Waarom Griekenland beter in de Eurozone kan blijven

In het artikel wijzen de voormalig presidenten van de centrale banken van Argentinië en Mexico op de verschillen tussen de crises die hun land eerder troffen en de huidige schuldencrisis van Griekenland. Van Argentinië is bekend dat ze haar koppeling aan de Amerikaanse dollar in 2002 moest loslaten, omdat de Amerikaanse valuta veel sterker was dan de Argentijnse peso. Als gevolg van de devaluatie verloren spaarders veel koopkracht en werd de import van goederen erg duur. Samen met hervormingen in de rijksbegroting en met een groei in de export wist het land er weer snel bovenop te komen. Het land kon deze maatregelen zelf nemen, omdat het controle had over haar eigen valuta. Griekenland daarentegen kan rekenen op steun vanuit Europa, waar het gebruik van kan maken om het proces van hervormingen soepel te laten verlopen. Op dit moment is er nog weinig van te zien, getuige de vele demonstraties in Griekenland, de krimpende economie en de hoge werkloosheid.

'Griekenland uit de Eurozone zorgt voor meer onzekerheid'

Toch zou het veel erger worden als Griekenland uit de Eurozone stapt, zo beweren Blejer en Ortiz. Als Griekenland daadwerkelijk weer een eigen munt moet invoeren om de euro te vervangen zal er spontaan een bankrun ontstaan, één die veel ingrijpender zal worden dan de bankruns tijdens de crises in Argentinië en Mexico. In Argentinië werden op een gegeven moment limieten ingesteld aan de bedragen die men kon opnemen bij de bank, met als gevolg meer sociale onrust, chaos en uiteindelijk de val van de regering. In Griekenland is een dergelijke scenario ook denkbaar, als het een stabiele valuta als de euro overboord gooit en zelf het monetaire beleid moet gaan voeren.

Het verlaten van de euro levert ook een ander probleem op, namelijk dat veel Griekse burgers en bedrijven nog schulden open hebben staan in euro's. Die zouden opnieuw uitgedrukt moeten worden in een Griekse valuta, één die waarschijnlijk al meteen bij introductie veel van haar waarde zal verliezen door de penibele staat van de rijksbegroting en de onzekerheid over de toekomst. Ook contracten, prijzen en lonen zouden opnieuw vastgesteld moeten worden. De Griekse bedrijven die veel met het buitenland handelen krijgen er ook een probleem bij, namelijk dat veel contracten opnieuw onderhandeld moeten worden met nieuwe prijzen omgerekend naar de Griekse valuta. Volgens Blejer en Ortiz zullen veel grote Griekse bedrijven bezwijken onder de verplichtingen in het buitenland, die verrekend worden met euro's. Spaarders zullen hoe dan ook slachtoffer worden van een herinvoering van de drachme, terwijl mensen die netto schulden hebben erop vooruit gaan. Dit kan ook leiden tot sociale onrust, vergelijkbaar met de situatie in Argentinië waar de peso sterk werd gedevalueerd ten opzichte van de Amerikaanse dollar.

De invoering van een nieuwe Griekse valuta, die veel zwakker zal zijn dan de euro, zal ook buitenlandse investeerders in eerste instantie afschrikken. Veel beloftes zullen gebroken worden, met als gevolg dat investeerders die hun geld in Griekenland hebben gestopt een deel van het vermogen zullen kwijtraken of in waarde zullen zien dalen. Anders dan in Argentinië, waar men na de crisis dezelfde valuta kon blijven gebruiken, heeft Griekenland het probleem dat ze eerst het vertrouwen van de bevolking moet zien te winnen. Het is een grote uitdaging om de bevolking in het heetst van de crisis ervan te overtuigen dat de nieuwe valuta waardevast is en niet misbruikt zal worden door de overheid om haar eigen schulden weg te inflateren en tekorten te financieren. Ook buitenlandse investeerders zullen in eerste instantie wat afstand willen houden van een nieuwe Griekse valuta, waardoor grote investeringen niet mogelijk zijn.

'Schulden herstructureren en overheidsfinanciën op orde brengen'

De voorstanders van een Griekenland buiten de muntunie onderschatten volgens Blejer en Ortiz de verwoestende consequenties van een devaluatie. Helaas is een oplossing binnen de Eurozone ook moeilijk te realiseren. Griekenland heeft een veel te grote staatsschuld ten opzichte van haar economie, kampt al een aantal jaren met economische krimp en zag in twee jaar tijd de werkloosheid bijna verdubbelen. Het land is momenteel volledig afgesneden van de inteationale kapitaalmarkt en kan alleen uit deze schuldencrisis groeien door een vorm van gecontroleerde herstructurering van de staatsschuld en door grondige hervormingen door te voeren die de overheidsuitgaven weten te reduceren. Het exportvoordeel, waar Argentinië zwaar op leunde bij het economische herstel na de crisis, ligt niet binnen het bereik van de Grieken als ze in de Eurozone blijven. Het devalueren van de eigen munt (zoals in Argentinië gebeurde) is politiek makkelijker te verkopen dan loonmatiging. In het eerste geval ziet de bevolking het verlies aan koopkracht niet meteen, terwijl het bij een loonmatiging direct gevoeld wordt. Het uiteindelijke effect is overigens hetzelfde: minder koopkracht.

'Lange weg te gaan'

Blejer en Ortiz zijn het erover eens dat de oplossing voor Griekenland er één is van de lange adem. De hervormingen hebben tijd nodig voordat ze de eerste resultaten laten zien en het afschrijven op de Griekse staatsschuld blijft in de rest van Europa ook niet zonder gevolgen. Alles moet in kleine stapjes gebeuren, waarbij Europa bereid moet zijn om Griekenland voor een langere periode financieel te ondersteunen. Griekenland moet op haar beurt de overheidsuitgaven drastisch terugbrengen en de lonen matigen. Dit kan volgens de twee centrale bankpresidenten het beste gebeuren binnen de infrastructuur die er nu al ligt in de Eurozone. “Het proces van herstructurering zal minder traumatisch en meer succesvol zijn binnen de Eurozone”, aldus Blejer en Ortiz.

Blejer (links) en Ortiz (rechts) geven hun kijk op de Griekse schuldencrisis (Bronnen: Bloomberg en Reuters)