Weidmann: “ECB kan Europese problemen niet oplossen”

Volgens Jens Weidmann, president van de Bundesbank, is het niet de taak van de ECB om de problemen van Europa op te lossen. Dat zei hij afgelopen week in een interview met de Suddeutsche Zeitung. Volgens Weidmann is er door de financiële crisis van beide kanten controverse ontstaan over het beleid van de Europese Centrale Bank. Sommigen beschouwen de bank als een vangnet voor banken en overheden die in de problemen komen en willen dat de ECB daar nog verder in gaat dan ze nu doet. Anderen zijn van mening dat de ECB al veel te ver is gegaan in het ondersteunen van banken en overheden.

Weidmann: "ECB moet de Europese problemen niet oplossen"Weidmann stelt dat de ECB duidelijk moet communiceren dat ze niet de problemen van Europa op zich kan nemen. “Het mandaat van prijsstabiliteit mag niet ondergeschikt worden gemaakt aan andere doelen, zoals het garanderen van de solvabiliteit van overheden”. Daarmee reageert hij op de toenemende populariteit van politieke partijen en politici die de spreekwoordelijke geldpers aan willen zetten. “Centrale banken in de eurozone mogen overheden niet financieren en moeten hun mandaat strikt volgen om hun onafhankelijkheid te kunnen bewaren”, zo voegt hij toe.

Over de relatief sterke euro:

De relatief hoge waardering van de euro ten opzichte van de dollar baart de president van de Bundesbank geen zorgen. “We hebben vaker op deze wisselkoers gestaan. Als je de euro vergelijkt met een mandje van valuta zie je dat de euro op dit moment maar een klein beetje boven het handelsgewogen gemiddelde ligt ten opzichte van het moment dat de muntunie werd opgericht. Er bestaat geen twijfel over dat een ruim monetair beleid een lagere wisselkoers met zich meebrengt. Echter ben ik geen voorstander van een actief wisselkoersbeleid dat als doel heeft de euro te verzwakken.”

De gedachte dat een zwakke euro een blijvende verbetering kan geven aan het concurrentievermogen van de Eurozone is onjuist. We hebben dat gezien wat devaluaties in het tijdperk voor de komst van de muntunie ons hebben opgeleverd. Op de korte termijn hielp devalueren voor landen als Italië, maar over de langere termijn ondermijnde dit de bereidheid van beleidsmakers en bedrijven om te veranderen. Dat ging op termijn weer ten koste van het concurrentievermogen. De enige manier om concurrerend te blijven is door innovatief te ondernemen en door productief personeel te hebben. 

De relatief sterke euro is volgens Weidmann te verklaren door de toenemend vertrouwen in de Eurozone onder de institutionele beleggers. “Daardoor stroomt er kapitaal binnen, voornamelijk richting de perifere landen. Dat heeft de euro sterk gemaakt. Maar het heeft ook een positief effect op deze landen, want de instroom van kapitaal heeft de rente op de kapitaalmarkt naar een all-time low gebracht. Op de lange termijn is dat meer bepalend voor de economie van deze landen dan de wisselkoers.”