Kissinger over Europese herwaardering van goud (1974)

In 1974 sprak Kissinger (veiligheidsadviseur en Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken) met zijn staf over het Europese voorstel om goud weer terug te plaatsen in haar rol als de ultieme monetaire reserve. Het balletje begon na 1971 te rollen, toen Nixon de koppeling van de dollar met goud losliet. Dat deed hij, omdat de Verenigde Staten haar belofte niet langer na kom komen om goud uit te leveren tegen een vaste prijs van $35 per troy ounce. Nixon weigerde de dollar opnieuw te devalueren tegenover goud en nam in 1971 het omstreden besluit om de koppeling van de dollar met goud volledig los te laten.

Het balancerende effect dat goud moest hebben op het monetaire systeem werd geëlimineerd, met als gevolg een lange periode van ongekende inflatie. De Verenigde Staten konden vrijwel onbeperkt geld lenen, omdat het buitenland de dollarreserves direct weer aan de VS uitleende in ruil voor staatsobligaties. Onder andere Charles de Gaulle zag al spoedig in dat dit systeem van zwevende valuta op een dag zou eindigen in rampspoed. In de beroemde toespraak van 1965 wees de toenmalige Franse president al op de gevaren van het loslaten van goud als monetaire reserve.

De Europese herwaardering van goud

In Europa begonnen rond die tijd de gesprekken over een alternatief voor het dollarsysteem. Een alternatief dat goud weer terug zou zetten in het middelpunt van het monetaire systeem (lees ook de analyse van Jaco Schipper over de memoires van Jelle Zijlstra). Goud als de ultieme reserve die centrale banken kunnen gebruiken om de betalingsbalans in evenwicht te brengen.

Dat was tegen het zere been van de Verenigde Staten, want die hadden stapsgewijs juist de disciplinerende werking van goud uit het geldsysteem gehaald. Dat begon al in 1944 met Bretton Woods, toen Amerikaanse schuldverplichtingen de status kregen van een volwaardige reserve op de balans van de centrale bank. In 1971 kwam de ontkoppeling van goud met de dollar en was de dollar het nieuwe referentiepunt voor waarde geworden. Goud werd daarna door de Amerikanen op de balans gezet tegen een vaste prijs van $42,22 per troy ounce. Ook in 2013 waardeert de Federal Reserve de goudvoorraad van de VS nog steeds tegen die historische koers, waarmee ze in feite aangeven dat goud geen rol meer speelt als monetaire reserve. Het plan van Europa om goud weer te activeren als waardereserve (waarderen naar de marktprijs) was een directe bedreiging voor de macht die Amerika had met de dollar.

Vertaling

Marketupdate heeft een vertaling gemaakt van de notulen, die te vinden zijn op History.state.gov. We werden via het Goudstudieforum gewezen op dit historische document, dat vooral een heel interessante kijk geeft in de keuken. De sfeer van de bijeenkomst, die op 25 april 1974 werd gehouden in Washington, komt in de notulen goed naar voren. Belangrijke passages hebben we groen gemarkeerd. De meest essentiële passage is groen en dik gedrukt weergegeven. Tussendoor hebben we in het blauw wat notities toegevoegd die helpen om het verhaal in het juiste perspectief te plaatsen.

——————————————

Washington, April 25, 1974, 3:13–4:16 p.m.

Minutes of Secretary of State Kissinger’s Principals and Regionals Staff Meeting

Kissinger: We hebben hier Enders, Lord en Hartman. Ze zullen gezamenlijk of onafhankelijk van elkaar spreken. (gelach)

Hartman: Een trio.

Lord: Ik denk dat ik mijn kennis over goud vrij snel kan uitputten.

Kissinger: Ik heb een afspraak met Shultz om niet over goud te praten tijdens deze personeelsbijeenkomst, omdat hij verwacht dat er hetzelfde over in de kranten zal verschijnen als wat ik ervan denk. Ga je iets bespreken wat al publiek besproken is?

Enders: Het ligt er dicht bij. Het staat momenteel in de kranten: Het voorstel van de Europese Commissie (EC).

