Hyperinflatie treft Iran

De koersval van de Iraanse rial werd in gang gezet toen Amerika en later ook Europa besloten om het land compleet te insoleren. Niet alleen werd een olie-embargo in werking gesteld, ook werd de Iraanse centrale bank volledig verstoten van het Westerse financiële systeem. Het gevolg van het embargo werd direct zichtbaar, toen vermogende particulieren en inteationale beleggers de Iraanse rial massaal begonnen om te ruilen voor andere valuta. De plotselingen verschuiving in de vraag naar en het aanbod van de munt heeft de waarde in één keer flink onder druk gezet. En hoewel de officiële wisselkoers tussen de Amerikaanse dollar en de Iraanse rial geen schokkende trend laat zien weten de mensen op de straat in Iran wel anders. Zo komen er vanuit verschillende hoeken anekdotische verhalen van een sterk dalende koopkracht, afnemende economische activiteit met een hogere werkloosheid en sterk gestegen kosten van diverse importgoederen.

Onderstaande grafiek geeft niet alleen de officiële wisselkoers weer die de Iraanse banken hanteren, maar ook de wisselkoers zoals die op de zwarte markt wordt vastgesteld. De zwarte markt is het ondergrondse circuit, dat begint op te bloeien zodra er een divergentie plaatsvindt tussen de officiële koersen en de daadwerkelijke koersen. De Iraanse overheid doet er alles aan om de koersval van haar valuta op te vangen, maar de zwarte markt dicteert dat de Iraanse valuta in de afgelopen twee maanden is gehalveerd in waarde. Dat gegeven wordt ook bevestigd door Iraanse burgers, zo lezen we op Businessinsider. De eigenares van een tapijtenweverij in de stad Mashad vertelde bijvoorbeeld dat ze in de afgelopen twee maanden een aantal mensen heeft moeten ontslaan en de productie heeft teruggeschroefd, als gevolg van sterke fluctuaties in de markt en de hoge inflatie. Ze vertelde verder dat haar koopkracht in de afgelopen twee maanden alleen al met 30% is afgenomen, omdat het geld aan waarde heeft verloren en alle prijzen behoorijk zijn gestegen.

Een importeur in de Iraanse hoofdstad Teheran vertelde tegenover de Wall Street Joual dat de economische situatie van Iran momenteel ''een ramp'' is. ''De handel is teruggevallen tot een minimum en iedereen zou verkeren in staat van paniek'', aldus de importeur. Zijn inkomsten waren gezakt tot omgerekend $100 per dag, tegenover veel grotere lasten van ongeveer $400 aan huur en overige kosten. Zonder een sterke valuta is het voor de Iraanse bevolking ook heel moeilijk om goederen te importeren uit het buitenland. Verschillende apparaten zouden in de afgelopen twee maanden opeens meer dan verdubbeld zijn in prijs, wat natuurlijk direct effect heeft op de koopkracht van de bevolking.

In oktober was een Amerikaanse dollar gelijk aan 11.500 rial, maar vandaag de dag is de wisselkoers op de zwarte markt al opgelopen tot meer dan 23.000 rial per $1. Door de problemen die voortvloeien uit de acute valutacrisis heeft de Iraanse regering het draagvlak onder de bevolking verloren. De dreiging van de Iraanse president Ahmadinejad om de Straat van Hormuz af te sluiten verliest hiermee aan kracht, want vroeg of laat zal de Iraanse bevolking zich hardhandig verzetten tegen de regering.

Volgens Thomas Donilon, de nationale veiligheidsadviseur van de Obama regering, was de ineenstorting van de Iraanse valuta alles behalve een vergissing van het Westen. Het is beleid geweest van de Amerikaanse regering om via de weg van economische oorlogsvoering Iran onder druk te zetten. Of de boycot van Iran het gewenste effect heeft is nog maar de vraag, want nu lijkt vooral de bevolking getroffen te worden en niet het gevreesde nucleaire programma van de Iraanse regering.

Iran sloeg overigens meteen terug naar Amerika, door naar buiten te brengen dat het de olie-export naar India in goud gaat verrekenen. Daarmee gooit Iran Amerikaanse dollar overboord en stelt ze de status van deze munt als de wereldreservemunt ter discussie. Het effect hiervan op de waarde van de Amerikaanse dollar en de goudprijs bleef overigens onmeetbaar klein.

De Iraanse valuta verliest de helft van haar koopkracht tegenover de Amerikaanse dollar