ANDERE TIJDEN XXXIV (geo)

Bron: Robert Broncel

Ruim 10 jaar na het schrijven van mijn “brandbrief” op de frontpagina van mijn
website blijkt het huidige monetaire systeem “geruisloos” in een groot zwart gat
te verdwijnen. Leek de financiële crisis toen nog te bezweren met “het volle
geloof” in de kunde en kennis van de vermaarde maar intussen verguisde Britse
econoom John Maynard Keynes en zijn theorie van de verruiming van de
geldhoeveelheid, weten we intussen wel dat dit een té duur lesje was!

Niettemin stond hij ook aan de wieg van Bretton Woods (1944), waarin de goudkoppeling,
centraal stond teneinde de dollar de status van reservemunt te laten innemen. Die koppeling
diende tot dekking van de stabiliteit van en vertrouwen in de dollar in deze nieuwe rol. Dat
ging fout ten tijde van de Vietnam oorlog die veel meer kapitaal en manschappen verslond
dan de V.S. bereid was toe te geven. Daardoor ontstond twijfel over de financierbaarheid van
deze oorlog, die ertoe leidde dat Frankrijk onder leiding van president Charles de Gaulle
dollars begon aan te bieden in ruil voor goud. Teneinde deze “uitverkoop” het hoofd te
kunnen bieden, werd toenmalig president Nixon in 1971 voor de keuze gesteld de oorlog te
beëindigen of de dollar los te koppelen. Hij koos voor het laatste aangezet door het machtige
Amerikaanse industriële defensie apparaat. Die oorlog was immers bedoeld om het
communisme tot staan te brengen, zonder evenwel een goed beeld te hebben van de politieke
situatie in dat werelddeel zoals dat bijvoorbeeld 30 jaar later wederom in Irak gold.
Bestendiging Amerikaanse suprematie.

Hoewel Nixon er bij dit besluit aan had toegevoegd dat het om een “tijdelijke ” ingreep zou
gaan, is er nooit een Amerikaans president geweest die deze koppeling heeft hersteld. Sterker,
de intussen ongebonden Amerikaanse munt bood het buitenkansje middels de gratis geldpers
“gratis” boodschappen in het buitenland te kunnen doen en nog belangrijker, een wereldwijd
netwerk van 210(!) militaire bases te bouwen. Het structurele Amerikaanse handelstekort
bleek nooit enige rol te spelen. Daarmee kon op een goedkope wijze de Amerikaanse
suprematie worden “neergezet”, waartegen de Sovjet-Unie het uiteindelijk militair volledig
moest afleggen. Hoe zouden wij ons hebben gevoeld bij een wereldwijde Russische of
Chinese bases omsingeling? Dat zou naar alle waarschijnlijkheid tot amok hebben geleid!
Na de implosie van de Sovjet-Unie rond 1990 konden president Ronald Reagan en toenmalig
Brits premier Margaret Thatcher “hun feestje” als uitdragers van het neoliberalisme luidkeels
luister bijzetten. Kritiek hierop was er nauwelijks. Alleen de Europese landen zagen zich
genoodzaakt een eigen gemeenschappelijke munt in het leven te roepen die uiteindelijk in
2001 het licht zag. Die noodzaak was vooral gelegen in de reeds in 1971 ontstane situatie van
zwevende valuta’s ten opzichte van de dollar maar ook ten opzichte van elkaar. Dat werkte
handelsbelemmerend. Opvallend genoeg bleef een goudkoppeling om welke reden dan ook
buiten beeld. In elk geval was dit fout I.

De goud ‘deals’

Fout II was het ontbreken van een politieke unie onderbouwd met een gemeenschappelijk
fiscaal/financieel beleid. De afzonderlijke inzichten hiertoe bleken onverenigbaar en zo koos
de in het leven geroepen ECB vanaf begin voor een beleid dat min of meer op dat van de Fed
was afgestemd. Daarin was geen ruimte voor een goudkoppeling. Sterker, min of meer op
gezag van de V.S. dienden de Europese centrale banken zelfs goud te verkopen teneinde het
vertrouwen in de dollar te bestendigen. Waarom zouden Europese banken dat anders doen?
Omdat er voor goud geen rol meer was weggelegd, met liquiditeitswinst als voordeel? Zo
werd het goud rond de eeuwwisseling tegen rock bottom prijzen van de hand gedaan. Thans
geldt slechts: ‘let’s not look back in anger’.
De transacties verliepen binnen de Central Bank Gold Agreement (CBGA) daterend van
september 1999, ook wel de Washington Agreement on Gold genoemd. Deze overeenkomst
kwam tot stand onder auspiciën van het IMF om ongecoördineerde goudverkopen te
voorkomen met teveel impact op een mogelijk sterke prijsdaling die dan weer in eigen vlees
zou snijden. In die tijd bleken volgens de World Gold Council de centrale banken over een
slordige 33.000 ton aan goud te beschikken of ca. 45% van de wereldreserves. De centrale
bankiers kwamen overeen om voor de eerste periode niet meer dan 2.000 ton in de verkoop te
doen, met gemiddeld 400 ton per jaar verspreid over 5 jaar. Daarna zijn er nog een drietal
CBGA’s opgezet met een afnemend verloop, zonder dat in de laatste periode nog
noemenswaard goud werd verkocht. Totaal ging het om een verkoop van ruim 3.000 ton. De
reden dat in CBGA4 nauwelijks nog goud werd verkocht, had waarschijnlijk te maken met de
schielijke Chinese inkoop (daarvan).

Nooit is gebleken dat de goudstandaard onder ‘ U.S. National Banking System (1863 – 1914)
met goud als redeemability op evidente nadelen stuitte anders dan om “het huishoudboekje”
op orde te houden. Bovendien was ten principale een centrale bank overbodig om de
koopkracht te bewaken.