Kissinger: Waarover, de herwaardering van hun goudreserves?

(Op 22 en 23 april bereikten de Europese ministers van Financiën en de centrale bankiers van de betreffende landen overeenkomst over hun gezamenlijke positie t.a.v. goud. Ze gaven de Nederlandse minister van Financiën (W. Duisenberg) en de president van de Nederlandsche Bank (J. Zijlstra) de taak mee om dit Europese voorstel over goud in de Verenigde Staten over het voetlicht te brengen. In Washington zouden Duisenberg en Zijlstra het voorstel bespreken met de Federal Reserve en het Amerikaanse ministerie van Financiën)

Enders: De herwaardering van de goudreserves in de individuele transacties tussen centrale banken. Dat is wat er in de kranten heeft gestaan. Het onderwerp ligt uiteraard zeer gevoelig, maar ik denk dat het niet meer is dan de gebruikelijke mate van gevoeligheid omtrent goud.

Kissinger: Nou, wat is onze positie?

Enders: Je weet hoe het voorstel van de Europese Commissie eruit ziet?

Kissinger: Ja.

Enders: Het heeft geen betrekking op een verandering in de officiële goudprijs. Het gaat om het toestaan van aankopen én verkopen van goud van centrale banken met de private markt, zo lang één centrale bank in een jaar geen netto koper wordt van goud uit de private markt. Daarnaast komen er rechtstreekse verkopen tussen centrale banken

Kissinger: Hoe kunnen ze de verkoop van goud aan de private markt toestaan? En dan? Daarna kopen ze weer uit de private markt?

Enders: Daarna kopen ze weer van de private markt.

Kissinger: Maar ze kopen niet meer goud dan ze verkopen.

Enders: Ze kopen inderdaad niet meer goud dan ze verkopen. Er zal geen netto toename zijn in de goudvoorraad van centrale banken die ligt bij de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Het goud kan door anderen aangehouden worden. Ik heb hier twee dingen over te zeggen Kissinger: Ten eerste, als dit gebeurt – zoals men heeft voorgesteld – dat zou dat op de volgende manieren strijdig zijn met onze belangen

Kissinger: Heb je het geaccepteerd of is dit een Frans voorstel?

Enders: Het is een informele overeenkomst die de landen met elkaar zijn overeengekomen.

Kissinger: Hebben ze dat ook met ons besproken?

Enders: Niet op een systematische manier. Ze hebben voorgesteld om de Nederlandse minister van Financiën en de president van de Nederlandsche Bank naar Washington te sturen om met ons ministerie van Financiën te komen praten.

Kissinger: En wat is de visie van Arthur Burns?

(Arthur Burns was tussen 1970 en 1978 de president van de Federal Reserve)

Enders: Arthur Burns… Ik heb gisteravond met hem gesproken en hij heeft er nog geen standpunt over ingenomen. Hij was daar niet toe bereid. Hij zei dat hij eerst meer aandachtig naar het voorstel van de EC wilde kijken. Henry Wallich, de man van internationale zaken, gaf deze morgen aan dat hij de voorkeur geeft aan de traditionele positie. Dat is dat we goud uit het internationale monetaire systeem faseren. Hij wil er nog wel een keer naar kijken. Dus Henry Wallich gaf te kennen dat hij waarschijnlijk tegen dit voorstel is. Maar hij wil dat standpunt nog niet definitief nemen, voordat hij er nog een tweede blik op geworpen heeft.

Kissinger: Maar in de praktijk betekent het dus dat ze hun goudreserves gaan herwaarderen?

Enders: Exact!

Kissinger: Hun goudreserves.

Enders: Dat klopt. En kort daarna zal er een voorstel komen voor een nieuwe officiële goudprijs…

Kissinger: Dat maakt geen verschil. Als ze goud op de marktprijs gaan waarderen hebben ze in feite al een nieuwe officiële goudprijs neergezet.

Enders: Zoiets, maar hun….

