In Zwitserland wordt later dit jaar een referendum gehouden over een herziening van het geldsysteem, waarbij de centrale bank de kredietverlening van commerciële banken overneemt. Volgens de voorstanders van dit initiatief worden banken daardoor minder kwetsbaar, omdat ze dan alleen geld kunnen uitlenen dat spaarders beschikbaar hebben gesteld voor dat doeleinde.

In tegenstelling tot fractioneel bankieren, waarin banken een veelvoud kunnen uitlenen van wat ze aan spaartegoeden beheren, moeten banken zich onder dit nieuwe voorstel beperken tot de rol van tussenpersoon die slechts geld van spaarders beschikbaar stelt aan mensen die geld willen lenen. Dat betekent dat banken veel minder kredieten kunnen verstrekken, waardoor er minder snel speculatieve bubbels ontstaan die banken in de problemen kunnen brengen. Banken beperkten zich in dit nieuwe model tot een dienstverlenende instellingen die uitsluitend het betalingsverkeer tussen personen en bedrijven regelen.

Geldcreatie naar centrale bank

De voorstanders van het zogeheten ‘Vollgeld’ initiatief willen de functie van geldcreatie onderbrengen bij de centrale bank. Dat betekent dat uitsluitend de centrale bank nieuw geld in omloop kan brengen, bijvoorbeeld door het uit te lenen aan de landelijke overheid, regionale overheden of burgers en bedrijven. De aanname die achter deze verandering schuilgaat is dat het voor de centrale bank makkelijker is om rechtstreeks de geldhoeveelheid te controleren dan om deze indirect via de rente bij te sturen.

Het referendum over de hervorming van het geldsysteem roept ook de nodige vraagtekens op. Critici waarschuwen voor de gevolgen van zulke radicale aanpassingen van het geldsysteem en vrezen dat vooral bedrijven in de problemen zullen komen als ze niet meer zo makkelijk aan krediet kunnen komen. Een ander vraagstuk is hoe de onafhankelijkheid van de centrale bank gewaarborgd kan blijven, aangezien ze dan direct geld gaat uitlenen aan de overheid.

Fractioneel bankieren

Vandaag de dag wordt de geldhoeveelheid in de economie niet meer bepaald door de omvang van de goudvoorraad, maar grotendeels gestuurd via het beleid van centrale banken en de Bank of Internationale Betalingen (BIS). Geldcreatie vindt in ons huidige geldsysteem plaats op het moment dat banken krediet verlenen, waardoor het aanbod van geld meebeweegt met de vraag naar krediet.

Het voordeel van dit systeem is dat kredietwaardige bedrijven en consumenten makkelijker aan geld kunnen komen, maar de keerzijde is dat de geldhoeveelheid bijna onbeperkt kan toenemen. Dat zorgt niet alleen voor een structurele inflatie, maar ook voor een versterking van alle opgaande en neergaande bewegingen in de economie. Het Vollgeld initiatief belooft meer stabiliteit door het systeem van fractioneel bankieren aan banden te leggen. Of dat echt zo is blijft een vraagtegen, omdat we simpelweg geen praktijkvoorbeelden uit het recente verleden kunnen raadplegen.

Het idee dat geld dat banken uitlenen volledig gedekt moet zijn door spaartegoeden werd tijdens de Grote Depressie van de jaren ’30 ook eens voorgesteld door econoom Irving Fisher. Hoewel dit idee nooit echt van de grond gekomen is zijn er ook nu weer landen waar vergelijkbare initiatieven opduiken. Voorbeelden daarvan zijn ‘Positive Money’ in het Verenigd Koninkrijk, het ‘Vollgeld’ initiatief in Duitsland en natuurlijk burgerinitiatief ‘Ons Geld’ in eigen land.

Dit artikel wordt u aangeboden door Goudstandaard, uw adres voor de aankoop en verzekerde opslag van edelmetalen. Wilt u goud kopen? Neem dan contact op door te mailen naar [email protected] of door te bellen naar +31(0)88-4688488.

Gerelateerd: