Snelle de-industrialisatie schaadt de weg naar meer democratie

De meeste westerse landen hebben door de geschiedenis heen een vergelijkbaar traject afgelegd. In de meeste gevallen maakten agrarische gemeenschappen geleidelijk plaats voor een geïndustrialiseerde samenleving. Boeren werden arbeider en een periode van ongekende productiviteitsgroei brak aan. Maar niet alleen dat geschiedde. De hele sociale en politieke wereld van die tijd ging op de schop. De arbeidersbeweging legde uiteindelijk de basis voor de democratie.

Werkgelegenheid

Na verloop van vele tientallen jaren heeft de industriële samenleving plaats gemaakt voor een die gebouwd is op diensten. In de bakermat van de industriële revolutie, Groot Brittannië, bedroeg het aandeel van de industrie in de werkgelegenheid aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog ongeveer 45%. Een halve eeuw later was daar nog 30% van over en vandaag de dag is dat verschrompeld tot een schamele 10%. In de VS zien we een gelijksoortige trend. In de jaren dertig was het aandeel van de Industrie in de werkgelegenheid iets meer dan 25%, maar ook in dit geval is daar nu nog slechts 10% van over. In Nederland draagt de industrie nog ongeveer 12% bij aan de werkgelegenheid.

Ontwikkelingsgang

De-industrialisatie is daarmee een normale ontwikkelingsgang die voorafgaat aan het proces van economische globalisering. Er zijn echter duidelijke uitzonderingen op deze regel en die zijn vooral in de Pacific te vinden. Zuid Korea maakte in de jaren vijftig tot tachtig van de vorige eeuw een heel snel proces van industrialisatie door. In 1989 was het goed voor 28% van de werkgelegenheid. Maar daar is nu alweer 10% van af. In amper drie decennia heeft Zuid Korea een weg afgelegd, waar Westerse landen al gauw een eeuw voor nodig hadden. India maakt het nog bonter. In 2002 piekte het aandeel van de industrie op een magere 13% en sedertdien is de weg naar beneden al ingeslagen.

De-industrialisatie

Dat werpt de vraag op waarom het proces van de-industrialisatie verhoudingsgewijs zo vroeg inzet? Natuurlijk draagt economische globalisering er aan bij. Het is voor een land als Brazilië moeilijk op industrieel vlak met Zuidoost Azië te concurreren. Daar liggen de echte industriële grootmachten. Maar zelfs bij die landen zie je toch dat de-industrialisatie daar ook gemeengoed is. De industriële grootmacht China is misschien wel het meest sprekende voorbeeld. In het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw piekte de werkgelegenheid op 15%.

Inkomen

Één van de onverwachte gevolgen van dit proces is een lager gemiddeld inkomen. In de VS en bijvoorbeeld Duitsland begon het proces toen het inkomen per hoofd er pakweg $ 10 000 bedroeg. In Brazilië startte dit bij een inkomen per hoofd van $ 5000 en in het geval van China bij $ 3000 per hoofd. De-industrialisatie betekent in de praktijk een rem op de groei. Een diensteneconomie heeft niet dezelfde dynamiek als de industriële samenleving. Daar is de productiviteit hoog en dat trekt de hele samenleving omhoog. Minder ruimte voor industrie betekent ook minder kansen op een groeiwonder.

Maar de industriële samenleving kende nog meer voordelen. De klassenstrijd bracht gedisciplineerde politieke partijen voort, zowel ter linkerzijde als ter rechterzijde van het politieke spectrum. De klassenstrijd, die vaak op de werkvloer werd uitgevochten, bracht het besef bij dat er uiteindelijk een compromis nodig was. De Opkomende Landen slaan de fase van klassenstrijd over en het is nog maar de vraag of ze wel zo goed geëquipeerd voor de democratie. Oefening baart kunst!

Cor Wijtvliet spreekt aankomende tijd op de seminar reeks ‘Bescherm uw toekomst’. Meer informatie…

Bron:
Dani Rodrik, The perils of premature deindustrialization. October 11, 2013

Cor Wijtvliet

Cor Wijtvliet is onafhankelijk adviseur en expert voor Crash-Investor en auteur van Wijtvliets Investment Insider. Dr. Cor Wijtvliet is een zeer gerespecteerd, onafhankelijk analist die al 30 jaar succesvol actief is als analist, onderzoeker en adviseur.