manier van betalen. Als er meer draagvlak komt voor betalingen in Bitcoin kan er ook een wisselkoers ontstaan tussen Bitcoin en de euro. “Dan krijg je verschillende soorten geld, waarbij er naast de dollar en de euro en een aantal andere valuta er ook een Bitcoin is waarmee je internationaal kunt betalen”.

Bezemer wijst op een uitspraak van Minsky die in de discussie omtrent Bitcoin relevant is.

“Iedereen kan geld maken, maar het probleem is om het geaccepteerd te krijgen. Bitcoin laat heel mooi zien wat het wezen is van geld. Het is een claim die uitgegeven kan worden en zodra mensen die claim accepteren is het geld. Veel mensen accepteren al Bitcoins, dus is het geld. Zodra Bitcoin om wat voor reden dan ook niet meer geaccepteerd wordt is het geen claim meer. Dat is de logica van geld: het houdt op te bestaan als niemand het meer accepteert.”

Goud

Volgens Bezemer is het niet verstandig om in goud te beleggen. Het edelmetaal doet het weliswaar goed in een financiële crisis, maar als mensen weer meer vertrouwen krijgen in de economie gaat de prijs weer omlaag. Het edelmetaal vervult volgens hem ook geen rol meer in het monetaire systeem:

“Goud hoeft volgens mij geen rol in het monetaire systeem te spelen. Het vervult op dit moment een soort showbizz functie. Goud komt uit de historische tijd dat er een link was tussen de dollar en goud en uit de tijd dat de hoeveelheid goud in de munt bepaalde hoeveel waarde het geld had. Dat is zo geweest in sommige tijden en plaatsen, maar er is geen enkele reden waarom dat nu zo zou zijn.”

Waarom centrale banken weer netto kopers zijn van goud:

“Dat zie ik meer als een soort belegging, niet iets wat een betekenis heeft voor het financiële systeem. Ons huidige financiële systeem is helemaal niet afhankelijk van goud. Wat zou je met goud kunnen doen als het financiële systeem klapt? Als je nieuw geld uitgeeft moet men vertrouwen hebben in jou, niet in je goud. Omdat centrale banken mijn mening niet zijn toegedaan hebben ze hun goudvoorraad nog niet verkocht. Centrale banken zouden naar mijn mening moeten kijken naar het rendement op goud in vergelijking met andere beleggingen.

Volgens Bezemer vormt goud geen uitzondering op andere materialen die ooit als geld werden gebruikt. Hij zei daar het volgende over:

“Goud is niet het echte geld. De essentie van geld is dat het iets is dat mensen accepteren. Dat kan van alles zijn. Zo betaalden we vroeger met kerfstokken en hadden de mensen in Babylon kleitabletten als geld. Dat zijn verschillende materialen. Klei, hout, papier of bits en bytes in een computer, het kan allemaal dragers van geld zijn, zo lang we het allemaal gebruiken. Het geld zelf is niet een ding, het is een idee; het is vertrouwen. Ik denk niet dat goud daar een uitzondering op is. Goud is eigenlijk een ontzettend zacht en waardeloos metaal. Je kunt er kiezen mee vullen en er zijn beperkte industriële toepassingen. Maar als je denkt dat er altijd vertrouwen zal blijven in goud, dan is het zinvol om wat goud te houden. De fluctuaties in de goudprijs zijn echter zo groot zijn dat je je af moet vragen of het wel een goede belegging is, in vergelijking met andere beleggingen.”

Dirk Bezemer

Dirk Bezemer: “Geld is niet een ding, het is een idee. Het is vertrouwen.” (Afbeelding van INET Economics)

Frank Knopers

Frank Knopers studeerde bedrijfswetenschappen aan de Universiteit Twente in Enschede en behaalde een Master in Financial Management met een onderzoek naar de effectiviteit van waardebeleggen (value investing) in Nederland. Sinds het uitbreken van de financiële crisis is Frank zich gaan verdiepen in de werking van het geldsysteem.