Kissinger: Nu is economie niet mijn sterkste punt, maar begrijp ik het goed dat ze met dit voorstel, als ze het overbrengen op andere landen, ze in feite goud weer terugzetten in het systeem tegen een veel hogere prijs?

Enders: Correct.

Kissinger: Nou, daar zijn we consistent tegen geweest.

Enders: Ja, dat klopt. Je hebt converteerbaarheid als zij…

Kissinger: Ja

Enders: Beide partijen moeten hiermee instemmen. Maar het zal [1] binnen twee of drie jaar resulteren in een terugkeer van goud in het systeem, tegen [2] veel hogere prijzen en [3] tegen een prijs die vastgesteld kan worden door een paar centrale bankiers die onderling deals sluiten.

Wat je in feite zal krijgen is een kleine groep bankiers die bij elkaar komen om een geldpers voor zichzelf te bemachtigen. Zij bepalen dan in een klein groepje de waarde van hun reserves.
Daar mankeren twee dingen aan.

Kissinger: En dan staan wij er buiten.

(Centrale banken kunnen onderling een nieuwe goudprijs afspreken, waarmee ze in feite de waarde van deze monetaire reserve kunnen sturen. Europese landen hebben relatief veel goudvoorraden, waardoor ze veel meer zeggenschap hebben dan in een systeem waarin de Amerikaanse dollar de reserve is)

Enders: We kunnen er ook aan deelnemen, maar er zijn maar heel weinig landen in de wereld die een grote goudreserve hebben. Dat zijn voornamelijk de Verenigde Staten en West-Europa. De minst ontwikkelde landen en veel van de andere landen – inclusief Japan – hebben relatief gezien weinig goud. Het is aan de ene kant dus een zeer inflatoire, en aan de andere kant zeer ongelijkmatige, manier om de reserves te vergroten.

Kissinger: Waarom hebben de Duitsers ermee ingestemd?

Enders: De Duitsers hebben ermee ingestemd – zo hebben wij te horen gekregen – op voorwaarde dat het voorstel besproken wordt met de Verenigde Staten.

Kissinger: Ze worden gestraft voor het feit dat ze dollars aanhouden.

Enders: Ze worden gestraft voor het feit dat ze dollars aanhouden. Dat zal voor de Duitsers momenteel waarschijnlijk niet veel verschil maken, aangezien ze veel reserves hebben. Echter, ik denk dat ze erop terug zullen komen. Ofwel omdat wij ertegen zullen zijn, ofwel omdat ze de portemonnee moeten trekken en de tekorten van Frankrijk en Italië in zekere zin moeten financieren. Dus waarom laten we ze niet eens dit voorstel uitproberen?

De Europese Commissie is waarschijnlijk verdeeld over dit onderwerp. Als ze maar genoeg onder druk komen te staan, dan komen die verschillen vanzelf boven drijven.

Kissinger: Dus wat is onze aanpak?

Enders: De aanpak die wij suggereren is om niet mee te werken met dit voorstel…

Kissinger: Ik ben bijzonder allergisch voor een unilateraal Europees besluit dat de belangen van de Verenigde Staten fundamenteel aantast, zonder dat ze ons daarbij betrokken hebben. En ik ben geneigd om al hun pogingen neer te slaan, totdat ze leren dat ze niets kunnen doen zonder eerst met ons te praten. Dat zegt mijn instinct, los van de inhoud van het voorstel.

Enders: Hier spelen naar mijn beleving twee dingen mee. Het eerste is dat we ze niet kunnen laten gaan met dit voorstel, vanwege de reden die je genoemd hebt. Ook is het slecht economisch beleid dat fundamenteel tegen onze belangen indruist.

Kissinger: Er is ook een fundamentele verandering in het beleid dat wij de afgelopen jaren gevoerd hebben, nietwaar?

Enders: Ja.

Ten tweede biedt het de mogelijkheid om – maar daarvoor moeten we onderhandelen – richting een demonetarisering van goud te gaan. Dat wil zeggen om goud uit het systeem te halen.

Kissinger: Maar hoe doe je dat?