De gevolgen

Anders werd het na de loskoppeling in 1971 toen daarop de inflatie steeds verder opliep totdat
deze in 1979 tot boven 15% was gestegen en alleen met nog hogere rentes kon worden
bedwongen. Een diepe recessie was toen het gevolg die tot ruim midden jaren ’80 aanhield
nadat de renteneergang was ingezet, in feite tot vandaag toe!

Een goudkoppeling kwam nadien evenwel niet meer in beeld toen al lang was gebleken welke
“voordelen” de ongebonden reservemunt bood. Er was dan ook geen centrale bank die ooit
aan een nieuwe koppeling heeft geappelleerd. Kritiek vanuit Europa alsmede Japan (beide in
WOII door de V.S. van de dictatuur bevrijd) bleef uit vanwege het geboden atoomschild tegen
de communistische Sovjet-Unie. Dit “schildaanbod” bleef overeind ook na de afgenomen
militaire dreiging vanuit het latere Rusland die bijdroeg tot een verminderde animo om de
destijds gemaakte financiële afspraken in NAVO verband na te komen. Daarover werd
gemakshalve gezwegen en Trump had in dat opzicht simpel gelijk!

Nu de V.S. vanuit een hopeloos verzwakte monetaire maar nog altijd uiterst sterke militaire
uitgangspositie opnieuw de confrontatie dreigt te zoeken (China), is de vraag gewettigd of
Europa zich niet op een nieuwe oriëntatie dient voor te bereiden. Een andere vraag is of een
aan goud gekoppelde euro de huidige onderhandelingen in Brussel niet aanzienlijk zou
hebben vereenvoudigd, juist in de wetenschap dat Italië met een reserve van ruim 2.400 ton na
Duitsland over de grootste goudvoorraad beschikt. In elk geval zou Europa middels een sterke
aan goud gekoppelde munt hebben kunnen aantonen een duidelijke les uit het verleden te
hebben getrokken! Met samengeknepen billen lijkt Madame Lagarde er kennelijk thans ook
geen gat meer in te zien!

Opmerking: het Chinese cijfer dient allerminst als serieus te worden beschouwd daar het
slechts voor “de Bühne” dient. Alleen al bij een gemiddelde jaarproductie van ca. 400 ton
sinds midden jaren ’90 dient de werkelijke reserve minstens tussen 20.000 en 25.000 ton te
liggen. Hoewel nooit officieel is toegegeven, wordt ongetwijfeld een niet onbelangrijk deel
van deze tonnage waarschijnlijk in Tibet gewonnen. Goud is ongetwijfeld de drijfveer
geweest voor de annexatie in 1951. Deze annexatie is even waarschijnlijk terug te voeren tot
de roof van de toenmalige goudvoorraad ten tijde van de bezetting door Japan. Japan zwijgt
hierover nog steeds als het Aziatische graf evenals over de werkelijke goudreserve die geschat
minimaal tien maal hoger zal liggen dan de opgegeven 765 ton. Goud – het meest gewilde
item in dit werelddeel – blijft nog altijd het grootste geheim!
Tegelijkertijd blijkt dit werelddeel veel beter geprepareerd op de aanstaande monetaire
“brokken” dan wij met onze papieren pensioenen en “prachtige” sociale vangnet, in wezen
niet meer dan een paar armzalige schaamlappen tegen het aanstormende koopkrachtverlies.

De hamvraag

Het enige wat we nog niet zeker weten. is waar de eerste scheuren openlijk naar buiten zullen
treden. Is dat vanuit het bedrijfsleven waar de winstgevendheid naarmate “het virus” blijft
toeslaan, steeds verder terugloopt met een faillissement als sluitstuk? Is dat bij de banken die
steeds meer voorzieningen dreigen te moeten treffen, omdat steeds meer onbetaalde schulden
niet opeisbaar blijken te zijn?

Of is een centrale bank “zo sportief” om toe te geven dat een langer kicking the can down the
road een even zinloze als een extreem en te kostbare exercitie blijft? Dat toegeven zal direct
de inleiding zijn tot de definitieve val van het systeem maar welke centrale bank wil dat op
z’n geweten hebben – cruciale vraag waarop het antwoord schuldig blijft?!

Centrale bankenadvies

In elk geval blijken zowel Azië als Europa het best te zijn voorbereid op een reset. Wat
Europa betreft, zijn het de belangrijkste centrale bankiers die openlijk voor de draad komen
met uitspraken als:
 “Goud is de hoeksteen van een internationaal monetair systeem”, uitspraak van Jens
Weidmann, president van de Duitse centrale bank
 “Goud vormt de ultieme ‘value constante’, uitspraak van de Franse bankpresident
 “Goud is een excellente hedge tegen falen van het monetaire systeem”, uitspraak van
de Italiaanse bankpresident
 “Goud behoudt altijd haar waarde (koopkracht, RB) volgens de website van de
Nederlandse centrale bank.
Hiermee wordt met zoveel woorden gezegd dat goud superieur blijft en blijkt aan het
uitgegeven “fiat” papier, met een advies om goud aan te houden. Je zou kunnen zeggen dat
hiermee wordt toegegeven dat het papieren systeem niet alleen heeft gefaald maar dat er
wellicht al een draaiboek klaar ligt voor een nieuw monetair systeem, op de een of andere
manier verankerd aan goud. Hierop werd in de jaren ’70 ook reeds gehint.
Tenslotte de uitspraak van de president van de Shanghai Gold Exchange (SGE) – de grootste
goudbeurs ter wereld – die op 20 april j.l. door Reuters werd opgetekend: ‘The global clout of
the United States will reduce, while the status of the European Union and China will rise in
global affairs!’