Nederlandse staat krijgt rente op kortlopende staatsobligaties

Deze opmerkelijke gebeurtenis staat in schril contrast met de stijgende rentes die we de afgelopen maanden hebben gezien in Italië, Frankrijk, Spanje en België. Blijkbaar prefereren beleggers in deze onzekere tijden de goede reputatie van de Nederlandse overheid om haar schulden terug te betalen. Dat ze bereid zijn daar geld voor bij te leggen is veelzeggend. Niet alleen geeft het aan dat er onder beleggers en vermogensbeheerders ongekend veel belangstelling is voor deze obligaties, ook laat het zien dat de banken minder vertrouwd worden. Beleggers laten immers een positieve rentevergoeding liggen door het geld niet simpelweg op een bankrekening te stallen of door obligaties te kopen van grote en stabiele bedrijven.

De negatieve rente van 0,007% kan ook worden uitgelegd als een renteloze lening, ware het niet dat het rendement ook nog eens door de inflatie wordt aangevreten. Volgens het CBS kwam de inflatie in Nederland, omschreven als de consumentenprijsindex (CPI), in november uit op 2,60% (geannualiseerd). Daarmee is de reëele rente op deze kortlopende staatsobligatie duidelijk negatief, ongeveer -0,07% over de gehele looptijd.

Beleggers die primair op zoek zijn naar veiligheid, en daarvoor zelfs bereid zijn geld bij te leggen, hebben gek genoeg de gunstige eigenschappen van fysiek goud en zilver nog niet en masse ontdekt. Deze bieden automatisch een correctie voor inflatie en hebben daaaast ook door de hele geschiedenis waarde behouden. Weliswaar fluctueren de koersen van goud en zilver soms sterk, maar in het geval van fysiek goud en zilver is geen zogeheten counterparty risk in het spel. Beleggers die zich dus meer zorgen maken over de dalende waarde van de belegging zelf dan over de toekomstige cashflows die eruit voortvloeien zouden hieruit hun conclusies kunnen trekken.

Het is overigens al eens eerder voorgekomen dat een land een negatieve rente kreeg op haar staatsobligaties, namelijk Zwitserland. In augustus registreerde men daar ook een negatieve rente op kortlopende staatsobligaties. Izabella Kaminska van FT Alphaville schreef hier destijds een artikel over, waarin ze uitlegde dat staatsobligaties van sterke landen zich in crisistijd als een Giffen Good gaan gedragen. Een Giffen Good is iets waar mensen meer van willen hebben als de prijs ervan stijgt, een irrationeel fenomeen dat in strijd is met de bekende wet van vraag en aanbod (dalende prijzen = meer vraag en vice versa).

Vooral in crisistijd, als er angst is voor deflatie (door grote koersdalingen van aandelen, vastgoed, grondstoffen en staatsobligaties van zwakke landen), blijken beleggers te zoeken naar een veilige haven. Daardoor vluchten ze vaak massaal in beleggingen met het laagste vermeende risico, zoals staatsobligaties van de sterkere landen, geld op een bankrekening, goud en zilver. Wanneer die in prijs stijgen neemt de angst onder beleggers toe, met als gevolg dat meer beleggers willen instappen en de prijzen nog verder omhoog stuwen.

Op de korte termijn kan de negatieve rente op de kortlopende staatsobligaties worden uitgelegd als een positief fenomeen voor de Nederlandse staat, omdat het de rentelasten voor de staat omlaag brengt. Echter is het tegelijkertijd een indicator voor een veel groter probleem, namelijk dat beleggers erg weinig vertrouwen hebben in de economie en zich terugtrekken tot obligaties en cash. Dit versterkt het proces van deflatie, waarin beleggers op hun geld gaan zitten en banken niet meer willen uitlenen. De Europese Bankenautoriteit (EBA) ziet dit probleem ook en gaf in haar persverklaring dan ook te kennen dat banken hun kapitaalbuffers niet moeten verhogen door de kredietverlening aan het midden- en kleinbedrijven af te knijpen.