Enders: Nou, er zijn verschillende manieren. Een manier is om tegen Duitsland te zeggen dat ze dit voorstel mogen aanvaarden, mits het goud via een internationale instantie – het IMF of een speciale entiteit – op de markt wordt gebracht, zodat er een geleidelijke stijging plaatsvindt.

Kissinger: Maar daar zullen de Fransen nooit mee instemmen.

Enders: We kunnen een tegenvoorstel doen. Er is een ander voorstel, namelijk dat het IMF haar goudvoorraad van 7 miljard begint te verkopen op de wereldwijde markt. Dat moeten we proberen uit te onderhandelen. Dat zou het begin kunnen zijn van een demonetisering van goud.

Kissinger: Waarom willen we zo graag goud uit het systeem halen?

Enders: We willen het graag uit het systeem halen – luister goed – omdat het balancerend werkt in beide richtingen. Als dit voorstel erdoor komt, dan komt goud terug in het centrum van het systeem.

Kissinger: Maar waarom is het tegen onze belangen? Ik begrijp het argument dat het tegen onze belangen is dat de Europeanen een unilateraal besluit nemen dat haaks staat op ons besluit. Maar waarom is het tegen ons belang om goud in het systeem te hebben?

Enders: Het is tegen ons belang om goud in het systeem te hebben, omdat het zou betekenen dat goud periodiek opnieuw gewaardeerd moet worden. En hoewel we nog steeds een substantiële goudvoorraad hebben – ongeveer $11 miljard – is een groter gedeelte van het goud geconcentreerd in West-Europa. Dit geeft Europa een dominante positie in de wereldreserves en het dominante instrument om reserves te creëren. We hebben geprobeerd om van dit systeem los te komen en over te stappen naar een systeem waar wij de controle over hebben….

(Sinds de komst van de Euro worden de goudreserves van het Eurosysteem ieder kwartaal opnieuw gewaardeerd naar marktwaarde. Dat is het eindproduct van de gesprekken die al een paar decennia daarvoor gevoerd werden in Europa en die steeds niet tot een gezamenlijke strategie kwamen. Sinds 1999 is de verhouding tussen valutareserves en goud binnen het Eurosysteem geleidelijk omgeslagen van ongeveer 70/30 naar 40/60. Dit geleidelijke proces brengt goud terug in het systeem. Zie ook dit artikel voor een verdere toelichting over de herwaardering van goud)

Kissinger: Maar dat is een probleem voor de betalingsbalans.

Enders: Ja, maar het is de vraag wie er dan op internationaal niveau de meeste zeggenschap heeft. Als zij het instrument hebben om reserves te creëren – door het meeste goud te bezitten en door in staat te zijn om de prijs van het goud periodiek aan te passen – dan hebben ze ten opzichte van ons een aanzienlijke machtspositie. Een lange tijd hadden wij een sterke machtspositie ten opzichte van Europa, omdat wij de goudprijs naar wens konden aanpassen. Dit is niet langer mogelijk, het zal niet langer geaccepteerd worden. Daarom zijn we naar Special Drawing Rights (SDR’s) gegaan, die ook onpartijdig en neutraal zijn, die de belangen van de minder ontwikkelde economieën behartigen en die de macht weg houden bij Europa. En het is meer rationeel in de zin….

Kissinger: “Meer rationeel” in de zin van meer in onze belangen, of wat?

Enders: Meer rationeel in de zin dat het gehoor geeft aan de behoefte van de wereld, maar ook dat het meer in ons belang is door…

Kissinger: Zou het je verbazen als ik zegt dat ik vergeten ben hoe SDR’s gecreëerd worden. Via een overeenkomst?

Enders: Via een overeenkomst.

Kissinger: Er is geen automatische manier?

Enders: Er is geen automatische manier.

Lord: Misschien sommige Europeanen, maar de minder ontwikkelde economieën staan aan onze zijde en zullen hen niet steunen.

