DNB: Kortingen pensioenen vallen lager uit

De zeventig pensioenfondsen die alsnog moeten korten op de uitkering zullen deze begin april daadwerkelijk doorvoeren. De kortingen hebben betrekking op zowel de uitkeringen als de opgebouwde pensioenrechten en zullen naar verwachting 2 miljoen actieve deelnemers, 1,1 miljoen gepensioneerden en nog eens 2,5 miljoen 'slapers' raken. Laatstgenoemde categorie bestaat uit pensioendeelnemers en gepensioneerden die van werkgever gewisseld zijn en die niet aan waardeoverdracht hebben gedaan. Om die reden kunnen deze meerdere keren meegeteld worden.

De gewogen gemiddelde korting op basis van deze schatting bedraagt 1,9%. In februari vorig jaar, toen het eaar uitzag dat 103 fondsen moesten korten, was de gewogen gemiddelde korting 2,3%. De DNB schrijft het volgende in het persbericht:

“Deze positieve ontwikkeling komt door een stijging van de dekkingsgraad per jaarultimo in vergelijking tot 2011. De gemiddelde dekkingsgraad per jaarultimo is uitgekomen rond de 102%, een stijging in vergelijking met de 98,2% van ultimo december 2011. Behalve aan gunstige ontwikkelingen op aandelenmarkten, is dit herstel voor ruim 3 procentpunt toe te schrijven aan een nieuwe berekeningsmethode van de verplichtingen op de lange termijn, de introductie van de zogenoemde UFR (noot 3) die in de zogenoemde septemberbrief van 24 september 2012 werd aangekondigd 2012 (zie persbericht dd. 24 september 2012).

De gemiddelde korting van 1,9% die nu uit de voorlopige cijfers naar voren komt, betekent overigens niet dat gepensioneerden hun inkomen met hetzelfde percentage zien dalen. Dat komt doordat gepensioneerden pensioen ontvangen in aanvulling op de AOW. 

De pensioenfondsen die in april moeten korten, moeten hun deelnemers en gepensioneerden uiterlijk 1 maart 2013 daarover hebben geïnformeerd. Bij de voorlopige cijfers over de te verwachten kortingen is rekening gehouden met de fondsen die vorig jaar hebben aangegeven gebruik te maken van de mogelijkheid om de korting per 1 april 2013  te maximeren op 7%. De nog resterende door te voeren kortingen van deze fondsen worden  doorgeschoven naar volgend jaar. “

De kortingen zijn noodzakelijk om de buffers van de pensioenfondsen te herstellen, aldus de DNB. Door de nieuwe berekeningsmethode hoeven echter minder fondsen te korten, waardoor de buffers van de fondsen minder hersteld worden. De meeste pensioenfondsen hebben ene herstelplan geformuleerd om in een periode van vijf jaar terug te keren naar een dekkingsgraad van 105%, het wettelijke minimum. Dat is overigens nog steeds te weinig, als je ook voor inflatie wilt blijven corrigeren. De herstelperiode was voorheen slechts drie jaar, maar door de est van de huidige crisis krijgen pensioenfondsen twee jaar extra de tijd om de klap te boven te komen.

Het gevaar van de nieuwe rekenmethode is dat het slechts een optische verbetering geeft aan de pensioenpotten. Mochten de beleggingsresultaten tegenvallen en de lange rente extreem laag blijven, dan zal blijken dat pensioenfondsen zich vandaag de dag 'rijk hebben gerekend'.

Door nieuwe berekeningsmethode hoeven minder pensioenfondsen te korten