Goud: hoezo een safe haven?

Bron: Koen Lauwers

‘Waarom stijgt goud nu niet?’ is met ruime voorsprong de meest gestelde vraag die ik de voorbije dagen binnenkreeg. Het antwoord hangt af van de tijdhorizon.

Op de dag dat de Amerikaanse beursindexen een tik van gemiddeld 7% kregen, de volatiliteitsindex opklom naar het hoogste peil sinds de financiële crisis van 2008 en de olieprijs de grootste daling op dagbasis sinds de Golfoorlog (1991) liet optekenen, gaf goud nagenoeg geen krimp. Ja, even werd het niveau van $1.700 aangetikt, maar daar stonden we enkele weken terug ook al. Bovendien werd de stijging niet vastgehouden en volgde nadien zelfs een terugval.

Liquiditeitscrisis en margin calls

Maar is de vraag of goud al dan niet een safe haven is daarmee beantwoord? Eigenlijk niet, want alles hangt af van de tijdshorizon. Op korte termijn kan het gele metaal die status slechts zelden waarmaken.

Wat meestal wel werkt, zijn bepaalde overheidsobligaties en sommige valuta’s. Omdat valuta’s tegenover elkaar worden verhandeld, is er tegenover elke verliezer ook een winnaar. Zo is er in onzekere tijden vaak een vlucht naar de Zwitserse frank (CHF) en Japanse yen. Maar dus niet naar goud of toch niet altijd.

Overigens ook niet naar cryptovaluta, die vrolijk mee onderuit gingen. Dit terwijl de virtuele munten volgens sommigen de rol van goud hadden overgenomen. Maar dit is weer een ander verhaal.

De meest aangehaalde verklaring bij analisten is het fenomeen ‘margin calls’. De prijs van goud (en andere grondstoffen) wordt gemaakt op de termijnmarkten waar futures worden verhandeld. Institutionele investeerders als hedge funds werken met een hefboom door slechts een fractie van de prijs te betalen (marge) en de rest te ‘lenen’.

Wanneer de onderliggende waarde de verkeerde richting uit gaat en de hefboom niet mee- maar tegenwerkt, moet extra geld worden bijgestort (margin call). Wanneer dit niet voorhanden is, bijvoorbeeld door een gebrek aan liquiditeit, moeten deze marktparticipanten ook posities verkopen die ze misschien niet hadden willen verkopen. Verliezen op onder meer aandelenposities of olie-futures worden dan gecompenseerd door (gedwongen) verkopen van bijvoorbeeld goud-futures.

Korte versus lange termijn

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de drie grootste recente correcties van de S&P500 en de prestatie van goud tijdens deze periodes.

Periode Prestatie S&P 500 Prestatie goud

Oktober 2007 – maart 2009 -56,8% +25,5%
Maart 2000 – oktober 2002 -49% +12,4%
Augustus 1987 – december 1987 -33,5% +6,2%

Het rendement van goud varieerde van ‘goed’ over ‘best wel OK’, tot ‘eerder ontgoochelend’.

Het fenomeen dat we de afgelopen dagen observeerden is dus niet nieuw. Tijdens de vorige financiële crisis in 2008 daalde de goudprijs aanvankelijk van $1.000 naar $700 (-30%). Dit was ook het geval na de dotcomcrisis, toen de goudprijs tussen maart 2000 en maart 2001 afgerond van $315 naar $255 dollar (-25%).

Maar over een langere tijdspanne is het beeld enigszins anders. Toen de overhang van gedwongen verkopen van de baan was, stond niets een stijging van de goudprijs nog in de weg. In november 2008 begon het edelmetaal aan een klim, die pas zou stoppen in september 2011, bij een prijs van $1.920 (+175%).

Ook maart 2001 vormde het startschot voor een opmars die de goudprijs tegen 2006 richting $750 zou katapulteren (+200%), voordat het metaal voor het eerst corrigeerde.

Goud gaat dus eerst mee de diepte in, maar keert daarna op volle kracht terug. Kijk je niet alleen naar de crisisperiode met de grootste klappen voor de aandelenindexen maar iets langer, dan is goud wel degelijk een safe haven.

En wat nu?

Sinds begin deze eeuw steeg de goudprijs, uitgedrukt in euro, met gemiddeld 9,8% op jaarbasis. Ik ken persoonlijk geen activa die ook maar in de buurt komen van dit rendement.

Moeten we hier nu ook de obligate kanttekening ‘In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst’ aan toevoegen dat tegenwoordig elk Essentiële Informatiedocument van een beleggingsproduct verplicht moet vermelden?

Ik denk het niet, want het startschot voor een nieuwe haussebeweging werd al vorig jaar in juni gegeven toen het gele metaal er na verschillende mislukte pogingen eindelijk in slaagde om een technische weerstand uit 2013 te doorbreken. Vandaar ging het crescendo richting $1.700. De goudprijs bereikte de voorbije weken nieuwe hoogtepunten in nagenoeg alle valuta. Uitzonderingen zijn (voorlopig nog) de dollar en de CHF.

Geen tegenpartijrisico

De kaarten liggen om verschillende redenen nog steeds goed voor goud. Zo heeft het edelmetaal als enige activa geen enkele vorm van tegenpartijrisico. Dit is een begrip waar u als investeerder eens wat dieper moet nadenken over wat het nu eigenlijk betekent bij aandelen, obligaties en derivaten en wat voor gevolgen het kan hebben als het eens misloopt.

Negatieve rente maakt goud aantrekkelijk

Verder is de reële rente (nominale rente min inflatie) overal negatief en dreigt deze nog negatiever te worden door nieuwe stimuli van de monetaire autoriteiten. In een marktomgeving met in hoofdzaak negatieve rentes wordt een actief zonder rente (zoals goud) ineens aantrekkelijk.

Hier en daar zijn er investeringsprofeten die inflatie dood verklaren. Geloof dat maar niet. Inflatie verloopt volgens cycli en komt altijd terug. Enkel een aanbodschok kan al voldoende zijn.

Ik vermeld er nog even bij dat ook de goudmijnaandelen nog steeds erg goedkoop zijn. De Barron’s Gold Miners Index (BGMI) staat in verhouding tot de S&P500 in de buurt van het dieptepunt van begin 2016 en is dus historisch erg laag.