Rickards: ‘Romney’s beleid zou Obama’s dollar devaluatie verdubbelen’

Via US News en met behulp van Google Translate en eigen verbeteringen:

Romney Doubles Down on Obama's Toxic Currency Policies
By James Rickards

James Rickards is hedge fund manager in New York en auteur van het boek “Currency Wars: The Making of de Next Global Crisis” (zie: Bol.com). Volg hem op Twitter: @ JamesGRickards.

Bij de meeste kwesties probeert oud-gouveeur Mitt Romney zich te onderscheiden van president Obama en het beleid van de huidige regering. Maar, op een vlak is Romney niet alleen een kloon van Obama, maar heeft hij de inzet verdubbeld door erop te staan dat het beleid van de president met een nog grotere kracht wordt uitgevoerd. Dit betreft China en de vermeende valuta manipulatie.

De wisselkoers tussen de dollar en de Chinese yuan is het belangrijkste slagveld in de wereldwijde valuta-oorlog. Romney eist dat Amerika China officieel brandmerkt als een valuta-manipulator en vergelding moet lijden in de vorm van belastingen en handelssancties van de Verenigde Staten. Dit is slechts een meer extreme vorm van de voortdurende diplomatieke druk van Obama op de Chinezen om hun munt omhoog te waarderen [revalueren].

Wat achtergrondinformatie is handig. In zijn “State of the Union”* in 2010, verklaarde president Obama de Nationale Export Initiative, waarvan het doel was om de Amerikaanse export verdubbelen in vijf jaar. Voor analisten was op dat moment meteen duidelijk dat de enige manier om een verdubbeling van de exporten te bereiken, een drastisch goedkopere dollar ten opzichte van andere valuta's was. Feitelijk zou de Verenigde Staten een “50% uitverkoop” van haar producten en diensten houden als zij de wisselkoers van de dollar zou hebben kunnen halveren.

Het is waar dat China de waarde van haar valuta manipuleert; alle landen doen dat. Wisselkoersen zijn gewoon een van de beleidsinstrumenten zoals de rente, belastingtarieven, en [import]tarieven. Maar er bestaat geen grotere of volhardende valuta-manipulator in de wereld dan de Verenigde Staten. Het Amerikaanse beleid van geld printen door de Federal Reserve kan het best gezien worden als een nauwelijks verhullende manier om de dollar goedkoper te maken.

De aantrekkingskracht van een goedkope dollar voor politici en grote bedrijven valt niet te ontkennen. Politici denken aan de toename van de uitvoer en de banen die hierop volgen. Grote bedrijven zoals Boeing, General Electric, Microsoft en vele anderen denken aan stijgende verkopen van vliegtuigen, windturbines, software, en meer als gevolg van een goedkopere dollar. Oppervlakkig bekeken is het lastig om bezwaren te zien in het geschetste beeld.

Eigenlijk is er veel mis mee. Andere landen zullen niet alleen zitten wachten en de Verenigde Staten het toestaan om hun munt goedkoper te maken [devalueren]. Ze trachten terug te vechten door hun eigen valuta's goedkoper te maken; dit is de essentie van een valuta-oorlog. Landen doen dit door het verlagen van de rente, het verlichten van de regels voor bank-reserves en directe interventie op valutamarkten.

Politici gaan eraan voorbij dat de Verenigde Staten meer importeert dan het exporteert. Een goedkopere dollar mag dan wel betekenen dat de export goedkoper wordt, maar het betekent [tegelijkertijd] ook een duurdere importen die banen kan veietigen bij Amerikaanse bedrijven die afhankelijk zijn van de import van onderdelen en benodigdheden.

Deze giftige [cocktail] van wereldwijde monetaire verruiming en duurdere importen brengt inflatie naar de Verenigde Staten in de vorm van hogere prijzen voor olie, geïmporteerde auto's, elektronica, textiel, en vele andere goederen en diensten. Dit is precies wat er gebeurde toen president Nixon de dollar in 1971 goedkoper maakte**. Tegen het einde van dat decennium verviervoudigde de olieprijzen en was de inflatie ruim 13 procent, schoot de rente omhoog, stortte de aandelenmarkt in en onderging de Verenigde Staten drie recessies in zeven jaar tijd.

Een goedkope dollar spreekt Romney aan op alle zijn ergste instincten. Het bevoordeelt grote bedrijven meer dan kleine bedrijven. Het bevoordeelt de gevestigde exportindustrie zoals zware machinerie ten nadele van innovatieve nieuwe producten. Romney heeft dringend behoefte aan de steun van jongere kiezers en onafhankelijken. Zijn goedkope dollar beleid spreekt in plaats daarvan multinationals aan en degenen die net zoals banken en hedge funds weten hoe om op een dalende munt te speculeren.

Het ergste van dit alles is dat Romney's [gewenste] goedkoop dollarbeleid zal leiden tot het importeren van inflatie vanuit het buitenland. Deze inflatie berooft de [koopkracht van de] spaargelden van ouderen, gepensioneerden, en de Amerikaanse middenklasse die afhankelijk is van lijfrenten, bankdeposito's en verzekeringen die hun inkomsten zouden moeten beschermen. Een goedkopere dollar veroorzaakt een welvaartsoverdracht van de gemiddelde Amerikaan naar de rijken die inflatie kunnen zien aankomen en weten hoe zij zich hiertegen moeten in dekken. Dit goedkopere dollarbeleid is in overeenstemming met het stereotype van Romney als een rijke, “out-of-touch” elitaire man, die niet de zorgen van zijn medeburgers  deelt en niet lijdt onder de gevolgen van zijn eigen misplaatste beleid.

Terwijl Romney heeft gezworen om tegen de valuta-oorlog te vechten is een recept voor een ramp. De juiste koers is een gezond geldbeleid zoals belichaamd werd in het “Koning Dollar”-beleid van Paul Volcker en Ronald Reagan. De manier om te concurreren in de inteationale handel is niet met een goedkopere munt, maar met technologie, innovatie, onderwijs, goede arbeidsmanagement, en een bedrijfsvriendelijke omgeving. Dit is precies hoe de Duitsers op het gebied van export slagen. Duitsland heeft tientallen jaren exportsucces gehad, zelfs met een sterke munt, omdat ze een gunstig ondeemingsklimaat hebben.

De Verenigde Staten moeten innoveren, niet [de dollar] goedkoper maken, om succesvol te exporteren. Romney moet het Reagan-model van een sterke dollar omarmen en het goedkope dollarbeleid van Obama verwerpen. Als Romney zich houdt aan het “Obama-goedkope-dollar-beleid”, dan staat de volgende presidentsverkiezing garant voor toenemende inflatie, ongeacht wie er wint.

* De Amerikaanse tegenhanger van de Troonrede van de Koningin bij Prinsjesdag.
** Ter verduidelijking: de devaluatie ging gepaard met de beëindiging door Nixon van de inwisselbaarheid van de dollar voor goud.