Opnieuw een zwak jaar voor hedgefondsen

The Economist plaatste een grafiek waarin het koersrendement van deze hedgefonds index vanaf 2003 wordt afgezet tegen het rendement van een simpele index bestaande uit 60% aandelen en 40% staatsobligaties. De Amerikaanse S&P 500 graadmeter doet het al tien jaar lang beter dan de index van hedgefondsen, met uitzondering van het jaar 2008. Toen gingen beide hard onderuit en verloor de S&P 500 iets meer dan een gemiddeld hedgefonds. Het bestaansrecht van hedgefondsen komt door de jarenlange slechte prestatie steeds meer onder druk te staan.

Een simpele beleggingsportefeuille die voor 60% de S&P 500 index volgt en voor 40% in staatsobligaties zit heeft volgens de Economist in de afgelopen tien jaar een rendement gehaald van 90%, terwijl het gemiddelde van hedgefondsen gedurende diezelfde periode niet verder kwamen dan een rendement van 17%. Dat is nog minder dan de officiele inflatie over de afgelopen tien jaar. Omdat hedgefondsen een bepaalde premie in rekening brengen over het vermogen dat ze beheren en over het rendement dat ze maken is het volgens de Economist goed mogelijk dat hedgefondsen zelf nog meer geld hebben overgehouden aan de beleggingen dan de klanten.

Natuurlijk gaan er achter het gemiddelde ook grote verschillen schuil. Zo was het rendement van de top 10% hedgefondsen gemiddeld 30% over het afgelopen jaar, veel beter dan de 18% van de aandelenmarkt. Een derde van de hedgefondsen uit de HFRX-index (waar in totaal bijna 8.000 namen in zitten) leed in 2012 een verlies. Hieronder zaten ook fondsen die het in het verleden heel goed gedaan hebben, zoals het fonds van John Paulson, een vermogensbeheerder die de Amerikaanse vastgoedzeepbel zag aankomen en daar op tijd op anticipeerde. Hij verloor 51% in 2011 en zag zijn beleggingsportefeuille in de eerste tien maanden van 2012 met nog eens 17% omlaag gaan.

Hedgefondsen deden het veel slechter dan de aandelenmarkt (Bron: The Economist)

De slechte prestaties van hedgefondsen is vaak toe te schrijven aan een agressieve en gerichte beleggingsstrategie, waarmee het rendement sterk kan fluctueren. John Paulson zette in 2011 in op het uiteenvallen van Europa, maar dat gebeurde niet. Andere hedgefondsen deden een poging om op marktsentiment mee te liften (momentum trading), maar slaagden niet altijd in hun timing. Ook politici en centrale banken krijgen soms de schuld van hedgefondsen die slecht presteren. Onverwachte acties van overheden of centrale banken kunnen de financiële markten sterk beinvloeden. Volgens consultant Jim Vos van Aksia ''kijken de markten naar politici en kijken politici naar de markten''. Zelfs getalenteerde 'stock pickers' hebben het volgens Vos moeilijk om rendement te maken in een markt die vooral gestuurd lijkt te worden door acties van centrale banken. Veel hedgefondsen geven toe dat ze niet opgewassen zijn tegen het huidige beleggingsklimaat, dat sterk beinvloedt wordt door acties van centrale banken, politici en razendsnelle computerhandel. Voor sommigen was dat zelfs een reden om de handdoek in de spreekwoordelijke ring te gooien.

Pensioenfondsen

Hedgefondsen profileren zich vandaag de dag met hoge rendementen of met een bijzonder lage volatiliteit, waar pensioenfondsen wel oren naar hebben. Waren het vroeger nog vooamelijk vermogende particulieren die geld inbrachten in een hedgefonds, de laatste jaren stonden vooral pensioenfondsen in de rij om geld naar deze fondsen te brengen. Momenteel is tweederde van het vermogen dat hedgefondsen beheren afkomstig van pensioenfondsen, een tektonische verschuiving ten opzichte van tien jaar geleden, toen hun aandeel slechts 20% was in het totaal beheerde vermogen.

Pensioenfondsen zijn meer risico-avers dan de miljardairs en miljonairs die in het verleden de grootste klanten waren van de fondsen. Ze stellen meer prioriteit aan transparantie en aan diversificatie dan aan hoge rendementen. Het gebruik van leverage, geleend geld om winsten (en verliezen) op de beleggingsportefeuille te vergroten, staat momenteel op een all-time dieptepunt. Pensioenfondsen beïnvloeden de manier waarop hedgefondsen werken, omdat ze andere eisen stellen dan vermogende particulieren die meer risico willen dragen. Zo nemen hedgefondsen steeds minder risico's en richten ze zich weermeer op de beleggingen waar ze veel kennis van hebben. Dat zou mede een verklaring kunnen zijn voor de lage rendementen van de afgelopen jaren.

Een andere factor die hedgefondsen tegenwerkt in omvang. Door successen in het verleden brachten beleggers en vermogende partijen steeds meer geld in, zoveel dat een hedgefonds het niet meer effectief kan beleggen. Doordat er meer geld is dan er beleggingskansen zijn worden ook minder interessante beleggingen noodgedwongen opgenomen in de portefeuille. Dat maakt het voor een beleggingsfonds moeilijker om bovengemiddelde rendementen te behalen.

Lage rente

Door de lage rente hebben hedgefondsen ook meer moeite om hun meerwaarde te bewijzen. In vergelijking met andere beleggingsproducten als ETF's en trackers brengt een hedgefonds hoge kosten in rekening (vaak 2% van het beheerde vermogen). Als er door de lage rente geen goed rendement behaald kan worden teert de belegger in op zijn vermogen. Het magere rendement dat gemaakt is vloeit voor een groot gedeelte naar de vermogensbeheerder in plaats van naar de eigenaar van het vermogen.