China is steeds minder te spreken over haar enorme berg valutareserves, omdat die op lange termijn de inflatie kunnen aanwakkeren. Dat zei de Chinese premier Li Keqiang afgelopen zondag tegenover de pers. Ook zei hij dat China haar exportoverschot wil terugbrengen. “Eerlijk gezegd is de buitenlandse valutareserve een zware last voor ons geworden, omdat die reserves zich vertalen in [een groei van de] Chinese geldhoeveelheid, wat weer inflatie kan veroorzaken”, zo verklaarde Keqiang tegenover de pers tijdens zijn staatsbezoek aan Kenia.

Valutareserve

China heeft met $3,95 biljoen de grootste valutareserve ter wereld, het product van een jarenlang overschot op de handelsbalans. In het eerste kwartaal van dit jaar groeide de totale valutareserve met $130 miljard. Vorig jaar gaf de Chinese centrale bank al aan dat ze niet van plan was de valutareserve verder uit te breiden.

Interveniëren

Door minder te interveniëren in de valutamarkt kan de centrale bank de groei van de buitenlandse valutareserve afremmen. Normaal gesproken worden de reserves op de balans van de centrale bank geplaatst als onderpand voor de creatie van yuan, een proces waarmee de geldhoeveelheid in de lokale munt stijgt. Dit geeft een exportvoordeel, omdat de eigen munt zo relatief goedkoop blijft ten opzichte van andere valuta. Nadelig is de geldgroei in eigen land, omdat die een hoge inflatie tot gevolg heeft.

Door minder te interveniëren in de valutamarkt kan de yuan appreciëren ten opzichte van andere valuta. Daardoor wordt het voor de rest van de wereld minder aantrekkelijk om goederen te importeren uit China, met als resultaat dat het overschot op de Chinese handelsbalans kleiner wordt.

Handelsoverschot verkleinen

China zal stappen zetten om haar handelsoverschot met de rest van de wereld te verkleinen. Yi Gang, de vice-gouverneur van de People’s Bank of China, maakte vorig jaar al bekend dat het aanhouden van reserves op een gegeven moment meer kost dan het oplevert.

Li Keqiang beschouwt valutareserve als zware last voor China