“Nederlandse huizenverkoper wil geen verlies nemen”

De problemen op de Nederlandse huizenmarkt zijn voor een deel te wijten aan ‘verlies-aversie’, zo schrijft het CPB in een nieuwsupdate. Huizenverkopers vertikken uit irrationele motieven verlies te nemen op de verkoop van het huis, zelfs als ze daarbij geen restschuld overhouden.

Het CPB haalt hard uit naar huizenbezitters die de prijzen niet willen verlagen. Niet alleen de afwachtende en onzekere kopers zorgen voor de problemen op de Nederlandse woningmarkt, ook de verkopers hebben aan de huidige situatie bijgedragen. “Zij weigeren te accepteren dat ze hun woning voor minder zullen moeten verkopen dan zij er ooit zelf voor betaald hebben”, zo schrijft het CPB maandag. “Omdat ze de vraagprijs niet verlagen naar een marktconform niveau ontstaat er een groot gat tussen vraag- en biedprijzen. Mede daardoor raakt de woningmarkt op slot.”

Restschuld

Niet alle verkopers op de Nederlandse woningmarkt zijn in een positie om de vraagprijs te verlagen. Voor huizenkopers die ‘onder water’ staan en geen NHG-hypotheek hebben doet iedere prijsverlaging veel pijn. In plaats van vermogen bouwen ze een restschuld op, één die al snel in de duizenden of tienduizenden euro’s kan lopen. Het CPB erkent dat er huizenverkopers zijn die niet verder kunnen zakken zonder een restschuld te aanvaarden, maar uit onderzoeken in andere landen blijkt dat huizenbezitters sowieso moeite hebben om een lagere prijs voor hun woning te accepteren.

Het CPB schrijft in de conclusie van haar onderzoek naar de woningmarkt het volgende:

De verhuismobiliteit zou verder bevorderd kunnen worden als huizenverkopers hun reserveringsprijs sneller neerwaarts zouden aanpassen. Dit kan wellicht worden bereikt door huishoudens beter te informeren over de waardeontwikkeling van hun woning of van recent verkochte woningen in hun buurt. De verlies-aversie blijkt af te nemen als ook andere mensen in de directe omgeving hun huis met verlies hebben verkocht.”