Valutaoorlog: Venezuela devalueert bolivar met 46%

President Hugo Chavez heeft in 2003 valutacontrole ingevoerd, zodat importeurs en toeristen alleen via een overheidsorgaan geld kunnen wisselen. De minister van Financien van Venezuela, Jorge Giordani, zei in een persconferentie dat er een besluit is genomen om de waarde van de bolivar te verlagen tot 6,3 ten opzichte van de dollar. Het besluit komt vlak voor een lang weekend dat in het teken staat van caaval.

Met deze devaluatie verlicht de overheid de druk op haar eigen begroting, want een belangrijk exportproduct van Venezuela is olie. Die wordt afgerekend in Amerikaanse dollars en kan door deze devaluatie dus ingewisseld worden voor meer bolivars. Zodoende kan de overheid in theorie makkelijker haar begroting sluitend maken. Tegelijkertijd zorgt de devaluatie van de bolivar er wel voor dat alle importgoederen opeens een heel stuk duurder worden. Dat gaat ten koste van de koopkracht van de Venezolaanse bevolking en wakkert de prijsinflatie sterk aan.

Het behoeft dan ook geen uitleg dat deze devaluatie op de lange termijn alleen maar gevolgd kan worden door weer een nieuwe devaluatie. Dat zal gebeuren zodra de gunstige effecten zijn uitgewerkt en de negatieve effecten minstens zo zichtbaar zijn geworden. Alberto Ramos van Goldman Sachs verwacht ook dat de bolivar in de toekomst opnieuw gedevalueerd zal worden, zo schrijft Reuters. Volgens Ramos kent de Venezolaanse economie teveel onevenwichtigheden.

De meeste Latijns-Amerikaanse landen laten hun valuta inmiddels vrij bewegen ten opzichte van de dollar en andere munten, maar Venezuela hanteert nog een rigide en arbitrair systeem waarin de wisselkoers door de beleidsmakers worden bepaald.

Lenen

Venezuela heeft veel geld geleend sinds de laatste devaluatie. In 2011 leenden de overheid en de genationaliseerde oliemaatschappij PDVSA samen al voor $17,5 miljard. Logischerwijs leenden ze dat bedrag niet in dollars maar in hun eigen valuta, want door een devaluatie als deze worden ook gelijk alle schulden in reële termen een stuk minder waard. Vicepresident Nicolas Maduro riep de bevolking op om soberder en efficiënter te leven, een opvallende boodschap in een land dat volgens Reuters gewend is geraakt aan de welvaart van de olie-industrie. “We moeten leren om meer te doen met minder, in plaats van weinig te doen met veel”, verwijzend naar de welvaart die de export van olie al die jaren heeft gebracht.

Door de eigen valuta te devalueren wordt lokale industrie concurrerender in exportmarkten. Voor consumenten in de rest van de wereld worden producten uit Venezuela opeens een stuk goedkoper, omdat ze de goederen (of diensten) kunnen afrekenen is een munt die relatief goedkoper is geworden ten opzichte van hun eigen munt. Toch denken critici dat deze ingrijpende devaluatie niet zal bijdragen aan een significante uitbreiding van de binnenlandse industrie, omdat de overheid de private sector regelmatig 'plaagt' met extensieve prijscontroles en onteigeningen waarvoor lang niet altijd eerlijk gecompenseerd wordt.

Venezuela heeft een lange geschiedenis van muntdevaluaties, waardoor er een chronische monetaire instabiliteit is ontstaan. Als gevolg daarvan zoekt de bevokking continu naar relatief sterke valuta, die hun waarde veel minder snel verliezen. Op de straten van Venezuela was de ongerustheid en bezorgdheid onder de bevolking waar te nemen, aldus Reuters. De devaluatie maakt veel spullen opeens een stuk duurder, waardoor de koopkracht van spaargeld en van een vast inkomen achteruit gaat.

Zwarte markt

Op de zwarte markt werd al geanticipeerd op een devaluatie, want daar betaalt men een aanzienlijke premie voor Amerikaanse dollars. Men zou daar maar liefst vier maal zoveel bolivar bieden op dollars in vergelijking met de officiële wisselkoers. Veel bedrijven zoeken hun toevlucht in de zwarte markt, ondanks het feit dat hun bolivars meer dollars waard zijn via het loket van de overheid. Het probleem is dan ook dat het loket van de overheid onvoldoende geld wil omwisselen om aan de behoefte van de bedrijven te voldoen. De veel hogere wisselkoers op de zwarte markt geeft impliciet aan dat de Venezolaanse bolivar nog steeds sterk overgewaardeerd is ten opzichte van de Amerikaanse dollar. Het is de vraag wanneer men dat in gaat zien.

Venezolaanse bolivar

Valutaoorlog

Venezuela heeft hier een voorproefje gegeven van hoe de valutaoorlog er in de toekomst uit kan zien. Grote valutablokken die aan deze race naar de bodem meedoen kiezen een meer 'subtiele' aanpak, door de centrale bank geld bij te laten drukken en daarmee de waarde van de munt te ondermijnen. Een kleinere economie als die van Venezuela met vaste wisselkoersen kan simpelweg van de één op de andere dag de waarde van de munt afschrijven. En dat zijn lang niet altijd zogeheten 'bananenrepublieken'. Zwitserland besloot in september 2011 ook te interveniëren op de valutamarkt, door een plafond in te stellen voor de waarde van de Zwitserse Franc. Dat was in feite ook een harde devaluatie, waarin de Zwitserse valuta in één dag met meer dan 8% wegzakte ten opzichte van de euro.

Goud

Fysiek goud is een zeer betrouwbare beschermer tegen devaluaties van valuta. Ook dit keer zullen Venezolanen opmerken dat de stijging van de goudprijs in hun eigen valuta correspondeert met de omvang van de devaluatie. We hebben het dan alleen over fysiek goud, dat niet aan een beurs genoteerd staat in één soort valuta. Fysiek goud kent geen valutarisico, omdat het simpelweg een hedge is tegen waardeverlies van valuta. Iedere keer als de munt gedevalueerd wordt is dat een verliesbeurt voor de 'spaarders' en winst voor de schuldenaren. Wie spaart in fysieke bezittingen zoals goud zal merken dat zijn of haar koopkracht minstens intact blijft en vaak zelfs zal toenemen. Door een devaluatie hebben anderen die sparen in 'geld' minder koopkracht en kunnen ze dus minder consumeren. Dat zet een neerwaartse druk op de prijzen, terwijl het goud volledig compenseert voor het waardeverlies van de valuta.

Devaluaties waren niet zeldzaam in Venezuela (Afbeelding via Zero Hedge)