“Goud blijft belangrijk onderdeel van wereldwijde monetaire reserves”

De goed ingevoerde lezer herkent de titel van dit nieuwsbericht als de eerste regel van het Central Bank Gold Agreement, een intentieverklaring die verschillende centrale banken in 1999 voor het eerst ondertekenden en die iedere vijf jaar verlengd werd. Op de website van de ECB lezen we vandaag dat het vierde Central Bank Gold Agreement (CBGA) ondertekend is. De intentieverklaring bevat slechts vier uitgangspunten, waar de ondergetekenden zich de komende vijf jaar aan zullen houden:

  1. Goud blijft een belangrijk onderdeel van de wereldwijde monetaire reserves
  2. De ondergetekenden zullen hun goudtransacties zodanig blijven coördineren dat ze de markt zo min mogelijk verstoren
  3. De ondergetekenden maakten bekend geen plannen te hebben om significante hoeveelheden goud te verkopen
  4. Deze intentieverklaring, die vanaf 27 september 2014 van kracht is en die volgt op de vorige intentieverklaring, zal na vijf jaar opnieuw bekeken worden

Central Bank Gold Agreement

Het Central Bank Gold Agreement bewijst al sinds 1999 dat veel Europese centrale banken veel waarde toekennen aan goud. Hoewel ze in de beginperiode nog een substantiële hoeveelheid goud op de markt brachten werd er onder CBGA3 nauwelijks nog goud verkocht. Het is daarom niet verwonderlijk dat het limiet van maximaal 400 ton goud per jaar geschrapt is in deze vierde intentieverklaring. De ECB en de centrale banken van de volgende landen ondertekenden deze vierde overeenkomst:

  • België
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Luxemburg
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Portugal
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Zwitserland

Goudverkopen onder de eerste drie Central Bank Gold Agreements

Goudverkopen onder de eerste drie Central Bank Gold Agreements (Bron: WGC)

Frank Knopers

Frank Knopers studeerde bedrijfswetenschappen aan de Universiteit Twente in Enschede en behaalde een Master in Financial Management met een onderzoek naar de effectiviteit van waardebeleggen (value investing) in Nederland. Sinds het uitbreken van de financiële crisis is Frank zich gaan verdiepen in de werking van het geldsysteem.