(De Verenigde Staten wisten heel goed dat het Europese voorstel weinig draagvlak zou krijgen buiten Europa, omdat de minder ontwikkelde landen een relatief kleine goudvoorraad hadden. Deze landen zouden weinig opschieten met een herwaardering van de goudreserve en zouden dus even makkelijk voor een Amerikaans alternatief als de SDR kiezen. Het is niet uit te sluiten dat Europese centrale banken tot en met 2009 een substantieel gedeelte van hun goudvoorraad verkochten om ook buiten Europa draagvlak te creëren voor een herwaardering van goud! Bedenk dat alle BRICS-landen zich inmiddels hebben aangesloten bij het Europese model om de goudvoorraad periodiek naar marktwaarde te waarderen!! (marked to market). Opkomende economieën als China, Rusland, Brazilië, India en Zuid-Afrika steunen in monetair opzicht de koers van Europa).

Enders: Ik denk dat niemand ze zal steunen.

Kissinger: Maar kunnen ze het überhaupt doen?

Enders: Ja, maar om dat te doen moeten ze belangrijke artikelen van het IMF schenden. Dus dit is geen totale departure (gelach). Maar dit zal bij bepaalde Europeanen weerstand oproepen. We kunnen het ook minder interessant voor ze maken door alvast te beginnen met de verkoop van ons eigen goud. Dat zal ze onder druk zetten.

Maw: Waarom zou het ze niet goed uitkomen als wij alvast ons goud verkopen tegen een prijs?

Kissinger: Maar hoe heeft dit in vredesnaam kunnen gebeuren zonder dat wij hier van tevoren iets van wisten?

Hartman: We hebben hier van tevoren al consultaties over gehad. Verschillende landen zijn bij ons geweest om ons standpunt over dit onderwerp te krijgen. De reden waarom ze nu pas bij ons komen met dit voorstel heeft denk ik te maken met het feit dat ze nu weten dat wij er negatief tegenover staan.

Enders: Ik denk dat onze eerste positie moet zijn om het voorstel te breken, tenzij ze bereid zijn tot een vorm van demonetisering [van goud].

Kissinger: Maar dat is onmogelijk voor de Fransen!

Enders: Nou, het is onmogelijk voor de Fransen onder de regering van Pompidou. Maar is dat ook een breekpunt voor een toekomstige Franse regering? Dat moeten we uittesten.

Kissinger: Als zij goud hebben om de betalingsbalans in evenwicht te brengen, dan komen we vroeg of laat voor hetzelfde scenario te staan. Dan zullen anderen gevraagd worden op hieraan mee te doen.

Dat is toch wat ze van plan zijn?

Enders: Ik heb het gevoel dat we een scenario van de demonetisering van goud niet op voorhand moeten uitsluiten, omdat we er beide van kunnen profiteren. Daarmee bevrijden we goud op een hogere prijs. Wij hebben een goudvoorraad en sommige Europese landen hebben een goudvoorraad. Onze belangen zijn in lijn met hun belangen. Dit kan zinvol zijn. Ook kan het aan de andere kant geleidelijk de dominante positie die Europa in economisch zin heeft, wegnemen.

Kissinger: Wie staat er aan onze zijde inzake het demonetiseren van goud?

Enders: Ik denk dat we de Duitsers mee kunnen krijgen. En de Nederlanders en de Britten, over een langere periode.

Kissinger: En de Japanners?

Enders: Ja. De Arabieren hebben overigens geen grote belangstelling getoond voor goud.

Kissinger: We kunnen ze met veel goud opzadelen.

Sisco: Ja. (gelach)

Sonnenfeldt: Tegen een hoge prijs in dollars. Ik zou niet weten waarom ze dat goud zouden willen hebben.

Kissinger: Voor de badkamers in het gastenhuis in Rio. (gelach)

[….]

Kissinger: OK. Mijn instinct is om tegen het Europese voorstel te stemmen. Wat is jouw mening, Art?

Hartman: Ja. Ik denk dat het moeilijk te verdedigen is in het systeem dat wij voor ogen hebben.

Kissinger: Ken?

Rush: Nou, ik denk dat ze het gewoon gaan doen. De vraag is: Stel dat ze het voorstel doorvoeren zonder ons erin te betrekken. Wat dan?

Kissinger: Dan pakken we ze!

