ECB begint met opkopen bedrijfsobligaties

De ECB begon in maart 2015 met het opkopen van staatsobligaties, maar met ingang van vandaag voegt de centrale bank daar ook bedrijfsobligaties aan toe. Het nieuwe corporate sector purchase programme (CSPP) werd eerder dit jaar al door de centrale bank aangekondigd en heeft als doel meer inflatie en economische groei te bewerkstelligen in de Eurozone. Onder het nieuwe stimuleringsprogramma koopt de ECB obligaties op van grote bedrijven, met uitzondering van financiële instellingen en bedrijven die een moederbedrijf hebben buiten de Eurozone en die daarom niet onder het Europese toezicht vallen.

De ECB beperkt zich tot obligaties van bedrijven met een goede kredietscore die een rendement opleveren van tenminste de depositorente van de ECB op het moment van aankoop. Vanaf 18 juli zal de centrale bank wekelijks bekendmaken van welke bedrijven zij obligaties gekocht heeft, zonder verder in detail te treden over de omvang van deze posities. De feitelijke aankoop van bedrijfsleningen zal niet door de ECB, maar door zes nationale centrale banken uitgevoerd worden. Dat zijn de centrale banken van Spanje, Italië, Frankrijk, Duitsland, België en Finland. Voor de ECB is slechts een coördinerende rol weggelegd in dit nieuwe CSPP stimuleringsprogramma.

Welke obligaties mag de ECB aankopen?

Op de website van de ECB lezen we dat de bedrijfsobligaties in aanmerking komen voor het stimuleringsprogramma als deze een looptijd hebben van tenminste zes maanden en maximaal 31 jaar. Het maakt daarbij niet uit hoeveel bedrijfsobligaties er beschikbaar zijn. Zo kan de centrale bank ook geld verstrekken aan de kleinere bedrijven in de Eurozone. Wel heeft de ECB bepaald dat ze niet meer dan 70% van alle obligaties van een bedrijf mag bezitten.

De ECB zal bedrijfsleningen opkopen op zowel de primaire als de secundaire markt. Dat betekent dat ze niet alleen schuldpapier zal kopen van andere beleggingsfondsen en banken, maar ook rechtstreeks van bedrijven wanneer deze nieuwe obligaties op de markt brengen. Obligaties van publieke instellingen mag de ECB alleen via de secundaire markt aankopen, omdat er anders sprake is van monetaire financiering. Dat is volgens het mandaat van de centrale bank niet toegestaan.

In tegenstelling tot pensioenfondsen hoeft de ECB geen bedrijfsobligaties te verkopen als de kredietstatus van het betreffende bedrijf verslechtert. Ook opvallend is dat de centrale bank de bedrijfsobligaties zal doorrollen, wat betekent dat de opbrengst gebruikt wordt om opnieuw in schuldpapier van het bedrijf te beleggen.

De ECB hanteert een ‘budget’ van €80 miljard per maand voor staatsobligaties en bedrijfsobligaties samen. Koopt de centrale bank meer bedrijfsleningen, dan kan ze minder staatsobligaties aan de balans toevoegen. Het nieuwe stimuleringsprogramma komt op een goed moment, want het aanbod van staatsobligaties begon al aardig op te drogen.

Risico’s?

Het opkopen van leningen uit de markt draagt volgens de ECB bij aan een ruimere kredietverlening aan bedrijven en consumenten, wat op haart beurt weer zorgt voor meer economische groei en inflatie. Het risico van dit monetaire beleid van de ECB is dat het de rente kunstmatig laag houdt en de prijzen van financiële activa verder opgedreven worden. Dat geeft een vals gevoel van welvaart en kan leiden tot onvoorzichtigheid in de kredietverleningen.

Investeringen die bij een normale rente niet rendabel zouden zijn kunnen door het beleid van de centrale bank opeens wel rendabel worden, zoals ook beargumenteerd werd door Lex Hoogduin. Daardoor loopt men het risico dat er opnieuw teveel met geleend geld geïnvesteerd wordt en dat we daarmee een nieuwe kredietbubbel opblazen. Het risico op een crash zoals die van 2008 wordt daarmee steeds groter.

Voorzichtige spaarders die denken dat dit verkeerd zal aflopen doen er wellicht verstandig aan fysiek goud te kopen. Het is niet voor niets dat de landen van het Eurosysteem hun gezamenlijke goudvoorraad van meer dan 10.000 ton niet verkopen of zelfs maar uitlenen aan andere partijen. Heeft u al een verzekering tegen roekeloos monetair beleid?