Enders: Ik denk dat we in dat geval heel serieus moeten overwegen om een substantieel gedeelte van onze goudvoorraad te verkopen, met als doel de goudmarkt voor eens en voor altijd te overvallen.

Rush: Ik ben er niet zeker van of we dat kunnen doen.

Kissinger: Als ze op eigen houtje verder gaan en een positie innemen die recht tegenover onze belangen staat, dan moeten we laten zien dat ze daar niet mee weg kunnen komen. Hopelijk hebben we dan de juiste positie. We kunnen ze echter niet steeds laten met deze unilaterale stappen weg laten komen.

Lord: Is het Ministerie van Financiën het met ons eens op dit onderwerp? Ik bedoel, als die man komt op het moment dat de minister in het buitenland is…

Kissinger: Wie komt?

Enders: De Nederlandse minister van Financiën (Duisenberg) en de president van de Nederlandsche Bank (Zijlstra). Ik denk dat we ongeveer twee weken nodig hebben om een krachtig standpunt op dit onderwerp in te nemen. Het Ministerie van Financiën zal ons leiderschap op dit onderwerp accepteren. Het zal wel wat tijd vereisen om dit door te spreken met Arthur Burns. We zullen zien wat zijn reactie is.

Rush: We hebben ongeveer $45 miljard tegen de huidige prijs.

Enders: Dat klopt.

Rush: En er is ongeveer $100 miljard aan goud.

Enders: Dat klopt. En de jaarlijkse omzet in de goudmarkt is ongeveer 120 miljard.

Kissinger: De goudmarkt is iets waar Arthur Burns wel verstand van heeft.

Enders: Ja, dat is ook mijn ervaring. Dus ik denk dat we Arthur moeten ompraten.

Kissinger: Arthur is een redelijke man. Laat mij met hem praten. Hij heeft belachelijk veel tijd nodig om een punt te maken, maar het is een redelijke man.

Enders: Hij heeft nog geen kans gehad om naar het voorstel te kijken.

Kissinger: Ik praat nog wel even met hem voordat ik weg ga.

Enders: Goed.

Boeker: Ik denk dat het verkopen van goud pas de tweede fase is in een strategie die het Europese voorstel kan breken. De eerste stap moet zijn om een Amerikaans tegenvoorstel te formuleren om diegene die er het meest tegen zijn te isoleren; de Fransen en de Italianen. Dat zal aanzienlijke steun ontvangen. Het zal ook in de smaak vallen bij de Japanners en bij anderen. Ik denk dat dit vrij makkelijk gedaan kan worden. Een tegenvoorstel zal op zich al aanzienlijke druk geven op de EEC om tot een voorlopige consensus te komen.

Hartman: Het is geen confrontatie. We kunnen de verschillende aspecten van dit voorstel bespreken.

Kissinger: Inderdaad. We moeten hier uiteraard over discussiëren. Maar ik houd niet van het idee dat zij iets organiseren en dat ze vervolgens andere landen uitnodigen om zich daarbij aan te sluiten.

Hartman: Daar ben ik het mee eens, maar het is niet wat ze nu gedaan hebben.

Sonnenfeldt: Kunnen we ze laten komen na de Franse verkiezingen, zodat we niet achter de feiten aan lopen?

Rush: Ik denk het wel.

Kissinger: Ik denk ook dat het beter is om dit voorstel te bespreken na de Franse verkiezingen.

Enders: Goed. Ik ben dan terug. Ik zal ook praten met Simon. Schultz zal tegen die tijd uit functie zijn.

Sonnenfeldt: Hij is vanaf 4 mei uit functie.

Enders: Ja. In de tussentijd gaan wij onze positie bepalen op basis van deze discussie.

Kissinger: Ja.

Enders: Goed.

Kissinger: Ik ben het ermee eens dat we nog geen consultatie moeten plegen, zo lang we nog over dit onderwerp in gesprek zijn met het Ministerie van Financiën.

Kissinger

——————————————

Bron: History.state.gov h/t: @darenpa72, @boefkeNL, Goudstudieforum.com